Overheid moet geen doktertje spelen

Minister Borst wankelt door twee conclusies van de commissie Vliegramp Bijlmermeer. Maar de beloofde onderbouwing van die conclusies is niet sluitend.

De lokale en landelijke overheden hebben te traag gereageerd op gezondheidsklachten van Bijlmerslachtoffers en -hulpverleners. De klachten zijn ook onderschat. De overheid is te weinig uitgegaan van klachten en heeft te veel naar mogelijke oorzaken van de ramp gezocht. Daardoor zijn de gezondheidsklachten in aard en aantal toegenomen. De tweede conclusie is dat de gezondheidsinspectie het gewenste individueel lichamelijk onderzoek te weinig heeft geïnitieerd en, na het bekend worden van patiënten met autoimmuunziekten, haar maatschappelijke en medische taak onvoldoende uitgeoefend.

Dat zijn de conclusies waar Borst over kan vallen. Op de feitelijke onderbouwing van die conclusies in het Bijlmerrapport kwam kritiek. Van de regering, en in de Tweede Kamer vorige week vooral van de zijde van Borsts partij D66. De enquêtecommissie stuurde voorafgaand aan haar debat met de Kamer een nadere onderbouwing van die conclusies naar de Kamer.

,,Hierin staat het bewijs,'' riepen Kamerleden vorige week vanachter de interruptiemicrofoon tegen hun collega Van Walsem van D66 die zijn minister steunde. En ze wapperden met de wetenschappelijke artikelen die de enquêtecommissie had verstrekt. Maar lezing van de publicaties leert dat ze geen bewijs bevatten voor het effect van de overheid op gezondheidsklachten.

De toelichting van de commissie richt zich op de traagheid en onderschatting. Het verwijt aan de regering dat vooral de technische oorzaak van de vliegramp is onderzocht en niet is gelet op de klachten van de slachtoffers krijgt weinig aandacht. Toch blijkt juist uit dat verwijt dat de Bijlmercommissie een geheel eigen opvatting heeft gehad over de taak van de overheid op het gebied van de volksgezondheid. Artsen luisteren naar klachten, vragen verder, stellen een diagnose en behandelen een ziekte. De overheid met oog voor de volksgezondheid kijkt welke ziektebronnen een gevaar voor de bevolking vormen en probeert die oorzaken weg te nemen. De inspectie van de gezondheidszorg kijkt of artsen hun taak naar behoren uitvoeren, zodat niet de artsen de oorzaak van ziekte worden. Zo zijn vanouds de taken verdeeld. De overheid moet geen doktertje spelen. Waarom de Bijlmerenquêtecommissie die volksgezondheidstraditie heeft verlaten is tot nu toe onduidelijk.

Het debat spitst zich echter toe op de vraag of de overheid te traag is geweest. Waar iedereen het over eens is, is dat een ramp gezondheidsklachten veroorzaakt. De aarzelingen ontstaan waar de Bijlmercommissie zegt dat een actieve overheid klachten en ziekte na een ramp kan beperken. Een overheid kan dat doen, schrijft de commissie, door het wegnemen van onzekerheden, door aandacht te tonen voor gezondheidseffecten na een ramp, door in te gaan op vragen van slachtoffers en door complottheorieën te weerleggen.

In het bijgeleverde literatuuronderzoek met een samenvatting van 65 wetenschappelijke publicaties wordt die bewering echter niet onderbouwd. Evenmin staat er iets over te lezen in de vier geselecteerde wetenschappelijke artikelen die de commissie aan de Kamer stuurde. Sterker nog: de bewering dat de overheid het aantal klachten beïnvloedt, wordt daar eerder in ontkend dan bevestigd.

In een artikel uit 1989 van de Italiaan dr. P. Bertazzi (vooral handelend over de giframpen in Seveso en Bhopal) worden wel de media en `culturele druk' (bijvoorbeeld de discussie over verplichte abortus voor de vrouwen die in de buurt van de in Seveso ontplofte fabriek woonden) als stressveroorzakers gezien. Maar Bartazzi ontkent de invloed van de overheid. In een artikel van de Belgische hoogleraar M.F. Lechat uit 1990 ligt de nadruk op het wegnemen van de oorzaken van rampen door de overheid. Het oudste artikel (uit 1974) van Britse psychiaters is vooral een pleidooi voor het erkennen van posttraumatische stressstoornissen (PTSS). In het nieuwste artikel (1998, dus ver na de Bijlmerramp van 1992) analyseren de Amerikaanse onderzoeker R.S. Epstein en zijn collega's welke mensen na een vliegtuigongeluk last van PTSS zullen krijgen. Epstein wijst op een belangrijke rol van de dokter niet van de overheid.

Toch concludeert de Bijlmercommissie in haar aan de Kamer gestuurde documentatie: ,,bestudering van andere grote rampen toont aan dat overheidsoptreden van invloed is op de aard en de omvang van de gezondheidsklachten die ontstaan na een ramp.'' Ter illustratie wordt de opvang van de overlevenden van de gekapseisde veerboot Herald of Free Enterprise (maart 1987) vergeleken met de nazorg voor overlevenden van de gezonken veerboot Estonia (september 1994). In het eerste geval is veel stress en onrust voorkomen door adequate informatie over de toedracht en mogelijke gevolgen, schrijft de commissie. Bij de Estonia bleven veel vragen openstaan, zijn complottheorieën ontstaan `met alle gevolgen voor de toename van onzekerheid, stress en gezondheidsklachten van dien'. Literatuurverwijzingen of cijfers met aantallen zieken geeft de commissie niet.

Wie zelf zoekt in de databank voor medische literatuur (Medline) vindt elf artikelen over de Herald of Free Enterprise. Sommige overlevenden zijn inmiddels zes jaar gevolgd. Bij de belangrijke voorspellers voor psychiatrische problemen wordt de overheid niet genoemd. Daarentegen gaat een van de drie medische artikelen over de Estonia over de psychiatrische crisisopvang van geredden. De conclusie is dat alle grote ziekenhuizen een plan voor een grootschalige psychiatrische spoedbehandeling moeten hebben. Daar zou de inspectie op toe kunnen zien. Dat valt weer onder het hoofdstuk `wegnemen van oorzaken' door de overheid, niet onder de aandacht voor de klachten die de Bijlmercommissie zo graag wilde zien.