Twijfels over omvang van fraude met Brussels geld

Volgens `Brussel' fraudeert Nederland met Europees gemeenschapsgeld dat bedoeld is voor werkgelegenheidsprojecten. Het `f-woord' is gevallen, maar of op grote schaal wordt gefraudeerd is de vraag.

,,Het is een schande'', zegt demissionair minister De Vries van Sociale Zaken over de zaak. ,,Het kan ook een foutje zijn'', vergoelijkt de woordvoerder van de arbeidsbureaus. Ze hebben het over de `vermoedens van fraude' die de Europese Commissie heeft omtrent werkgelegenheidsprojecten in Gelderland en het Rijnmondgebied. Om zoveel mogelijk subsidie te krijgen, zouden daar bij zes projecten meer werklozen zijn opgegeven voor scholingscursussen dan er in werkelijkheid waren, zo onthulde het Radio 1-Journaal gisteren. Het schadebedrag wordt door `Brussel' gesteld op dertig miljoen gulden.

Dat is aan de hoge kant, want dat is het totale bedrag dat in de desbetreffende projecten omgaat. Er zou dus sprake moeten zijn van fraude met elke gulden die aan de projecten wordt besteed. De uitvoerders van de projecten, waarin soms niet meer dan een paar ton omgaat, zijn dan ook verbaasd over de omvang van de fraude-beschuldigingen.

Of er voor enkele honderden miljoen guldens wordt gefraudeerd met het zogenoemde Europese Sociale Fonds (ESF), zoals hier en daar wordt gesuggereerd, is zeker de vraag. Dat zou namelijk evenzeer betekenen dat alle werkgelegenheidsprojecten waaraan de EU meebetaalt, volledig stijf staan van de fraude. Immers, jaarlijks maakt `Brussel' `enkele honderden miljoenen guldens' over op de rekening van Arbeidsvoorziening, beter bekend als de arbeidsbureaus. Het jaarlijkse ESF-bedrag varieert tussen de 400 en 500 miljoen gulden.

Verder is het de vraag of de acht onderzochte projecten representatief zijn voor de bijna 1.100 projecten waar in Nederland Europees geld wordt gestoken. Het lijkt er niet op dat Gelderland en de Rijnmond zijn onderworpen aan een steekproef. Een woordvoerster van de Euro-commissaris die over werkgelegenheid gaat, de Ier P. Flynn, verklaarde gisteren dat juist in die regio's onderzoek is gedaan, omdat de projecten opvielen door ongerijmdheden.

Zo werd een subsidieaanvraag gebaseerd op een aantal werk- en scholingsuren, die gezien het aantal opgegeven deelnemers volgens de woordvoerder van Flynn ,,fysiek onmogelijk'' konden worden ingevuld. Ook werden teveel deelnemers opgegeven.

De Algemene Rekenkamer, de controleur van de rijksfinanciën, constateerde in een in april vorig jaar gepubliceerd onderzoek al vergelijkbare fouten. In het algemeen deugt de administratie rondom de projecten niet – niet zo vreemd, meende de Rekenkamer, gezien de complexiteit van de Europese subsidieregels – en meer specifiek was het mis met de deelnemersadministraties. Ook de Rekenkamer stuitte op een project in Gelderland waar de hand werd gelicht met het aantal werklozen dat zou deelnemen.

Zoals in Gelderland het percentage, dat weergeeft hoe hoog de uitstroom van het project naar een `echte baan' is, laag wordt gehouden, zo bleken volgens de Rekenkamer alle onderzochte projecten een rooskleuriger beeld te schetsen van de eigen prestaties dan werkelijk gemeld had moeten worden. De werkelijke uitstroom lag ongeveer de helft lager dan de uitvoerders van de projecten opgaven aan hun geldschieter, Arbeidsvoorziening. Een uitschieter was een project waarbij vroegtijdig schoolverlaten werd bestreden. Gemeld werd dat 1.400 deelnemers na school een baan hadden gevonden. In werkelijkheid waren het er 121.

Het ESF bestaat sinds begin jaren zeventig. Voor de jaren 1994-1999 is zo'n vijfentwintig miljard gulden uitgetrokken voor projecten in de EU die vooral de langdurige werkloosheid en de jeugdwerkloosheid terug moeten dringen door het te voorkomen. Het geëigende middel daartoe is her-, bij-, na- of omscholing.

Nederland krijgt van dat bedrag een kleine twee miljard gulden dat rechtstreeks vanuit Brussel overgemaakt naar Arbeidsvoorziening. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er verantwoordelijk voor dat de ESF-subsidies juist worden besteed. Volgens de Rekenkamer heeft de minister een uiterst beperkt zicht op of Arbeidsvoorziening het spel volgens de regels speelt. Dat is voor De Vries slecht nieuws, want een van de belangrijkste doelstellingen die hij zichzelf heeft gesteld, het binnen een jaar aanbieden van werkervaring of scholing aan elke werkloze, steunt voor een groot deel op geld dat uit het ESF moet komen.

Financiering uit het Sociaal Fonds is eigenlijk co-financiering: Brussels geld wordt alleen overgemaakt als er al sprake is van Nederlands geld. Daarbij is de Europese subsidie maximaal hetzelfde bedrag is als dat wat er ter plaatse in wordt gestoken. De feitelijke uitvoering ligt bij de arbeidsbureaus die op grond van zeer uiteenlopende verzoeken van initiatiefnemers geld overmaken. Het kan bijvoorbeeld gaan om een gemeente die stadswachten wil opleiden voor de beveiligingsbranche of aan een instituut voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen die met behulp van intensieve begeleiding kinderen bij bedrijven wil laten werken.

De geldstromen van Brussel naar de arbeidsbureaus zijn volgens ambtenaren van de minsteries van Financiën, Sociale Zaken en Economische Zaken ,,intransparant''. Een overzicht van wat Nederland jaarlijks aan ESF-geld ontvangt is door geen van deze ministeries te geven. Reden is dat geld in fases wordt overgemaakt en dat dit bovendien regelmatig meerdere jaren overschrijdt. Daarbij gaat het tot overmaat van ramp ook nog om een groot aantal projecten.