Te dogmatisch om een Arafat te worden

De laatste marxistisch-leninistische guerrillaleider na het einde van de Koude Oorlog. Dat is Abdullah Öcalan, de leider van de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Als rechtgeaard marxist gelooft Öcalan dat hij de geschiedenis aan zijn zijde heeft en dat de historische `dialectiek' onvermijdelijk tot een autonoom of zelfs onafhankelijk `Koerdistan' zou leiden. Maar vanaf vandaag staat de Turks-Koerdische leider terecht op het zwaarbewaakte eiland Imrali wegens hoogverraad. En als de geschiedenis al voorspellingen toelaat, dan is het wel dat Öcalan zwaar voor zijn rebellie tegen de Turkse staat zal boeten.

Een Amerikaanse bezoeker beschreef eens hoe hij, bijna twee jaar na de val van de Berlijnse Muur, een bezoek bracht aan een trainingskamp van de PKK in Libanon. Aan de muur van de kampbibliotheek hing een grote poster van de Zuid-Amerikaanse revolutionair Che Guevara. Naast de poster stond een Turkse vertaling van Marx' Das Kapital, geflankeerd door een geïllustreerde biografie van Lenin. Dat Öcalan van mening was, aldus de bezoeker, dat ook hij een plaats in het rijtje revolutionaire helden verdiende, bleek bij een bezoek aan het provisorische amfitheater naast de bibliotheek. Vanaf een levensgrote foto aan de zijkant van het amfitheater keek de Turks-Koerdische leider toe hoe zijn aanhangers de werken van de grote meesters van het communisme tot zich namen.

Abdullah Öcalan werd in 1949 geboren bij de Turks-Syrische grens. Als jonge man was hij een grote bewonderaar van Kemal Mustafa Atatürk, ook al was het deze vader van de Turkse natie die als eerste een rem zette op het Koerdische streven naar meer autonomie. Öcalan, die beter Turks dan Koerdisch spreekt, radicaliseerde – onder invloed van de studentenrevolte in Parijs – toen hij politieke wetenschappen studeerde in Ankara. Al in 1972 ging hij zeven maanden de gevangenis in voor `pro-Koerdische' activiteiten. In 1978 richtte hij de PKK op.

Binnen de PKK is de macht - in overeenstemming met het leninistische principe van `democratisch centralisme' – van de leider vrijwel totaal. Zijn aanhangers zien Öcalan als de vader van een toekomstig `Koerdistan'. ,,Ik was het die de oorlog voor Koerdische afscheiding heeft bedacht'', zei hij eens. ,,Eerst waren er geen sympathisanten voor dat idee, zelfs niet onder Koerden. En de Turken dachten dat `Koerdistan' op het kerkhof lag, dat de Koerden geen geschiedenis hadden.'' Na de arrestatie van Öcalan in februari in Kenia liet het Turkse leger onmiddellijk duizenden foto's drukken waarop te zien was hoe de geliefde leider – nerveus, geblinddoekt en uitgeput – bij twee Turkse vlaggen stond te zweten. Als deze foto boven de brandhaarden van de Koerdische rebellie werden afgeworpen, zo was de opvatting, zouden de aanhangers van Öcalan zo ontdaan zijn door de vernedering van hun idool dat ze onmiddellijk alle verzet zouden staken.

Öcalan zelf heeft nooit zelf aan de gewapende strijd deelgenomen. Hij leidde de opstand tegen de Turkse overheerser vanuit het buitenland. Lange tijd verbleef hij in een buitenwijk van de Syrische hoofdstad Damascus. In de weekeinden, zo lieten de Turkse autoriteiten vaak en graag weten, ging hij dan naar de Libanese hoofdstad, Beiroet, om zich aan uitspattingen over te geven met steeds weer nieuwe vriendinnen.

Vorig jaar oktober kwam er een abrupt einde aan Öcalans verblijf in Syrië toen Damascus – nadat Turkije met oorlog had gedreigd – de Turks-Koerdische leider de wacht aanzegde. Öcalan begon aan een lange reis die hem onder andere via Rusland, Italië en Kenia uiteindelijk naar Imrali bracht, waar hij vanaf vandaag wordt berecht. Volgens bronnen in Washington was het uiteindelijk Öcalans marxisme-leninisme dat tot zijn ondergang leidde. Heel even, aldus de bronnen, speelde de Amerikaanse regering met het idee om van Öcalan de Arafat van de Koerdische zaak te maken. Een geheime delegatie kreeg opdracht om in Italië met Öcalan te gaan praten om te kijken of hij de rol van vredesstichter zou kunnen vervullen. De conclusie na het onderhoud was duidelijk: Öcalan is te dogmatisch, zo vonden de Amerikanen, een fossiel uit de tijd van de Koude Oorlog dat niet heeft begrepen dat de tijden veranderd zijn. Niet lang daarna, aldus de bronnen, besloot Washington om Turkije te helpen de Turks-Koerdische leider aan te houden.

De Turkse autoriteiten hopen dat met de ondergang van Öcalan het Koerdische probleem is opgelost. Veel Koerden zetten daar echter vraagtekens bij. Het Koerdische probleem is, zo stellen zij, ook een sociaal-economisch probleem. Terwijl in Istanbul en omstreken het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking Europese niveaus begint te naderen, ligt dat in het Koerdische Zuid-Oosten op het niveau van Bangladesh. Daarnaast is ook in Koerdische kring Öcalan bijzonder omstreden: een groot aantal Koerden voelt zich gediscrimineerd, zonder dat zij daardoor automatisch sympathie voor de PKK voelen. En, ten slotte, heeft ook het Turkse leger zich de afgelopen jaren niet onbetuigd gelaten in het Zuid-Oosten. De haat jegens de Turkse autoriteiten is de afgelopen jaren allen maar toegenomen, zo zeggen zij.