Twee heksjes

Natuurlijk maken de gezusters Williams een arrogante indruk – en dan vooral Venus. Nu Roland Garros beiden minder succes heeft gebracht dan verwacht werd, krijgen ze nogal wat verwijten over zich heen. Zou het mijn dwarse natuur zijn, dat ik behoefte voel om bij wijze van variatie niet mee te zingen in het koort der criticasters? Misschien. Persoonlijk was ik best ingenomen met de totaal onverwachte victorie van dat aardige Oostenrijkse meisje Barbara, dat zo braaf haar middelbare school had afgemaakt alvorens de tennissport op de eerste plaats in het leven te zetten. En Venus valt te verwijten, dat ze van drie opeenvolgende matchpoints er niet één benutte. Maar als dat pas 18-jarige Amerikaantje na afloop zo vriendelijk was om een serie handtekeningen weg te geven, terwijl normaliter de verliezer met de staart tussen de benen wegsluipt, dan zou het best nog mogelijk kunnen zijn dat Venus een minder hautain karakter bezit dan men doorgaans aanneemt.

Wij hebben het hier over jongelui, die miljoenen verdienen als zij goed scoren en financieel al binnen zijn, terwijl ze nog nauwelijks oud genoeg zijn om te mogen stemmen – in Nederland althans. Toptennis creëerde vrij lang geleden al zijn eigen wereldje, waar eigen wetten heersen en de verschillen met wat wij het gewone leven noemen, zijn alleen maar groter geworden. Henk Timmer en zijn tijdgenoten leefden niet op een eiland, laat staan in de stratosfeer. Maar Björn Borg, eenmaal neergestreken in zijn droomhuis in New York, was in de loop van zijn carrière al aan ons niveau ontstegen. Tot dat slag behoren de Williams-sisters. Of zij dat volhouden en ook nog een beetje gelukkig worden kan nog niet worden vastgesteld. Ze zijn nog bloedjong. Een paar praktische zaken zouden ze wellicht ter harte kunnen nemen op hun weg naar nog hoger. Papa inruilen voor een bekwame coach met ervaring lijkt nogal voor de hand te liggen. En zich tevoren een beetje verdiepen in de te verwachten kwaliteiten en eventuele eigenaardigheden van hun eerstvolgende tegenstandster valt aan te bevelen.

Ooit kwam ik in een Londense boekhandel in contact met Althea Gibson, een gekleurde Amerikaanse speelster die in de vijftiger jaren Wimbledon won: de eerste niet-blanke die dat presteerde. Ondanks haar grote aanleg had zij lang en zwaar moeten vechten om tot toernooien te worden toegelaten, waarvan de blanke organisatoren liever geen donkere meisjes toelieten. Waarschijnlijk komt die handicap tegenwoordig in de Verenigde Staten niet of nauwelijks meer voor. Maar het zou kunnen dat de zusjes zich toch nog enigszins achtergesteld voelen en daarom er behoefte aan hebben zich super-onafhankelijk op te stellen. Gezellig is anders, maar voor mij mag elk groot toernooi één of twee heksjes herbergen. Kleurloosheid is erger en daarvoor hoef je met Venus en Serena niet te vrezen.