Europa moet met China blijven samenwerken

Tien jaar na de onderdrukking van het studentenprotest verkeert China opnieuw in een crisis, dit keer veroorzaakt door externe factoren.

Willem van Kemenade meent dat Europa desondanks met China moet samenwerken.

Dezer dagen is het tien jaar geleden dat Chinese tanks en militaire eenheden met machinegeweren het centrum van Peking binnenstormden om een einde te maken aan een 50 dagen durende studentenrebellie die als een lopend vuur door de hoofdstad trok en een groot deel van de hoofdstedelijke burgerij had gemobiliseerd. De bloedig onderdrukte Chinese beweging werd een inspiratiebron voor de succesvolle anticommunistische oppositiebewegingen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie en heeft aldus een wereldhistorische rol gespeeld.

China heeft sindsdien een ontwikkelingspad gevolgd dat geheel de antipode is van dat van de voormalige Sovjet-Unie. Daar werd de leninistische eenpartijstaat op schokkende wijze ontmanteld, maar de opvolgerstaat, de Russische Federatie, heeft sindsdien slechts politieke instabiliteit en economisch verval gekend. In China heeft de Communistische Partij haar machtsmonopolie en daarmee een redelijke mate van politieke stabiliteit gehandhaafd en met groot, maar nog onvoldoende, succes de `socialistische markteconomie' ingevoerd. Daardoor is China een welvarender en in veel opzichten moderner land geworden. De `Grote Leugen' dat de crisis van 1989 een ,,contra-revolutionair oproer, beraamd door een handvol criminele samenzweerders'' was, wordt niet langer volgehouden. Maar ten aanzien van de nabestaanden, de talloze Chinese intellectuelen die naar het Westen zijn gevlucht of de Chinese studenten die in het buitenland aan oppositionele activiteiten deelnemen, geldt nog altijd de onverbiddelijke harde lijn. Van historische `revisie', rehabilitatie van de slachtoffers, of decriminalisering en terugkeer van de ballingen is voorlopig geen sprake. Ouders van vermoorde studenten, die elk jaar moediger worden in het ter verantwoording roepen van de regering, worden bedreigd, onder tijdelijk huisarrest geplaatst en voor landverraders uitgemaakt.

Sinds eind vorig jaar heeft het regime zich geharnast voor een confrontatie met wat onofficieel genoemd werd ,,'s werelds anti-China-krachten die, geregisseerd vanuit hun zenuwcentrum in de VS in samenwerking met binnenlandse vijanden gedurende de tiende verjaardag in China's steden zouden opduiken voor daden van sabotage, inclusief politieke moorden''. Door de oorlog op de Balkan en het bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado heeft deze al dan niet serieus verwachte confrontatie een heel andere wending genomen. Het absurde bombardement, de dubieuze uitleg van Amerikaanse zijde en de nonchalante verontschuldigingen hebben in China een nieuwe golf van woede, anti-imperialisme en xenofobie ontketend. Hierdoor zijn de binnenlandse machtsverhoudingen en de koers van China's diplomatie – wellicht voor langere tijd – ernstig verstoord.

De heersende opinie in China is dat het bombardement met voorbedachten rade is uitgevoerd. De Amerikaanse verklaring dat het een blunder van de CIA was, veroorzaakt door verouderde stadskaarten, wordt als surrealistisch van de hand gewezen. Het persbureau Nieuw China publiceerde op 18 mei een vraaggesprek met de Stadsplanningsdienst van Belgrado, die een opeenvolging van oude stadskaarten liet zien. Alle kaarten tot 1994 toonden het terrein als braakliggend. De bouwvergunning voor een nieuwe Chinese ambassade werd in 1992 afgegeven. Het omvangrijke, alleenstaande gebouw werd in 1996 in gebruik genomen. Amerikaanse diplomaten, inclusief militaire attachés hebben er verscheidene malen cocktailparty's bijgewoond.

In Servische kringen in Peking gaat het gerucht dat de CIA vermoedde dat de opgejaagde Miloševic er om de zoveel dagen overnachtte. In dat geval dus ook een CIA-miskleun. Een commentator van China's legerkrant concludeerde dat het doel van de NAVO en de Amerikanen was om China te destabiliseren. De test zou zijn: ,,Wat kan China hebben?'' Het scenario zou volgens deze logica zijn geweest om China eerst tot irrationele vergeldingsacties te provoceren, die dan in de ogen van de Amerikaanse publieke opinie een massieve afstraffing zouden rechtvaardigen. Het incident zal wellicht de geschiedenis ingaan in dezelfde categorie als het Tonkin-incident, de beweerde beschieting – zonder treffers – door Noord-Vietnam van twee Amerikaanse destroyers voor de Noord-Vietnamese kust in augustus 1964, die door president Johnson werd aangegrepen voor de ongebreidelde escalatie van de Vietnam-oorlog.

Opgewonden massademonstraties met gedoseerd geweld, ditmaal niet tegen de Chinese maar tegen de Amerikaanse regering en haar diplomatieke vertegenwoordigingen, waren het onmiddellijke effect van het bombardement. De demonstraties hebben wellicht de angel uit een mogelijke Tiananmen-herdenking getrokken, maar scherp zou die waarschijnlijk toch niet geweest zijn. De huidige studentengeneratie zat in 1989 nog op de lagere school en weet heel weinig van wat er toen gebeurd is. Afgestudeerden worden sinds 1989 gepreoccupeerd door het grijpgrage materialisme van China's post-communistische, primitief-kapitalistische overgangsmaatschappij. De stootkracht voor een noemenswaardige Tiananmenherdenking zou van de Chinese dissidentenorganisaties en de anti-China-lobby in Amerika en de mensenrechtenorganisaties in het Westen moeten komen. De recente, niet-aflatende reeks anti-China-maatregelen van de VS – de weigering om een eerder overeengekomen leverantie van satelliettechnologie na te komen, de, opnieuw verslagen mensenrechtenresolutie in Genève, de versterking van de Japans-Amerikaanse veiligheidsalliantie, de toenemende bereidheid om Taiwan onder het Theatre Missile Defence-schild (TMD) te brengen, het falen van Clinton om ondanks Chinese concessies een WTO-akkoord te sluiten, het ambassade-bombardement, het dubieus onderbouwde Cox-rapport inzake nucleaire spionage enz. – heeft alles wat uit Amerika komt verdacht gemaakt. En dat brengt zelfs voor onafhankelijk denkende Chinezen elke rol van de VS in de Tiananmenherdenking in diskrediet.

De `pro-Amerikaanse' reformistische vleugel in de partijleiding, waartoe ook president Jiang Zemin en premier Zhu Rongji behoren, is door deze neerwaartse spiraal van gebeurtenissen ernstig in het defensief gedrongen. De nationalistische, conservatieve vleugel, geleid door ex-premier en thans Congres-voorzitter Li Peng, is er aanzienlijk door versterkt.

De Chinese leiders stellen zich vanaf begin jaren negentig consequent twee hoofdprioriteiten: herstel van de betrekkingen met het Westen, die door het Tiananmendrama zwaar beschadigd waren, en versnelling van de economische hervormingen en verdere integratie van China in de wereldeconomie. Politieke hervormingen kwamen niet op de agenda, omdat daarover geen consensus bestond. Gezien de politiek-sociaal-economische degeneratie in Rusland werden ze als te riskant beschouwd.

Het heeft de Chinezen vier jaar gekost om Clinton van China-basher tot China-vriend te bekeren. Clintons staatsbezoek een jaar geleden leek even het begin van een nieuw tijdperk te zijn, maar spoedig maakte de rechtervleugel van de Republikeinse Partij Clinton en China de tweeling-doelwitten van een moralistische kruistocht. De bestrijding van het ene kwaad is een verlengstuk van het andere.

De nieuwe frontale botsing van de twee politieke culturen, de Amerikaanse idealistisch/onrealistisch en de Chinese machiavellistisch, was onvermijdelijk. Geleidelijke Chinese omhelzing van de universele – dat wil zeggen de Westerse – precepten inzake de rechten van de mens was een onderliggende Amerikaanse voorwaarde voor duurzaam betere betrekkingen. In november 1998, vijf maanden na Clintons bezoek, maakten de Chinezen weer duidelijk dat de binnenlandse situatie in China, bedreiging van de stabiliteit door dissidenten en gebrek aan consensus in de partijtop dat niet toeliet. De leiders van de nieuw op te richten `Chinese Democratische Partij' werden gearresteerd en gevonnist. De door Monicagate zwaarbeschadigde Clinton stond hulpeloos tegenover nieuwe Republikeinse aanvallen op zijn `mislukte' Chinabeleid. Kort daarop schreef de China Daily dat de voormalige Sovjet-Unie het slachtoffer was geworden van de ,,destabiliserende mensenrechtendiplomatie'' van het Westen, en dat dit zich in China niet zou herhalen. De botsing tussen China en het Westen blijkt het meest uit de Chinese steun voor Miloševic, maar die berust veel minder op ideologische affiniteit dan op gemeenschappelijke vrees voor Amerika en de NAVO. Een hoge functionaris van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken vertelde mij dat China Miloševic niet steunt – en al helemaal niet zijn etnische zuiveringen – maar dat het principieel tegen gewapende interventie in een soeverein land is.

Met de voortgaande verzwakking van Rusland voelen de Chinezen zich weer in toenemende mate omsingeld. De NAVO heeft zelfs een partnerschap voor de vrede met China's buurland Kazachstan. De Chinezen zien de versterkte veiligheidsrelatie van Amerika met Japan, en TMD-schild als de nieuwe `Oost-Aziatische NAVO'. Al met al is China's succesvolle diplomatie van de jaren negentig vrij onverwachts in een diepe crisis geraakt. Wat de Chinese hardliners betreft is herstel van de alliantie met Rusland de uitweg. Russische hardliners spelen daar gretig op in. Een van hun woordvoerders, Academicus Rafik Aliev was vorige week in Peking en verkondigde luid dat de unipolaire wereld onder Amerikaanse hegemonie van dit moment de grootste bedreiging van de wereldvrede is. De remedie is herstel van bipolariteit en aangezien Rusland te zwak is om een zelfstandige pool te zijn moet er een nieuwe Chinees-Russische alliantie komen. Illustratief in dit verband is dat opgewonden Chinezen tijdens de demonstraties zeiden dat ze minder moesten eten en meer geld moesten uitgeven aan bewapening om de Amerikanen aan te pakken.

Zhu Rongji, China's populaire, reformistische premier heeft te midden van de groeiende tegenspoed nog een poging gedaan om politiek-strategische en economische diplomatie van elkaar te scheiden. Jarenlang is China's toetreding tot de Wereld Handels Organisatie (WTO) opgehouden door Chinese huivering om ingrijpende concessies inzake marktopening op het gebied van landbouw, telecommunicatie en financiële diensten te doen. Beseffend dat toetreding tot de WTO de enig mogelijke positieve draai aan de vertroebelde betrekkingen zou kunnen geven, stak premier Zhu tijdens zijn bezoek aan Washington in april zijn nek uit en deed spectaculaire concessies. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Charlene Barshefsky publiceerde meteen triomfantelijk de lijst, om een fait accompli te stellen, terwijl de zaak in de Chinese binnenlandse politiek uiterst gevoelig ligt. Zhu werd door de voortijdige onthulling ernstig in verlegenheid gebracht en tot overmaat van ramp liet Clinton, die de nieuwe anti-China-storm van het Cox-rapport voelde aankomen Zhu ook nog vallen. Er kwam geen WTO-deal. De backlash tegen Zhu was voor het ambassadebombardement al in volle gang. Er circuleerden linkse traktaten die Zhu en zijn medestanders die voor snelle toetreding tot de WTO ijverden `landverraders' noemden. Volgens Tunnel, een binnenlandse e-mailservice, zou toetreding van China nu een `opgeschort doodvonnis' voor China's meest hoogwaardige nationale industrieën betekenen. Veertig procent van China's export wordt door Chinese filialen van multinationals gegenereerd. De markt verder openstellen zou nog meer controle over China's economie overdragen aan multinationals en de grote internationale banken, en dat is iets waar nationalisten en orthodoxe communisten paal en perk aan willen stellen. Veel ernstiger voor de binnenlandse stabiliteit is dat toetreding tot de WTO tot het versneld wegvagen van verlieslijdende staatsindustrieën zal leiden, met nog meer werkloosheid als gevolg. De officiële werkloosheid ligt nu op acht procent, maar als arbeiders die zinloos werk doen – om ze van de straat te houden – en de facto ontslagen arbeiders worden meegeteld, loopt het volgens de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen op tot 25 procent. Het enige middel hiertegen is de staatsbedrijven te blijven oplappen met bankleningen en subsidies en verdere hervormingen op de lange baan te schuiven.

De hele WTO-controverse heeft de positie van premier Zhu Rongji zodanig verzwakt dat er intensief gespeculeerd wordt of hij zijn termijn wel zal uitdienen. China verkeert behalve in een multilaterale diplomatieke crisis tevens in een complexe sociaal-economische crisis. Deze is het gevolg van de monumentale transformatie van het economische systeem en is verergerd door de Azië-crisis, inkrimping van de regionale, met name de Japanse, markten, maar ook van de Europese markt. Daarbij komt de collateral damage van het ambassadebombardement en de Kosovo-crisis in het algemeen.

In Amerika is de `machtsstrijd' voor de opvolging van Clinton in volle gang. Tot de verkiezingen in november 2000 zal China wellicht de grootste twistappel in de Amerikaanse binnenlandse politiek zijn. Dat zal niet bijdragen tot de Chinese gemoedsrust.

In China heeft zich sinds het bloedbad van 1989 een proces van vreedzame evolutie naar het postcommunisme voltrokken. Maar dit proces is onvolledig en onvoltooid. Om er aan bij te dragen dat het vreedzaam blijft verlopen is het zaak dat Europa een gezonde dosis afstand houdt van het Amerikaanse gehits en op constructieve wijze met China blijft samenwerken.

Willem van Kemenade is China-deskundige en auteur van het boek `China, Hong Kong, Taiwan B.V.; superstaat op zoek naar een nieuw systeem'.