Amsterdam: `energiegeld' naar wegen

De gemeente Amsterdam wil de opbrengst van de verkoop van stroomproducent Una besteden aan een tweede Coentunnel, de Westrandweg, een nieuwe zeesluis bij IJmuiden en het aanleggen van watermeters bij alle Amsterdammers.

De 605 miljoen gulden die de verkoop zeker oplevert, gaan in een fonds waar deze projecten uit betaald moeten gaan worden.

Het college van B en W heeft dit besloten bij het opstellen van de voorjaarsnota. De gemeente Amsterdam, de gemeente Utrecht en de provincie Noord-Holland zijn aandeelhouders van de Una, die voor 4,5 miljard gulden wordt verkocht aan het Amerikaanse Reliant. Daarvan is 1,1 miljard bedoeld als kapitaalinjectie voor de Una zelf. Hoeveel de aandeelhouders van de rest krijgen is nog onduidelijk, omdat er ook geld moet worden uitgetrokken voor onrendebale investeringen die in het verleden zijn gedaan in de stroomsector, onder andere voor milieudoeleinden.

Amsterdam rekent in ieder geval op een opbrengst van 605 miljoen gulden. ,,Dat is een misschien veel geld, maar er komt ook veel op ons af'', zegt wethouder H. Groen (Financiën). Hij acht de aanleg van een tweede Coentunnel, de Westrandweg van de Amsterdamse haven naar Schiphol en de zeesluis bij IJmuiden van groot belang voor de economie van Amsterdam. Het rijk heeft hiervoor echter nog geen geld gereserveerd in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport. Volgens Groen is de kans klein dat Amsterdam, zoals tot nu toe gebruikelijk was, erop kan rekenen dat het Rijk 95 procent van de nieuwe infrastructuur zal betalen. Het besteden van de Una-opbrengst aan infrastructuur noemt hij ,,een mooie recycling van het geld''. Hij verwacht dat bij deze projecten publiek-private financiering nodig is waarin de gemeente deelneemt. Gestudeerd wordt op de mogelijkheid om van de Westrandweg en de Coentunnel een tolroute te maken om zo de aanleg te financieren.

De gemeente Utrecht besloot eerder al van de voor haar verwachte opbrengst van de Una-verkoop van 350 miljoen, een bedrag van 250 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve en 100 miljoen uit te trekken voor infrastructuur.