Uit het ziekenhuis, maar waarheen?

Wie is aangewezen op thuishulp krijgt te maken met een nieuwe organisatie, het Regionale Indicatieorgaan (RIO). Dat geeft onnodige bureaucratie, vinden veel behandelaars.

Mevrouw Smeets uit Maastricht heeft een kunstarm. Haar man is recentelijk invalide geworden door een ernstige vorm van reuma. Haar moeder, die boven hen woont, kreeg begin dit jaar een maagbloeding. Ze moest naar het ziekenhuis, maar herstelde zover dat ze naar het oordeel van de artsen het ziekenhuis kon verlaten. Alleen: waarheen?

,,Er kwam een mevrouw van het RIO'', zegt Smeets (47). ,,Mijn moeder was doodziek, het was duidelijk dat ze dag en nacht zorg nodig had. Ik zei: `Ik ben op, ik kan dat niet meer'.'' Het Regionale Indicatieorgaan (RIO) stelde vast dat het inderdaad beter zou zijn als mevrouw Snijders (90) naar een verpleeghuis zou gaan. Maar daar was geen plaats. Ze kwam op de wachtlijst en moest in de tussentijd toch naar huis. Wel voorzag het RIO in vier keer per dag thuiszorg.

De `mevrouw van het RIO' is een nieuw verschijnsel. In de loop van vorig jaar zijn er 84 `regionale indicatieorganen' opgericht, instanties die bepalen wie recht heeft op welke zorg uit de AWBZ – thuiszorg of opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. Voordien maakten maatschappelijk werkers dit uit, in dienst van de thuiszorgorganisaties, gemeenten of verpleeghuizen. Door de beoordeling voor alle vormen van hulp in één hand te leggen en die los te koppelen van de zorgverleners, wilde de toenmalige staatssecretaris, Terpstra, een eerlijke verdeling van de zorg garanderen. ,,Het RIO voorkomt dat er iets anders wordt geïndiceerd dan de cliënt nodig heeft, bijvoorbeeld omdat er een wachtlijst is'', zegt S. Schelberg, beleidsmedewerker Indicatiestelling bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. ,,Voorheen indiceerde de thuiszorg wat voorhanden was.''

De thuiszorg leverde een bedrag van 62,5 miljoen gulden in, dat naar rato van het aantal inwoners en 65-plussers werd verdeeld onder de gemeenten. Met dat geld moesten die een RIO in het leven roepen. De thuiszorg leverde ook het grootste deel van de `indicatiestellers' die bij de RIO's in dienst kwamen. Zij werden en worden bijgeschoold om ook te kunnen beoordelen wanneer iemand naar een verpleeg- of verzorgingshuis moet, of wanneer een gehandicapte een aanpassing aan zijn huis nodig heeft.

De RIO's blijken de gemeenten nu al meer geld te kosten dan de bedoeling was. De VNG, die het tekort schat op tien à vijftien miljoen gulden, wil samen met het ministerie van Volksgezondheid onderzoeken wat daarvan de oorzaak is. Omdat de RIO's hun taak verschillend invullen, is daar op voorhand weinig van te zeggen. Schelberg: ,,Ik denk dat het ermee te maken heeft dat de indicatiestelling integraler en professioneler gebeurt dan voorheen.''

Maar anderen hebben die indruk helemaal niet. Uit een enquête onder haar leden concludeerde de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) vorige week dat die vooralsnog zeer ontevreden zijn over het functioneren van de RIO's. De bureaucratie rond het aanvragen van hulp zou sterk zijn toegenomen, waardoor patiënten langer op hulp moeten wachten. Het liefst wil de LVT de beoordeling voor eenvoudige hulpvragen weer zelf ter hand nemen. De gezamenlijke zorgverzekeraars lieten weten dit te steunen. Ook W.J. Mulder, internist-geriater in het Academisch Ziekenhuis Maastricht, vindt het RIO een ,,buitengemeen logge, administratieve organisatie''. ,,Ze mogen volgens de wet zes weken over een aanvraag doen. In de praktijk duurt het zelden korter en vaak langer.'' Ook verschilt Mulder regelmatig met de indicatiestellers van mening over de vraag welke zorg benodigd is. ,,Ze roepen voortdurend dat ze onafhankelijk zijn en illustreren dat door naar niemand te luisteren.''

De RIO's wijzen de kritiek van de hand. Volgens J.J. Kraaijeveld, directeur van RIO Zaanstreek en vice-voorzitter van de Landelijke Vereniging van Indicatieorganen (LVIO), kampen zij slechts met aanloopproblemen, onder meer door vertragende regelgeving en onvoltooide automatisering. Daarnaast speelt weerstand een rol, vermoedt hij. ,,Ik denk dat de RIO's opereren in een vijandige omgeving.'' J.Hekking-Tonnaer, directeur van de

RIO's Helmond en Eindhoven: ,,De zorginstellingen hadden zelf oplossingen bedacht voor hun problemen. Nu wordt het hun uit handen genomen. Dat geeft onrust.'' De oplossing is volgens haar vooral gelegen in veel overleg.

De terugkeer van mevrouw Snijders werd een drama, zegt haar dochter. Vier keer per dag thuishulp bleek onvoldoende. ,,Was het meisje om drie uur weg, lag ze om vier uur weer tot haar hals in de diarree.'' Smeets vindt dat haar moeder nooit naar huis had mogen komen. Volgens het RIO was de moeder `inwonend bij dochter'. ,,Maar dat is niet waar, ze heeft haar eigen huur, haar eigen gas, licht en water. En ik ben acht uur per dag weg. Daar hielden ze geen rekening mee.''

In februari belandde mevrouw Snijders opnieuw in het ziekenhuis. Longembolie. Het verpleeghuis had nog steeds geen plaats en weer keerde ze terug naar huis. Vier dagen later brandde een deel van haar keuken uit. ,,Ze had iets op het vuur gezet en de vlam sloeg in de pan'', vertelt Smeets. ,,Ik was weg met de hond. De vriend van mijn dochter zag het, de zwarte walmen sloegen er al uit. Mijn moeder wist er achteraf niets meer van. Daarna durfden we helemaal het huis niet meer uit.'' Op 23 maart verhuisde mevrouw Snijders ten slotte naar het verpleeghuis.

K. Dirx van het RIO in Maastricht meent dat de problemen hadden kunnen worden voorkomen als de verantwoordelijkheden beter waren verdeeld. Het is nu onduidelijk wie, als een verpleeghuis vol is, moet kijken waar dan wél plaats is. Formeel is dat geen taak van het RIO. En de verpleeghuizen doen het ook niet, vrijwel nergens hebben ze hun wachtlijsten op elkaar afgestemd. Dirx: ,,In de praktijk zijn onze intakers nu toch vaak een hele dag aan het rondbellen. Natuurlijk laten we de cliënt na indicatie niet helemaal aan zijn lot over.''