Culturele diversiteit

Staatssecretaris Van der Ploeg hield een toespraak bij de opening van het Symposium Culturele Diversiteit, waarin hij zich het volgende afvroeg: ,,Waar is de wisselwerking tussen de traditionele gevestigde kunsten en de populaire cultuur? Men kan het beste populair maken en het populaire beter maken'' (NRC Handelsblad, 21 mei).

Op zich is dat een loffelijk streven, waarbij ik wel een kanttekening plaats. Ik meen uit voorgaande berichten o.a. in deze krant van 5 mei, bij monde van Ton Brandenbarg van de Raad voor Cultuur, begrepen te hebben dat speciaal kwetsbaar aanbod op het culturele vlak door de overheid beschermd dient te worden.

Echter, een van de kenmerken van populaire cultuuruitingen is nou juist dat ze geliefd en bemind zijn door het volk, waardoor ze veel minder tot niet kwetsbaar zijn en uit de aard der zaak dus ook niet speciaal beschermd hoeven te worden.

Bovendien loont populariteit altijd, ook op financieel gebied en zonder overheidssubsidie en lijkt het mij niet nodig om de zucht het volk te behagen van overheidswege te subsidiëren. Populariteit is toch niet een van de gehanteerde subsidiecriteria?

Als populariteit een maatstaf gaat worden voor cultuurbeleid, getuigt dat naar mijn idee van een elitaire gedachtegang, waarbij de uitverkorenen van het volk nog eens extra beloond worden.

In diezelfde toespraak van Van der Ploeg zegt hij ,,talent in de wijken erg belangrijk'' te vinden, hij gebruikt zelfs het woord scouten. Scouten komt van het Latijnse woord auscultare, hetgeen luisteren en zelfs afluisteren betekent! Hoe zou men in Den Haag van het bestaan van jong talent in diverse wijken af kunnen weten als men daarvandaan niet de stem verheft, zodat de staatssecretaris en ook de Raad voor Cultuur op deze manier in staat worden gesteld om te kunnen luisteren?

Het Haydn Jeugd Strijk Orkest kreeg in het verleden geen subsidie toegekend, al scoorde het hoog wat betreft kwaliteit. Als argument voor afwijzing kreeg men te horen dat het orkest niet uniek voor Nederland was en bovendien slechts regionaal georiënteerd. Een en ander valt moeilijk te rijmen en lijkt in tegenspraak te zijn met de opmerking dat er gescout moet worden in de wijken!