Billy Bob Thornton

In een reeks profielen van hedendaagse sterren deze week Billy Bob Thornton, die in 1997 onverwacht succes had met zijn semi-autobiografische film Sling Blade over een achterlijke automonteur en nu een ruziezoekende racist speelt in The Apostle.

1997 was beslist zijn jaar. Billy Bob Thornton was zo'n onverwachte verschijning bij de Oscars, dat het even leek alsof hij zomaar uit de lucht was komen vallen. Zijn opmerking dat de nominatie voor beste acteur `like gravy' (jus) was, was niet minder ongewoon dan zijn onbehouwen présence. Daadwerkelijk een Oscar winnen zou, zo merkte hij tot verbijstering van zijn toehoorders op, `whatever is better than gravy' zijn. Aardappelen met jus waarschijnlijk, want het was nog maar een paar jaar eerder dat hij na een door geldgebrek veroorzaakt wekenlang dieet van alleen maar aardappelen zo ernstig ondervoed raakte dat hij een hartaanval kreeg.

De nominatie voor beste acteur en de Academy Award voor beste scenario die hij ontving voor zijn semi-autobiografische regiedebuut Sling Blade, waren de bekroning voor een personage dat hij drie jaar eerder in een aanval van razernij had bedacht: de achterlijke automonteur Karl Childers (en naderhand nog eens speelde in Oliver Stone's U-Turn, 1997). Samen met zijn jeugdvriend Tom Epperson (met wie hij ook het scenario voor One False Move - Carl Franklin, 1994 - schreef) had hij een eerste script over de goedmoedige moedermoordenaar geschreven dat door George Hickenlooper tot een korte film werd verwerkt (Some People Call It a Slingblade, 1993).

Billy Bob Thornton (4 augustus 1955, Hot Springs, Arkansas) is zelf afkomstig uit het armoedige milieu uit het Amerikaanse Zuiden dat hij in zijn debuutfilm laat zien. Er gaan verhalen dat hij bij zijn grootouders in een woonwagen zonder gas en elektra woonde, van huis wegliep om rockster te worden in New York, 12 ambachten en 13 ongelukken beleefde, een onverwachte `womanizer' en niet zo'n bijster goede huisvader is. Hij zou vijf huwelijken achter de rug hebben, een romance beleven met actrice Laura Dern, die hij tijdens de `coming-out'-episode van de populaire sitcom Ellen had leren kennen, manisch-depressief zijn en gewelddadig tegen zijn laatste echtgenote en kinderen. En al dat geroddel en gesmoes hangt als een aura om zijn rollen heen. De Hollywoodmachinerie staat er immers om bekend niet al te secure scheidslijnen te trekken tussen een beetje luidruchtig leven van een acteur en zijn rollen. Dus wordt Karl Childers zijn `alter ego', verbaast het niemand dat hij als racistische ruziezoeker in The Apostle (1997) van Robert Duvall (die in Sling Blade Karls vader speelde) zo overtuigend driftig is, lijken de kruimelcriminelen in One False Move en A Simple Plan (Sam Raimi, 1998; waarvoor hij weer een Oscarnominatie als beste acteur kreeg) hem op het bonkige lichaam geschreven en krijgen `all american' helden als NASA-directeur Dan Truman (Armageddon, Michael Bay, 1998) en politiek adviseur Richard Jemmons (Primary Colors, Mike Nichols, 1997) een vileine ondertoon.

Maar wie goed naar Thorntons acteerprestaties kijkt, ziet dat hij eigenlijk een heel intelligente acteur is, die zich grondig verdiept in de achtergronden van zijn personages en wiens ogen schitteren van de binnenpretjes over hun motieven die de toeschouwer nooit te weten zal komen. Vilein? Jazeker!