Tilburgse sinecure

Er kan geen interview met hem worden gepubliceerd of zijn interviewers proberen hem in de verleiding te brengen even ontspannen mee te speculeren over zijn volgende ambitie. Of hij zich al heeft opgemaakt voor de race naar het premierschap, dan wel kiest voor de omweg langs het burgemeesterschap van Amsterdam? De interviewers die in de burgemeester van Tilburg Johan Stekelenburg de geboren opvolger van premier Kok zien, schijnen er vanuit te gaan dat de oud-voorzitter van de FNV (en daar opvolger van Kok) zich die belangstelling graag laat aanleunen en daarom wel bereid is iets te zeggen dat kan worden uitgelegd als een variatie op de slogan: `Klaas komt eraan'. Maar Stekelenburg is wel zo verstandig zijn veronderstelde happigheid te bedwingen en zich door zijn ondervragers – in dit geval die van Vrij Nederland – niet in de kaart te laten kijken.

Stekelenburg heeft ongetwijfeld goede papieren voor hogere politieke functies. Hij ligt goed in de markt, heeft krediet bij links en bij rechts en hij was waarschijnlijk wel burgemeester van Rotterdam geworden als hij wat langer in Tilburg had gediend. In de PvdA duikt zijn naam inderdaad regelmatig op als een van de vaandeldragers die geroepen zijn de vlag van de leider over te nemen wanneer die ermee ophoudt. Stekelenburg neemt het fluiten van die zoete vogelaars niet al te serieus. Ook daar doet hij verstandig aan. De ware geroepene doet alsof het hem niet aangaat, want hij weet dat vele eersten de laatsten zullen zijn. Stekelenburg is nog genoeg protestant om die oudtestamentische waarschuwing ter harte te nemen. ,,Wie al te nadrukkelijk als kroonprins wordt genoemd, weet bijna zeker dat hij of zij niet de echte opvolger zal worden'', zegt hij in VN. Oud-FNV'ers denken onmiddellijk aan het lot van NVV-voorzitter André Kloos, die door de Haagse Post (uitbundig omslagverhaal) al ingehaald was als de nieuwe minister-president van Nederland (gekozen nog wel) en al zo goed als gebalsemd was, maar nooit werd gevraagd.

Toch zou ik mijn geld niet op de kandidatuur van Stekelenburg als de premier van de toekomst zetten als ik tot zijn aanhangers behoorde. Johan Stekelenburg mag er nog zo geschikt voor worden geacht, ik denk niet dat hij er het vereiste offer voor zal brengen. Ik voorspel dat hij tegen de tijd dat het ambt voor hem in gereedheid wordt gebracht te veel geld verdient om zich nog voor de publieke dienst beschikbaar te stellen. Hij verdient nu al twee keer zoveel als de minister-president en dat wordt alleen maar meer als hij tussen nu en het vertrek van Kok nog een paar inkomensbestanddelen erbij vergaart. De burgemeester van Tilburg (in grootte de zesde stad van Nederland) verdient twee ton 's jaars uit de kas van het openbaar bestuur (salaris plus toelage, om precies te zijn 200.880 gulden) en daarboven op nog eens zo'n bedrag uit commissariaten. De schadeloosstelling die hij als lid van de Eerste Kamer ontvangt en het bedrag dat met zijn infrastructuur gemoeid is (dienstauto, chauffeur), laat ik gemakshalve dan nog buiten beschouwing.

Een premierschap kan soms te vroeg komen. Dat lijkt zeker voor Stekelenburg op te gaan. Hij heeft al zijn schapen nog niet op het droge en moet dus nog een poosje doorverzamelen voordat hij, in de traditie van Colijn, de financiële onafhankelijkheid bezit om zich voor het premierschap beschikbaar te stellen. Dat zou langer kunnen duren dan zijn politieke vrienden in de PvdA lief is.

Stekelenburg is president-commissaris van de uitgeverij Weekbladpers (boeken, weekbladen, onder meer Vrij Nederland, maandbladen, vaktijdschriften), een onderneming die haar idealistische commissarissen sober beloont, maar hij is ook commissaris bij ondernemingen die hun commissarissen royaal belonen (DSM, ING Bank, KLM). Bitter grapje van een Tilburgse professor die Stekelenburg bij een activiteit van zijn universiteit wilde betrekken en er niet in slaagde met hem in contact te komen, omdat de burgemeester op het punt stond van de KLM naar DSM te rijden en bij terugkomst een afspraak had met ING en ook de volgende dag verhinderd was, omdat hij naar de Eerste Kamer moest.

Die opeenstapeling van extraterritoriale verplichtingen toont eens te meer dat het openbaar bestuur in Nederland even wonderlijke verhoudingen als merkwaardige anomalieën te zien geeft. Ministers moeten alle bijbanen die hun onafhankelijkheid kunnen bedreigen (al dan niet gehonoreerd) neerleggen, maar burgemeesters kunnen net zoveel commissariaten aannemen als hun wordt aangeboden. Even wonderlijk: Stekelenburg moet als lid van de Eerste Kamer het beleid van de minister van Binnenlandse Zaken controleren, die onder meer verantwoordelijk is voor de benoeming van burgemeesters. Merkwaardig: terwijl ministers door de bank genomen werkweken van 100 uren maken en zich zelfs in de weekends niet kunnen ontdoen van hun loodgieterstassen (waardoor familieleven en vriendschappen er meestal bij inschieten) kunnen burgemeesters van het type-Stekelenburg ongelimiteerd schnabbelen. Stekelenburgs burgemeesterschap is in feite een bijbaan: hij wekt de indruk vaker buiten Tilburg te zijn dan erin. In elk geval is hij er met zijn hoofd voortdurend buiten. Het zou niet onredelijk zijn als de minister op grond daarvan zijn schadeloosstelling zou aanpassen en hem zou betalen naar rato van het aantal uren dat hij zich voor Tilburg inspant. Stekelenburg is geen modale burgemeester en het is ongetwijfeld niet fair de hele beroepsgroep met hem op één lijn te stellen. Verreweg de meeste burgervaders doen hun werk met de inzet die van hen verwacht wordt. Burgemeesters van grote steden hebben de laatste jaren veel terrein verloren aan de wethouders, die overal zwaardere en belangrijkere portefeuilles hebben dan de voorzitter van hun college. Maar dat hoeft de minister van Binnenlandse Zaken niet te beletten de burgemeester van Tilburg aan te sporen zich voor honderd procent aan Tilburg te wijden en zich niet meer dan op dinsdagen – wanneer de Eerste Kamer zit – met de hogere politiek te bemoeien.