Europa's identiteit

KOSOVO WERKT DE Europeanen op hun zenuwen. De luchtoorlog is overwegend een Amerikaanse aangelegenheid. Als het daar van een interventiemacht komt, zal Europa weliswaar het leeuwendeel van de manschappen leveren, maar die zullen toch weer grotendeels afhankelijk zijn van Amerikaanse ondersteuning. Een moderne oorlog of de afschrikking ervan kan nu eenmaal niet meer worden gevoerd dan wel worden gewaarborgd zonder de producten van de Amerikaanse high tech-cultuur. De scheidende NAVO-generaal Klaus Naumann heeft daarover onlangs behartenswaardige woorden gesproken.

Nog maar een paar weken geleden, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de NAVO, hebben de Europese leden van die organisatie zich aangesloten bij het zogenoemde nieuwe strategische concept dat voorziet in bondgenootschappelijke vredeshandhaving in het Euro-Atlantische gebied. Volgens dit concept kunnen Europese landen, met Amerikaanse steun, vredesinitiatieven ontwikkelen ook daar waar de Verenigde Staten zelf niet rechtstreeks betrokken willen raken. Maar kennelijk is dit niet voldoende om de Europese Veiligheids en Defensie Identiteit (EVDI) voldoende te markeren. In Toulouse hebben Frankrijk en Duitsland afgelopen weekeinde hun al weer half vergeten Eurokorps opgepoetst als de kern van een dergelijke Identiteit die onafhankelijk van de VS in crisisgebieden zou moeten kunnen opereren.

HET IS MISSCHIEN wat flauw om meteen te wijzen op de volgehouden Duitse weigering om in Kosovo gewapenderhand op te treden. Tenslotte gaat het daar om een wel heel specifiek geval. Maar het feit dat de Duitse strijdkrachten grotendeels uit dienstplichtigen bestaan en nauwelijks voor vredesmissies in aanmerking komen geeft toch te denken over de slagkracht van het Eurokorps. Het korps zou een snelle interventiemacht kunnen afscheiden, zoals het voornemen heet te zijn, maar de ervaringen in Bosnië en Kosovo leren nu juist dat ook op het terrein van de vredeshandhaving liefst drie zetten vooruit moet worden wordt gedacht. Wat begint als een blauwhelmenactie kan in korte tijd escaleren tot een volwassen oorlog. De beperkte mogelijkheden van een EVDI springen onmiddellijk in het oog.

Een werkelijk onafhankelijke EVDI zou een investeringsprogramma vergen dat de politieke en economische mogelijkheden van een half verenigd Europa ver te boven gaat. De kracht van Europa ligt in zijn markt en in de economische en sociale potentie van die markt. Op den duur zal aan de ene markt de stabiliteit moeten worden ontleend die ontsporingen als op de Balkan kan helpen voorkomen. De stabiliteit in de Europese Unie zelf komt immers voort uit de economische eenheid die door de jaren heen is ontstaan en ontwikkeld. Die eenheid belasten met een loodzwaar militair ontwikkelingsprogramma dat een achterstand van decennia zou moeten helpen overbruggen, zou averechts werken. Dat alleen al maakt een EVDI omstreden.