Oudjes spelen tennis in slow motion

Samen met vele andere tennishelden van weleer doet Tom Okker (54) deze week op Roland Garros mee aan het senioren- toernooi. ,,De winnaars gaan toch met extra francs naar huis'', weet de `Flying Dutchman' die gisteren aan de zijde van Ilie Nastase aantrad in Parijs.

Om zijn nek bungelt een groene identiteitskaart waarop joueur staat. In de tweede week van Roland Garros is Tom Okker de enige Nederlandse tennisser die nog in actie komt. De 54-jarige galeriehouder laat deze week met zeven leeftijdsgenoten het verleden herleven. Samen met Ilie Nastase neemt Okker deel aan een vijftig-plustoernooi waaraan ook Manuel Santana, Stan Smith, Ken Rosewall, Fred Stolle, John Newcombe en Tony Roche meedoen. Voor veel jeugdiger oudgedienden als Björn Borg, John McEnroe en Henri Leconte is een soortgelijk 35-plustoernooi.

De oude gladiatoren begonnen gisteren aan het dubbeltoernooi om Le Trophée des Légendes. Het eerste dat opviel toen Okker-Nastase en Santana-Smith baan 1 van Roland Garros betraden, waren hun melkwitte benen die sterk contrasteerden met het rode gravel. Een gebruinde huid is een van de handelsmerken van een proftennisser. De helden van weleer lopen echter nog maar zelden in korte broek. Okker bijvoorbeeld speelde twee weken geleden bij het veteranentoernooi van Mook voor het laatst een partij. Zijn voorbereiding op Roland Garros bestond uit een uurtje ,,ballen'' op zondagmiddag.

Okker is allang geen `Vliegende Hollander' meer. Toch kon de slow-motionfilm die de vier oudgedienden gisteren opvoerden veel toeschouwers meer bekoren dan de saaie baselineduels op centrecourt. Soms fraaie staaltjes tennis werden afgewisseld met koddige vertoningen van vooral Nastase. De buikige Roemeen hing veelvuldig de clown uit. Hij spoot toeschouwers nat die Santana aanmoedigen en becommentarieerde luidkeels (,,Bravo ouwe'') de missers van zijn collega's.

Okker speelt nog zo'n zes toernooien per jaar. Ook op Wimbledon en bij de US Open is de Nederlandse veteraan komende zomer van de partij. Zijn reis en verblijf worden altijd door de organisatie vergoed. Bovendien strijden de acht spelers in Parijs om een prijzenpot van 150.000 gulden. Ook al lijkt het allemaal niet zo serieus, zegt Okker, iedereen is nog steeds verslaafd aan winnen. ,,De winnaars gaan toch met extra francs naar huis.''

De oudgedienden spelen twee sets en bij een gelijke stand nog een tiebreak. De organisatie stelt de koppels samen. Okker is blij met Nastase. Hij kent zijn partner al meer dan dertig jaar. In het enkelspel kwamen zij vroeger minstens honderd keer tegen elkaar uit, vertelt Okker. Als Nastase in het spelersverblijf 's middags zijn partner verwelkomt, zegt hij: ,,Of ik blij ben met Okker? Tom boft dat hij met een speler als ik mag samenspelen.'' Met een grote grijns loopt de ex-kandidaat voor het presidentschap in Roemenië onmiddellijk weer weg.

Vorig jaar speelden Okker en Nastase ook samen op Wimbledon. In de eerste set van hun partij tegen Rosewall en Stolle moest Okker toen opgeven wegens een zweepslag in zijn kuit. De Flying Dutchman maakte toen in een rolstoel zijn aftocht. Okker: ,,Kramp zal ik niet krijgen. Maar op mijn leeftijd loop je wel het risico van een spierscheuring. En ik ben niet zo fit als bijvoorbeeld Tony Roche.''

Toch neemt Okker tijdens zijn partij tegen Santana en Smith bij de wisseling van speelhelft zelden de moeite om te gaan zitten. ,,Dat ben ik zo gewend. Toen ik begon stonden er helemaal geen stoelen op de baan. Met een handdoek wiste je even het zweet van je voorhoofd en daarna ging je weer verder.''

Sinds zijn gloriedagen heeft de tennissport een metamorfose ondergaan. Het drukke Roland Garros noemt de halvefinalist van 1969 ,,een dierentuin''. Van het hoofdtoernooi pikt hij af een toe een setje mee, meer niet. Hij mist het geduld om wedstrijden van begin tot eind uit te zitten. Het aanbod is ook weinig gevarieerd, stelt Okker. ,,Je ziet alleen maar baselineduels. Vroeger deden servicevolleyspelers als Emerson, Newcombe en Laver het hier toch wel goed en had je vaker confrontaties met twee speelstijlen.''

Tennis is een erg commerciële sport geworden, vat Okker de ontwikkelingen van de afgelopen decennia samen. ,,In mijn tijd reisden we met zo'n dertig spelers van toernooi naar toernooi. Nu wordt er soms op wel vier plaatsen tegelijk gespeeld. De verschillen aan de top zijn veel kleiner geworden. Kijk eens hoeveel, soms onbekende spelers nu meedoen om de prijzen.'' Ter illustratie pakt Okker het kwartfinaleschema van Roland Garros erbij. ,,Vraag maar eens aan iemand wat voor sport Meligeni of Filippini doet. Een dikke kans dat ze het antwoord schuldig blijven.''

Veel spelers stralen te weinig plezier uit. Het enthousiasme van Agassi vond Okker zondag een verademing. ,,De wil om te vechten spatte er vanaf.'' Okker kan eigenlijk maar één ding bedenken wat hem echt niet bevalt aan het hedendaagse tennis: de mogelijkheid om tijdens de partij naar het toilet te gaan. ,,Dat is een farce, complete waanzin. Alles wat je drinkt, zweet je onmiddellijk weer uit. Om de haverklap zien ik spelers van de baan lopen. Ik heb in twintig jaar nooit de aandrang gevoeld om tijdens een wedstrijd te gaan plassen.''