Vedette leert aankomend ballettalent bewegen

Constructie is het toverwoord in Model, de choreografie waarmee de Belg Piet Rogie (1954) het tienjarig jubileum viert van zijn gezelschap Rogie & Company, voorheen Compagnie Peter Bulcaen. Twee buizenstelsels, waarvan er een tot boven de publiekstribune doorloopt, suggereren het karkas van een huis. Her en der staan kartonnen maquette-varianten. Er zijn videobeelden te zien van een bouwput, wellicht ergens in Rotterdam, sinds 1979 de thuishaven van Rogie. De muziek is een compilatie van door ruisklanken onderbroken klassieke en moderne composities, van Lilith Stone en Dick Raaijmakers, The Beatles en Beck, tot Igor Stravinsky en de favoriet J.S. Bach.

De levende wezens in deze omgeving maken het idee van constructie, dat tegelijk ook verandering inhoudt, het meest tastbaar. Drie naaktmodellen, twee mannen en een vrouw, nemen op sokkels verschillende poses in en zetten daarmee het statische lichaam in een telkens nieuw perspectief.

Vijf jonge stagiaires van de Rotterdamse Dansacademie worden tot dansers gekneed, hun bewegingen tot choreografie gesmeed. Hun voorbeeld en beschermvrouwe is Janine Dijkmeijer, die haar stempel heeft gedrukt op talloze moderne dansproducties en eerder met Rogie werkte voor Judit (1994). Enkele prachtige solo's, met hoog zijwaarts opgetilde, ingedraaide benen en een rotsvaste plaatsing, tonen waar een gerijpt danser voor staat en doorgronden de betekenis van model en muze. Ontroerend is hoe zij als een moederkloek beweegt rond en tussen haar prille collega's, die met paardenstaartjes of een glimp van een tatoeëring treffend onthullen dat zij behoren tot de volgende generatie waarmee choreografen zullen werken. Dijkmeijer lijkt hen eerst vooral te schaduwen, gaat dan confrontaties aan en brengt hen beweging en durf bij. De jonge danseressen gaan steeds meer hun eigen gang en verruilen balletpakjes voor hippe outfits.

Model toont dat dans voor een belangrijk deel volgens het principe van `trial and error' en via imitatie tot stand komt. En dat choreografie een soort vals gespeelde estafette is: deelnemers lossen elkaar af, maar niet altijd meteen. Dat maakt groepsformaties mogelijk, unisono of in partijen opgesplitst. Het is interessant in grafisch opzicht en praktisch: iemand die wordt vastgehouden kan bijzondere bewegingen maken, zoals uit balans hangen zonder te vallen. De logica van het op- en afgaan van de dansers door drie deuren werd mij niet helemaal duidelijk. Het voelt als een brei van ontmoeting en afscheid, wat overigens wel het dansvak typeert.

Het lieve karakter van Model wordt versterkt door de aanwezigheid van Rogie zelf, als de hem zo charmant typerende bescheiden danser en als toeschouwer c.q. choreograaf aan de zijlijn. Hij schuivelt als een `weirdo' voorbij in een lange regenjas, maakt scharende bewegingen met zijn armen en ondersteunt Swantje Schäuble in twee duetten: eerst uiterst voorzichtig, later durft hij toch zijn hand op haar buik te leggen. In Model kruisen oud, middelbaar en jong elkaar, een driesprong van wegen op de vloer onderstreept dit. De choreograaf eert een vedette en maakt een sympathiek, uitnodigend gebaar naar de toekomst.

Voorstelling: Model door Rogie & Company, choreografie: Piet Rogie, toneelbeeld: Rogie, Alphons Verhallen en Jan Willem van der Weij. Gezien: 26/5, Theater Lantaren/Venster, Rotterdam. Aldaar 1 t/m 3/6. Inl. (010) 277 22 77.