`Nabestaanden geschoffeerd'

Een voormalig maatschappelijk werker van het ministerie van Defensie, F. Spijkers, is de afgelopen vijftien jaar ,,door een hel gegaan''. Het ministerie liet betrokken nabestaanden al die jaren in het ongewisse.

F.Spijkers, oud-medewerker van Defensie, was vorige week donderdag, echt waar, vol verwachting van huis gegaan. Eindelijk zou ,,de kogel door de kerk gaan''. De Tweede Kamer zou met staatssecretaris Van Hoof (Defensie) spreken over het rapport dat de Nationale Ombudsman had opgesteld over de bemoeienis van het ministerie van Defensie met de zogeheten AP-23 antipersoneelsmijn. Een mijn, waarvan Defensie al in 1970 wist dat die ondeugdelijk was, en die acht Nederlandse militairen het leven kostte en die het leven van Spijkers voor altijd zou veranderen. Maar op de achterste rij zat Spijkers zich te verbijten, terwijl hij driftig aantekeningen maakte op een enveloppe.

In het overleg van de Tweede Kamer met staatssecretaris Van Hoof zou een begin worden gemaakt met het eerherstel van Spijkers en zouden er afspraken worden gemaakt over een regeling met de betrokkenen, dacht Spijkers.

Tot zover de verwachtingen. Want het liep ,,even wat anders'', aldus Spijkers. Zeker, zo zegt hij, de staatssecretaris gaf toe dat Defensie de Kamer heeft misleid. Bovendien heeft hij ter plekke zijn excuses aangeboden en ingestemd met de komst van een onafhankelijke arbitragecommissie, die met een ,,bindende oplossing'' moet komen voor de nabestaanden en de overlevenden. ,,Wat dit betreft ben ik tevreden.''

Maar na de vergadering was Spijkers toch `gramstorig'. ,,Het taalgebruik van de staatssecretaris sloeg werkelijk alles. Dat jargon is toch niet te begrijpen? Bovendien vind ik het een schande dat hij geen fatsoenlijke excuusbrief wil schrijven aan de betrokkenen. Daar heb ik me flink over opgewonden. Hij schoffeerde de nabestaanden gewoon. En hij wist dat er in ieder geval eentje in de zaal zat.''

Spijkers heeft zich de afgelopen vijftien jaar wel vaker opgewonden. Hij moest in 1984 als maatschappelijk medewerker van Defensie aan mevrouw M. Ovaa meedelen dat haar man, beroepsmilitair en mijnenspecialist, bij een ongeval met een AP-23-mijn om het leven was gekomen. Spijkers moest naar eigen zeggen van Defensie zeggen dat het de schuld van Ovaa was, terwijl de militair in werkelijkheid om het leven was gekomen doordat de mijn een constructiefout bevatte. En Defensie wist dat.

Door hetzelfde type mijn waren er in 1983 al zeven militairen om het leven gekomen. Spijkers weigerde mevrouw Ovaa voor te liegen – een weigering die het begin werd van een jarenlang gevecht met Defensie. Hij werd in 1993 ontslagen, volgens Defensie omdat hij zichzelf onmogelijk had gemaakt. Tot in hoogste instantie vocht Spijkers – tevergeefs – zijn ontslag aan.

In 1997 was er een kleine omslag. Voor het eerst gaf Defensie toe dat de ongelukken een gevolg waren van de constructiefouten. En medio april van dit jaar kwam, op verzoek van het ministerie, het rapport van de Nationale Ombudsman. Die constateerde dat Defensie de Kamer in de loop der jaren onjuist heeft voorgelicht en feitelijke informatie heeft verdoezeld. Staatssecretaris Van Hoof wenste aan de uitkomsten van het onderzoek door de Ombudsman ,,niets af te doen, en het te gebruiken als basis voor verder handelen'', zo zei hij tegen de Kamer. Alle partijen willen dat het `AP-23-dossier' nu zo snel mogelijk wordt gesloten.

Ik had het idee, zegt Spijkers, dat hij dat verhaal over die arbitragecommissie ter plekke verzon. ,,Anders had Van Hoof nu toch al wel geweten hoe het verder moest. Dan had hij niet, zoals nu gebeurde, nog eens moeten zeggen dat hij er advies over wilde inwinnen.'' De opvatting van Spijkers is helder: er moet van het kabinet een ,,algemeen excuus komen voor alle nabestaanden en overlevenden, en er moet een goede materiële en immateriële regeling voor alle betrokkenen worden afgesproken''. Spijkers: ,,De nabestaanden hebben vijftien jaar lang niets van Defensie gehoord. Die weten nog altijd niet wat er echt met hun vader, met hun man is gebeurd. En dan is vijftien jaar heel lang, hoor.''

Voor zichzelf wil Spijkers ook eerherstel. Lastig, volgens Van Hoof, omdat zijn ontslag al voor de rechter heeft gediend. Om te beginnen zou Spijkers, samen met mevrouw Ovaa, een gesprek willen hebben met minister De Grave van Defensie. Gewoon, om er in alle openheid eens over te praten. En vervolgens een goede regeling, al zal dat wat Spijkers betreft nooit meer dan een heel klein doekje voor het bloeden zijn. ,,Wij zijn als gezin de afgelopen vijftien jaar door een hel gegaan. Tientallen rechtszaken, tot 2011 in de Bijstand, veel leed en zorgen. De vernieling is nooit in financiële zin te vertalen.'' Het wachten is nu eerst maar eens, zegt Spijkers, op de komst van de echt onafhankelijke arbitragecommissie. Hij is optimistisch.