`Hamvraag bij liberalisering stroomsector overgeslagen'

De geliberaliseerde stroommarkt kan gaan functioneren, maar de politiek heeft de hamvraag overgeslagen, vindt jurist en econoom Annelies Huygen.

De jurist en econoom Annelies Huygen (44) heeft de afgelopen jaren de hete adem van de actualiteit in de nek gevoeld. Terwijl de nieuwe elektriciteitswet zijn gang door het parlement maakte, onderzocht Huygen de noodzakelijke greep van de overheid op de Nederlandse elektriciteitssector na de in deze wet vervatte liberalisering. Dat leidde tot het proefschrift Regulering bij concurrentie, waarop ze vandaag verwacht te promoveren.

Huygen is optimistisch over de toekomstige prijsdalingen (zeer wel mogelijk) en de gegarandeerde beschikbaarheid van stroom (geen probleem) en vindt dat ,,we ongelooflijk ver zijn gekomen met de elektriciteitswetgeving'.

Er zit echter een flinke adder onder het gras. Het `bouwwerk' dat Huygen heeft onderzocht staat of valt met de vraag of de onafhankelijkheid van de infrastructuur is gegarandeerd. `Moet je bij de liberalisering van de nutssector en de privatisering van de nutsbedrijven ook de infrastructuur privatiseren?', luidt de hamvraag. ,,Het is verbazingwekkend dat in het langdurige politieke debat deze vraag geen rol gespeeld.' Vandaag lijkt de vraag voor het eerst schoorvoetend te worden opgeworpen, nu de Eerste Kamer debatteert over de nieuwe wet. De regionale elektriciteitsnetten blijven eigendom van de distributiebedrijven die straks in particuliere handen komen; het landelijk hoogspanningsnet komt voor iets meer dan de helft in staatsbezit — voorlopig. ,,De transportnetten voor de elektriciteit zijn een monopolie, er is geen alternatief voor een dergelijke infrastructuur', zegt Huygen. ,,Je privatiseert toch ook niet de snelwegen? En als je enkele snelwegen wel privatiseert, dan verkoop je die toch niet aan de transport- en taxibedrijven? Toch is dat precies wat er gebeurt met de regionale elektriciteitsnetten.'

Wat is het praktische probleem?

,,Stel dat een transportnet in handen van de maffia komt. Natuurlijk is dit niet zo waarschijnlijk, maar als jurist moet ik uitgaan van het ergste. Als een stroomproductiebedrijf in handen komt van de maffia en voortdurend storingen veroorzaakt, dan kun je dat van het net gooien. Maar het transportnet kun je niet uitschakelen, want daarvan is iedereen afhankelijk. Daarbij is het als overheid veel makkelijker een publiek bedrijf te sturen dan een private onderneming die onmiddellijk met schadeclaims klaarstaat. Bij de privatisering van de Amsterdamse kabel, ook een monopolie, zie je problemen met het aanbod van de tv-zenders [geen plaats voor CNN, red.] waarbij de overheid nauwelijks meer kan sturen.'

De privatisering van de Amsterdamse kabel is gebeurd in de verwachting dat er naast de kabel andere mogelijkheden zouden ontstaan om tv-zenders te ontvangen, zoals de satelliet.

,,Dat was wishful thinking. Nu blijkt dat die nieuwe technologische ontwikkelingen helemaal niet zo hard gaan en dat de kabel nog een monopolie is. Waarom niet gewacht op die alternatieven?'

Bij de spoorwegen is de infrastructuur in overheidshanden gebleven en alleen de exploitatie verzelfstandigd. Een goed voorbeeld?

,,De spoorwegen zijn een voorbeeld van hoe het absoluut niet moet. Men heeft de spoorwegen eerst verzelfstandigd om de efficiency te verbeteren en daarna is men pas gaan kijken of er geliberaliseerd kon worden. En dat kan helemaal niet. De infrastructuur mag in overheidshanden zijn gebleven, concurrentie op het spoor is niet reëel. De politiek heeft dus een ongecontroleerd monopolie gecreëerd. De overheid is wel aandeelhouder, maar wil niets meer te vertellen hebben over reizigerstarieven, trajecten of investeringen. [De overheid onderhandelt overigens wel met de NS over een prestatiecontract, red.] De spoorwegen zijn natuurlijk niet geïnteresseerd in het gebruik van het lijntje naar Winterswijk en investeren liever in de telecomactiviteiten.'

Is het beter geregeld bij de regionale busbedrijven, die een concessie krijgen om een regio te bedienen?

,,Het is in elk geval goed dat het hier om tijdelijke concessies gaat, zodat de overheid bij wanprestatie in zee kan gaan met een andere speler. Het is dan wel belangrijk dat in het contract expliciet wordt opgenomen dat de concessie na zoveel jaar kan worden beëindigd. Maar de vraag is of dat in de praktijk gaat werken, al die gemeenten en provincies die zeer ingewikkelde contracten sluiten. Het zijn ongetwijfeld capabele ambtenaren, maar ze zijn niet gewend om dit soort zaken te doen en ze hebben bovendien 100.000 andere dingen om handen.'

Is, om nog even naar de stroomsector terug te keren, de nieuwe toezichthouder DTe wel berekend op zijn taak bij onder meer de bewaking van het landelijke hoopspanningsnet en de vrije toegang daartoe?

,,Ik constateer dat in Engeland 250 mensen werken bij de toezichthouder, in Noorwegen 380, in Californië 468. In Nederland werken bij de DTe 15 mensen. Of dat genoeg is, kan ik niet beoordelen.'

Bij de regionale netten wordt getracht de onafhankelijkheid van het net te garanderen met een netbeheerder, die een eigen raad van commissarissen heeft. Werkt dat?

,,Ik zie dat niet voor me. Juridisch is het een monstrum, een eiland binnen een distributiebedrijf dat tot grote problemen gaat leiden. Bovendien is de netbeheerder economisch niet onafhankelijk. Wat daarvan de gevolgen zijn is nu nog gissen.'

Als alles goed is geregeld en de infrastructuur in handen van de overheid blijft, kun je dan in principe de hele nutssector privatiseren?

,,Er is ergens een grens.' Huygen aarzelt even. ,,Voor mij ligt die bij water. Water is voor mij iets heel essentieels en ook anders dan elektriciteit. Elektriciteit is altijd hetzelfde, wie het ook maakt, het zijn altijd elektronen. Water is nergens hetzelfde, er zijn grote verschillen in samenstelling en kwaliteit. Producenten zullen op een vrije markt altijd kiezen voor het laagste toegestane kwaliteitsniveau. Dat kun je in principe ondervangen door strenge regels, maar de controle ervan lijkt me moeilijk. Mensen deskundiger dan ik hebben mij uitgelegd dat het heel moeilijk is om vast te stellen wat er in water zit als je niet weet wat je moet zoeken.'

Annelies Huygen, Regulering bij concurrentie, de Nederlandse elektriciteitssector; DSWO-Press, ISBN 90-6695-147-8