Zuid-Afrika: veel beloften en een erfenis

Morgen kiest Zuid-Afrika een nationaal en negen provinciale parlementen. Een overzicht van de belangrijkste deelnemende partijen en hun prioriteiten. De zware hypotheek van de apartheid.

Vierhonderd parlementsstoelen zijn er morgen te vergeven in de Nationale Assemblee van Zuid-Afrika. Of beter gezegd: houten bankjes waar de volksvertegenwoordigers, als het druk is, hutje bij mutje tegen elkaar aan zitten. Hier wordt op 14 juni de nieuwe president gekozen door het nieuwe parlement. De vraag is niet of het ANC wint, maar met welke marge: zal de partij van de vertrekkende president Nelson Mandela en zijn opvolger Thabo Mbeki de gewenste tweederde meerderheid verwerven of niet. Peilingen zijn onbetrouwbaar: veel kiezers maken pas in het stemhokje hun keuze, maar dat het ANC de grootste partij blijft, staat vast.

Het kiessysteem in Zuid-Afrika werd vormgegeven tijdens de onderhandelingen over de grondwet, begin jaren negentig. Zuid-Afrika kende daarvoor het districtenstelsel (in een systeem waarin alleen de blanken mochten stemmen), naar Brits model. In 1994 maakte dit plaats voor een stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarmee de minderheden, zoals de blanken, zich verzekerden van een plaatsje in het parlement. Als het oude systeem was gehandhaafd, zou het ANC een nog veel grotere meerderheid hebben.

De belangrijkste thema's in de stembusstrijd liggen voor de hand: misdaad, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en werkgelegenheid.

Criminaliteit is voor alle partijen onderwerp nummer één. Zuid-Afrika is een van de meest misdadige landen ter wereld, met Johannesburg als `crime capital'. De Nieuwe Nationale Partij (NNP) doet het voorkomen alsof de misdaad pas met het aantreden van het ANC in 1994 ontstond. Feit is dat tijdens de apartheid de townships aan hun lot werden overgelaten, terwijl voor de overwegend blanke politiemacht, die moordde in opdracht van de regering, het verschil tussen goed en kwaad volledig vervaagde.

Onderwijs. Ook hier is de erfenis van de apartheid loodzwaar. De in nederland geboren premier Hendrik Verwoerd introduceerde in de jaren zestig het beruchte Bantoe-onderwijs: voor zwarten volstond een paar jaar lagere school, een kleine elite onder hen mocht verder leren. De inhaalrace van nu betekent onherroepelijk een middelmatiger niveau. Blank gaat naar beneden, zwart omhoog.

Gezondheidszorg. Het oude verhaal: in de `verleden tijd' was het niveau van de gezondheidszorg voor blanken een van de allerhoogste ter wereld, terwijl de niet-blanken zich maar moesten zien te redden. Het gevolg is dat de voormalige blanke topziekenhuizen nu worden overspoeld door zwarte patiënten die wel eens willen ervaren hoe het is een `blanke behandeling' te krijgen.

Huisvesting. Hier wijkt het beeld af. Hoewel tijdens de vorige bedeling gescheiden woongebieden ontstonden, maakte de apartheidsregering werk van accommodatie voor niet-blanken. Met name in de toenmalige thuislanden werd een infrastructuur aangelegd die protserig is, maar niet slecht.

Werkgelegenheid. Hier lopen `toen en nu' niet ver uiteen. Onder de apartheid bestonden, naast de reguliere banen, vele bezigheden op afroep. Ook nu vindt men 's morgens op de straathoeken vele dagloners op zoek naar werk.

Hieronder volgen de prioriteiten van de belangrijkste partijen.

ANC (nu 252 zetels) Misdaadbestrijding. Tegen de doodstraf, voor strengere strafmaat bij zware misdaad. Wil het aantal in omloop zijnde wapens drastisch verminderen. Wil instelling leerplicht en toegang voor elk kind tot staatsscholen ongeacht of de ouders het schoolgeld kunnen betalen.

Bepleit een algemene volksgezondheid, te financieren door introductie van een sociaal verzekeringfonds. Wil een einde maken aan gescheiden woonontwikkeling die om economische redenen nog steeds bestaat. Belooft 15.000 nieuwe huizen per maand te bouwen. Stimulering industriële werkgelegenheid op basis van het marktmechanisme.

Nieuwe Nationale Partij (82 zetels) Voor herinvoering van de doodstraf onder het motto: geen genade voor misdadigers. Voorstander van onderwijs in eigen taal, dus ook het Afrikaans; wil aantal kinderen per klas drastisch terugbrengen. Zal de bezem halen door staatsziekenhuizen en de nadruk leggen op lokale zorg in de directe nabijheid van de mensen. Stimulering van koopwoningen. Wil einde maken aan de cultuur van niet-betalen voor goederen en diensten, zoals huur en elektriciteit. Voor een flexibeler arbeidsmarkt. Tegen de invoering van ras-quota en andere `raciale discriminatie', zoals de NNP positieve actie noemt.

Inkatha (43 zetels) Wil referendum houden over de doodstraf. Wil onderwijzend personeel verplichten strenger op te treden in plaats van het spenderen van meer overheidsgeld. Vóór gratis behandeling van werklozen en hen die niet voor de zorg kunnen betalen. Maakt van de bestrijding van aids/hiv prioriteit. Mensen moeten via hun lokale gemeenschap hun woonproblemen oplossen; de staat heeft niet voldoende fondsen om hen te helpen. Wil werkgelegenheid bevorderen door een grotere maar ook efficiëntere overheidssector.

Democratische Partij (7 zetels) Tegen de doodstraf. Wil het politie- en justitiële apparaat hervormen en meer aandacht aan slachtofferhulp geven. Wenst de machtige vakbond aan te pakken. Leerkrachten moeten beter presteren op straffe van ontslag. Wil aanpak van de bureaucratie in de staatsziekenhuizen; meer diensten moeten worden uitbesteed aan de particuliere sector. Voor privatisering van staatsbedrijven. Wil schoolverlaters stimuleren met `kansbonnen' voor training en het starten van een eigen bedrijfje.

United Democratic Movement (nieuwe partij, nog niet vertegenwoordigd, maar komt zeker in het nieuwe parlement). Wil een referendum over de doodstraf. Meer betrokkenheid van ouders en de gemeenschap bij de gang van zaken op scholen. Accent op primaire gezondheidszorg. Voor een drastische korting van de belastingen en tarieven bij de aanschaf van goedkope woningen. Meer privatisering. Afschaffing inkomstenbelasting voor lage lonen.