Dorpsgezicht

Het lijkt wel een plaatje uit een reisfolder, het vakantie-uitzicht vanaf mijn balkon. Een vissershaventje, daarachter de zee met vissersboten en soms een veerboot die voorbij vaart. Links lage heuvels met aan het eind, nog net te zien, de ruïne van een oude Romeinse villa. Ver aan de overkant van de baai de grote stad Napels die lokt en ook nog wat beangstigend is. Daarnaast de vulkaan. Omdat nabootsing de oprechtste vorm van vleierij is laat ik een foto maken zoals Harry Mulisch het deed. Rechts de Vesuvius, links Hans Ree.

Een kerkje tussen mijn balkon en de haven. Dat hoort er ook bij, want het natuurschoon wekt een gevoel op dat je vakantiereligie zou kunnen noemen. `Ja, er is meer tussen hemel en aarde...' Gevoel dat weer verdwijnt als de vakantie voorbij is en dat kernachtig verwoord is in het korte gedicht Romantiek van Rudi Ter Haar:

De zon gaat onder

Ik voel me bijzonder.

Al die bekende elementen uit de reisfolder in één beeld samengebracht, dat kan bijna niet echt zijn. Het doet denken aan de Russische kunstenaars Komar en Melamid, die een paar jaar geleden voor verschillende landen het ideale schilderij ontwierpen. Ze lieten allerlei mensen hun favoriete beeldelementen aangeven en daaruit werd een voorstelling samengesteld die de gemiddelde artistieke smaak moest weergeven. Zoals een politietekenaar op grond van verschillende getuigenverklaringen een portret samenstelt.

Het Amerikaanse ideale schilderij werd indertijd in deze krant afgedrukt. Een meertje met blauw water, besneeuwde bergen op de achtergrond. Een zonsondergang. Op de voorgrond wat vriendelijk groen en de vader des vaderlands George Washington.

Andere landen hadden iets dat hier sterk op leek, alleen Nederland was een opvallende uitzondering. Het Nederlandse ideale schilderij was non-figuratief, een compositie van lijnen en vlakken die een beetje aan Mondriaan deed denken.

Hoewel ik Mondriaan mooi vind, verontrustte deze krasse Nederlandse afwijking van het algemeen menselijk patroon me. Was het verschil tussen ons en de rest van de wereld niet te groot? De wereldziel bevond zich volgens het onderzoek van Komar en Melamid ongeveer in de achttiende eeuw. De Nederlandse ziel had de eerste helft van deze eeuw al bereikt. Gaan we niet te hard? Straks blijkt bij een vervolgonderzoek dat we een geheel leeg doek prefereren als spiegel van ons nationaal bewustzijn. Ernstige zorgen, maar hier vallen ze weg. Mijn uitzicht is het Italiaanse ideale schilderij, maar dan in het echt.

Slechts af en toe schiet een straaljager over die in onze naam uit moorden gaat.

Wat ben ik toch een rare krantenjunk. Iedere dag een Italiaanse krant voor het weerbericht, de internationale Amerikaan uit gewoonte en een Duitse, omdat de Franse en Britse een dag achter liggen. In de wijk bij het haventje verkopen ze geen kranten, zelfs geen Italiaanse. `In Sorrento', zeggen ze, hoewel ze officieel zelf ook in Sorrento wonen, ongeveer een kwartier lopen van het centrale plein.

Een keer lees ik iets over Nederland. Het referendum is afgewezen en dat doet me genoegen. Het is toch niet zomaar dat er een tweederde meerderheid nodig is voor een grondwetswijziging. Het is omdat de grondwet onomstreden dient te zijn en niet het troetelkindje van een bepaalde partij. Het liefst zie ik de grondwet als van God gegeven en onveranderlijk, zoals de heuvels en de zee dat ook lijken te zijn. Net als de wereldziel volgens Komar en Melamid verkeren mijn politieke inzichten in een oude eeuw. Het komt door het uitzicht, dat niet uitnodigt tot veranderingsstreven.

Op de muur boven het haventje liggen kinderen katachtig ineengestrengeld, de pootjes tot een kluwen verward. Er wordt hier veel gevreeën, in ieder afgelegen hoekje, in auto's en soms door waaghalzen in de badhokjes. Ongetwijfeld een teken van woningnood, maar het maakt een aangenaam ouderwetse indruk, zoals het wijkleven hier bij de haven in het algemeen de indruk maakt dat het is zoals het al honderden jaren was.

Op een dag is er in het haventje een invasie van de moderne wereld. Vuilnismannen, gemeenteambtenaren, politiemannen, stadswachten, de kustwacht, werkers in de gezondheidszorg. Plus een vrachtauto met een soort hijskraan er op. Er is een klein lavastrandje waar kleine bootjes op liggen, van de vissers die ermee naar hun grotere boten in de baai gaan en misschien ook van onbevoegde pleziervaarders, want het zijn er wel erg veel. De hijskraan pakt ze op en verwijdert ze.

Het is een actie van het gemeentebestuur om het vervuilde strandje weer tot een strand te maken dat die naam waardig is. Niet in de ogen van Nederlanders, want die zijn beter gewend dan een lavastrand van een paar meter breed. Maar in dit stadje, dat voor een deel tegen steile rotsen is geplakt, is ieder metertje strand er een.

De actie moet zowel de volksgezondheid bevorderen als het toerisme. Het strand is er niet voor bootjes, maar in zijn geheel bestemd voor `elioterapia'.

Dat lees ik de volgende dag in de plaatselijke krant. Het woord elioterapia staat niet in mijn reiswoordenboekje, maar ik neem aan dat het bruinbakken betekent.

Het haventje is een beschermd dorpsgezicht en als ik de krant goed begrijp betekent dat, dat alles wat er gebeurt tot in kleine details en tot de materialen van de boten toe in de wet geregeld wordt. Er wordt een opsomming gegeven van hygiënische maatregelen waaraan de vissers in de toekomst moeten voldoen. Mijn woordenboekje kent ze niet, dus ik kan de ernst van de situatie niet beoordelen.

Ik lees het en kijk naar beneden naar het strandje. Het ligt vol met bootjes, ik kan geen verschil zien met de situatie van voor de hygiënische actie. De aanval van de vooruitgang lijkt voorlopig nog even afgeslagen.