Geen snel akkoord in zaak-Microsoft

Vandaag is het antimededingingsproces tegen Microsoft hervat na een onderbreking van ruim drie maanden. De partijen zijn in die tijd niet dichter tot elkaar gekomen. Het proces, dat in oktober vorig jaar begon, werd onderbroken in februari, toen zowel de rechter als de advocaten van beide partijen verplichtingen elders hadden. Dat leek het moment voor een schikking tussen de overheid en Microsoft maar de partijen hebben daar niet eens echt over onderhandeld: de standpunten lagen te ver uit elkaar.

Microsoft is vorig jaar mei door justitie en 19 Amerikaanse staten aangeklaagd wegens overteding van de antimededingingswetten. Het bedrijf zou zijn monopolie op het gebied van besturingssystemen hebben misbruikt om ook een monopolie op het gebied van browsers te vestigen en daarbij bewust hebben geprobeerd Netscape uit de markt te drukken.

Microsoft lijkt in de publieke opinie en in de ogen van de rechter aan de verliezende hand te zijn. Een verlies voor Microsoft leidt waarschijnlijk tot een behandeling van de zaak in hoger beroep en mogelijk een uitspraak door de Supreme Court.

Rechter Thomas Penfield Jackson heeft tussentijds nog eens de mogelijkheid tot schikking geopperd. Ook dat leverde niets op. Nu is de laatste ronde aangebroken. Beide partijen hebben twaalf getuigen mogen laten verschijnen en nu is er nog de kans voor weerwoord. Elke partij mag drie getuigen terugroepen voor nadere ondervraging of nieuwe getuigen oproepen om bepaalde punten nog eens uit te diepen.

Microsoft heeft ervoor gekozen in de aanval te gaan en probeert nu de overname van Netscape door America On Line (AOL) in een kwaad daglicht te plaatsen. Het heeft David Colburn gedaagd en die zal flink aan de tand worden gevoeld. AOL zou bewust hebben gewacht met de overname om het proces goed op gang te laten komen, want AOL en Netscape vormen samen een geduchte concurrent voor Microsoft. De overname doet de uitgangspunten van het proces volgens Microsoft wankelen.

De overheid probeert zijn standpunten er nog eens in te hameren door het monopolie van Microsoft aan te tonen. Dat zal het werk worden van Franklin Fisher van MIT. Ook wil de overheid bewijzen dat Windows en Explorer twee afzonderlijke producten zijn die naast elkaar net zo goed werken als geïntegreerd. Daarvoor is Edward Felten van Princeton weer opgeroepen. De overheid heeft bovendien een verrassing in petto, want het heeft Garry Norris van IBM uitgenodigd om te vertellen hoezeer Microsoft druk heeft uitgeoefend op concurrenten en ze heeft gedreigd producten te ontwikkelen. Een snelle afwikkeling van het proces wordt niet verwacht en de uitspraak kan mogelijk tot volgend jaar op zich laten wachten.