Harde woorden over Borst in Bijlmerdebat

Het optreden van het kabinet na de Bijlmerramp kan volgens de PvdA de toest der kritiek nauwelijks doorstaan. Bijbehorende conclusies trekt de PvdA daaruit vooralsnog niet.

Minister Peper van Binnenlandse Zaken had er vanmorgen weinig woorden voor nodig: het kabinet is volop bereid uit de narigheid van de Bijlmerramp lessen te leren voor de toekomst. ,,Na het signaal `brand meester' moeten we het stadium `ramp meester' zien te bereiken'', aldus Peper in de Tweede Kamer. Hij reageerde als eerste op de soms harde kritiek van de diverse fracties op de gang van zaken na de ramp en de rol van de overheid daarbij. In dit laatste debat over de parlementaire enquête Vliegramp Bijlmermeer draait alles om de opstelling van de PvdA-fractie. De oppositiepartijen CDA, GroenLinks en SP nemen de belangrijkste conclusies zonder meer over, VVD en D66 wijzen in zeer kritische bewoordingen de meeste af.

Welke consequenties de PvdA-fractie trekt uit de eindconclusies in het enquêterapport, zal waarschijnlijk pas in de loop van de avond duidelijk worden. Die conclusies betreffen de werkwijze van oud-minister van Verkeer en Waterstaat Maij-Weggen (CDA), haar opvolger Jorritsma (VVD), nu vice-premier en minister van Economische Zaken, en D66-minister Borst van Volksgezondheid.

PvdA-woordvoerder Van Gijzel gaf in zijn gedetailleerde bijdrage gisteravond aan dat de grootste regeringsfractie tot de slotsom is gekomen dat het optreden van de overheid na de Bijlmerramp ,,de toets der kritiek nauwelijks kan doorstaan''. Ter linkerzijde staarden vanuit de kabinetsloge zes leden van het (nog) demissionaire kabinet hem aan. De minister-president met de lippen zuinig samengeknepen.

Maar hoewel Van Gijzel harde woorden gebruikte, bleven de bijbehorende gevolgtrekkingen uit. Eerst mag het kabinet vandaag enkele uren gebruiken voor zijn verdediging. Duidelijk is al wel, ook door de discussie met de enquêtecommissie vorige week, dat de PvdA-fractie grote moeite heeft met delen van het rapport. Men vindt de kwaliteit beneden de maat en schuift alleen daarom al een aantal eindconclusies terzijde.

Een aantal bevindingen van de commissie is daarentegen voldoende onderbouwd volgens Van Gijzel, die aangaf dat zijn fractie ,,buitengewoon zwaar'' tilt aan de nonchalante gang van zaken rond het verarmd uranium, als ballast aan boord van de verongelukte Boeing-747. De aanwezigheid van enkele honderden kilo's van dit radioactieve materiaal was kort na de ramp bekend bij de (voor)onderzoekers van de Rijksluchtvaartdienst (RLD), die conform een internationale richtlijn prompt beschermende pakken aantrokken en andere beschermende maatregelen namen. Maar op de rampplek in de Bijlmer werd niemand van de hulpverleners gewaarschuwd. Ook de D66-fractie vindt dit een moeilijk te verteren zaak. Het verwijt dat de PvdA hierover eventueel zal gaan maken, lijkt vooral betrekking te hebben op toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Maij-Weggen.

Verder heeft de PvdA-fractie kritiek op de trage gang van zaken bij het vergaren van alle vrachtdocumenten: ,,Dat is niet goed te verdedigen.'' Van Gijzel voegde er onmiddellijk aan toe dat de oorzaak hiervoor moet worden gezocht in een ,,verkokerde overheid''.

Aan een definitief oordeel over het optreden van minister Borst bleek Van Gijzel nog niet toe. Wel maakte hij net als in het debat met de enquêtecommissie opnieuw duidelijk dat de harde conclusie over de gezondheidsklachten (nr.14) niet door zijn fractie wordt overgenomen. In deze conclusie wordt gesteld dat de overheid door traagheid en onderschatting de gezondheidsklachten in aard en omvang heeft doen toenemen. ,,De causaliteit hiervan is nooit onweerlegbaar te bewijzen'', aldus Van Gijzel. Op vragen van de oppositiepartijen antwoordde hij dat niet alleen de minister van Volksgezondheid `traagheid en onderschatting' heeft getoond, maar ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg, en ,,vooral'' de gemeente Amsterdam, de GG en GD en andere instellingen. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de late aandacht voor de gezondheidsklachten zo breed gemaakt, dat het gevaar voor Borst lijkt geweken.

Opvallend is tevens dat de PvdA-fractie van de `politiek geladen' conclusie dat de Tweede Kamer negentien keer `onduidelijk, onvolledig, ontijdig en onjuist' is geïnformeerd over de ramp (de vier o's) niet geheel overneemt. Zij menen dat dat slechts negen keer is gebeurd. Ook andere conclusies zijn door de fractie terzijde gelegd.

Aan het begin van het debat betrok Rosenmöller (GroenLinks) de stelling dat de afhandeling van de ramp bij ,,veel mensen een enorme deuk in het vertrouwen in de overheid heeft veroorzaakt''. Bij de beoordeling van het optreden van Borst nam hij de eerdere redenering van Van Gijzel over dat ,,de overheid'' ook al in 1992 op basis van talrijke publicaties had kunnen weten dat mensen na een dergelijke ramp gezondheidsklachten krijgen wanneer de autoriteiten zich afzijdig houden. Rosenmöller liet de minister evenwel ,,vrij'' om eerst haar oordeel te geven.