Europa accepteert militaire rechter niet

Als de militaire rechter wordt gehandhaafd in het staatsveiligheidshof dat PKK-leider Öcalan berecht, zal het proces voor Turkije op een drama uitlopen.

Nog steeds is er een ,,elegante oplossing'' mogelijk voor Turkije om te voorkomen dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg de procesgang tegen Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), afkeurt. Dat zegt Allard Platte, parlementair secretaris van de delegatie van de Raad van Europa naar het gisteren op het gevangeniseiland Imrali begonnen proces. De Nederlander Platte is vandaag in de rechtszaal aanwezig bij het proces tegen Öcalan.

Gisteren ging het proces volgens Platte ,,de mist in'' toen de rechters weigerden om de rechtszaak te verdagen. Zo'n verdaging had de nieuwe regering van premier Ecevit de mogelijkheid gegeven om de wetgeving betreffende de staatsveiligheidshoven (DGM's) te veranderen. Van de drie rechters in zulke DGM's is er een militair. ,,Vorig jaar heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bepaald dat zo'n rechter per definitie niet onafhankelijk is. Als de militaire rechter tot aan het einde van het proces blijft zitten, is er alle kans dat het Hof tot de conclusie komt dat dit proces niet rechtvaardig is. Voor Turkije zou dat natuurlijk een drama zijn.''

Maar volgens Platte is het heel goed mogelijk dat het niet zover komt. ,,Als de nieuwe regering snel met wetgeving komt, is het ook goed mogelijk dat de militaire rechter zelf besluit om zich terug te trekken.'' Dit is nu, na de weigering van de Turkse rechters om de zaak te verdagen, ,,de meest simpele manier'' om een aanvaring tussen Turkije en het Europese Hof te voorkomen.

Overigens heeft het Europese Hof, zo onderstreept Platte, al in een eerder stadium ,,voorlopige maatregelen'' gelast om de eerlijkheid van de procesgang te garanderen. Zo eiste het Hof dat Öcalan goed de kans zou krijgen om met zijn advocaten behoorlijk zijn verdediging voor te bereiden. De advocaten van de PKK-leider klagen al langere tijd dat ze worden tegengewerkt, nooit onder vier ogen met hun cliënt mogen spreken en niet de kans krijgen om de stukken van het proces te bestuderen. Ook heeft de leider van de PKK, aldus het Hof, recht op een eerlijk proces volgens artikel zes van de Europese Conventie van de Rechten van de Mens. ,,Deze bepaling'', aldus Platte, ,,betekent bijvoorbeeld dat de rechtbank zelfs niet de schijn mag wekken afhankelijk te zijn''. Ten slotte, aldus Platte, heeft het Hof bepaald dat ook Öcalan het recht heeft om tegen de procesgang protest aan te tekenen bij `Straatsburg' en mag hij daarvoor zelf de advocaten kiezen die hij wil. In Straatsburg mag Öcalan zich dus laten vertegenwoordigen door Britta Böhler, de Nederlandse advocaat die eerder Turkije niet binnen mocht om haar cliënt bij te staan. Turkije heeft nog niet officieel gereageerd, maar volgens Platte zou het wel ,,raadzaam'' zijn voor Ankara om dat snel te doen. ,,Want als Turkije dat niet doet, ligt het toch vrij snel voor de hand dat het Europese Hof tot de conclusie komt dat dit wat de Engelsen een unfair trial noemen, geweest is.''

Naast de structuur van het staatsveiligheidshof is er, aldus Platte, nog een ander groot probleem: de mogelijkheid van de doodstraf. Platte hecht weinig geloof aan de uitspraken van Öcalans advocate Böhler dat in Turkije op vrijdag de doodstraf wordt uitgesproken en op zaterdag wordt voltrokken. ,,Theoretisch zou dat mogelijk zijn, maar in de praktijk is het niet waarschijnlijk. Elk doodvonnis moet worden bekrachtigd door het Parlement en het staatshoofd. Sinds 1984 hebben er in Turkije geen executies meer plaatsgehad.'' De kans dat Öcalan ter dood wordt veroordeeld acht Platte echter ,,uitermate hoog'' en hij beseft ook dat de druk om dat vonnis daadwerkelijk uit te voeren groot is. ,,Maar de Raad van Europa zal dat niet zomaar laten gebeuren. De afgelopen twee jaar heeft er in geen enkele lidstaat van de Raad een executie plaatsgehad.''

Turkije is zeer gevoelig voor kritiek vanuit Europa, aldus Platte. ,,Al vrij snel na de oprichting van de Raad (in 1949 red.) is Turkije lid geworden en er is hun veel aan gelegen om bij het spel betrokken te blijven.'' Onder druk van de Raad is er, zegt Platte, ook veel ten goede veranderd in Turkije. ,,Zo is de termijn waarop iemand geheel incommunicado in hechtenis gehouden kan worden, aanzienlijk teruggebracht. Als Turkije geen lid van de Raad was geweest, waren we nog veel verder van huis geweest.''