Rotterdamse rariteiten

Het lelijke stenen bakbeest dat het oog treft bij het verlaten van het Rotterdamse station Blaak is het gebouw van de Koninklijke Nedlloyd aan de Boompjes aan de Maas, juist waar de oevers nog zo prachtig behouden zijn. Een supermodern kantoor, elektronisch beveiligd – zonder degelijke afspraak kom je er niet in. Van het contrast stond ik dan ook paf, toen ik op de tiende verdieping een rariteitenkabinet betrad, volgestouwd met antiek en curiosa. Een aardbol uit de vorige eeuw, een kostbaar klokje, in een vitrine een opgetuigd schip. Tientallen schilderijen leunen tegen elkaar op de vloer, gezicht naar de muur. Onder glas staat een kleine, houten, enigszins vermolmde, abt te bidden. ,,Hij komt uit een klooster bij Barcelona. Hij is eeuwenoud maar niemand weet hoe oud'', verklaart conservator J.M.H. van der Hidde (73). Hij beheert het historische bezit van zeven Rotterdamse en Amsterdamse rederijen die indertijd fuseerden tot de huidige maatschappij. ,,We hebben twaalfhonderd stukken, kunst en kitsch, maar allemaal historie.''

Hij is oud-stuurman bij de koopvaardij, werd later ladingsinspecteur aan de wal en belastte zich liefdevol met het beheer van het kunstbezit. Nedlloyd wist geen raad met al die spullen.

,,Een prachtcollectie. Zoiets vind je bij geen enkel ander bedrijf'', verzekert Van der Hidde me. De fraaie hoekkasten stammen uit Hamburg begin deze eeuw. Een forse, met staal beslagen schatkist uit een kapiteinskajuit was piratenbestendig; zonder de verborgen sleutel krijgt niemand hem open. ,,Reders van de oude stempel hadden belangstelling voor kunst en zetelden in fraaie kantoren'', vertelt Van der Hidde. ,,Ze gaven opdrachten aan bekende schilders.'' Hij draait een doek voor me om, van de bijna manshoge Amsterdamse reder Jhr. L.P.D. op ten Noort, met wit brokaten vest, werk van de grote portretschilder Jan Veth, vriend van de Tachtigers. Vooral de handen zijn bijna griezelig levensecht. ,,Dit hing in de statige vergaderzaal of in de directiekamer. Met strenge blik zag hij neer op zijn personeel.''

Onder de magistraat rust, ook op zijn gezicht, een soortgelijk portret van een andere havenbaron, bij de dood van Jan Veth in 1924 onvoltooid. ,,Bij een jubileum kreeg de reder een portret cadeau van zijn personeel. Agenten overal ter wereld voelden zich verplicht het bedrijf dure cadeautjes te schenken. Er staan hier ook prullen hoor, boerderijtjes en bosgezichten. Die kocht een werf om de scheepssalon op te vrolijken.''

Dat geldt niet voor de kostbare krijttekeningen, zeilschepen op zee, van Willem van der Velde (17de eeuw) en andere zeetaferelen, zoals van E.M. Ede. Van der Hidde laat belangrijke stukken restaureren, zo nodig opnieuw inlijsten, en probeert ze zoveel mogelijk uit te stallen, zoals twee van de zes doeken van de destijds bekende schilder van louter lucht en golven, Oskar Mendlik, (1871-1963). Op de gangen en in het restaurant staan kostbaarheden uitgestald: zilveren sigarendoos, kompas, een Indische kris, twee bronzen zuilen van de beeldhouwer Lambertus Zijl, die interieurs van luxe passagiersschepen versierde.

Van der Hidde's eigen passie betreft scheepsmodellen. Daarvan prijken er 170 in de gangen en kantoren. Zeilschepen, stoomschepen, passagiers- en koopvaardijschepen, uit de heerlijke tijden dat varen nog de gewone manier van reizen was. Een romantica als ik kan daar uren naar kijken. Ook de conservator kijkt er verliefd naar, wijst op het model van een vrachtschip. ,,Dat is het laatste schip waarop ik gevaren heb.''

Wie het beheer moet overnemen als Van der Hidde er over twee jaar mee ophoudt, is onbekend. Terug in de verborgen schatkamer boven vraag ik of er werkelijk in dat gigantische kantoor geen ruimte is voor een klein museum. De conservator heeft er alle vertrouwen in dat het er komt. Van verschillende kanten krijgt hij fondsen. ,,Lange tijd dacht men uitsluitend aan geld verdienen. Maar de moderne ondernemer heeft weer belangstelling voor kunst.''