Referendum moet centraal staan in EU-verkiezingen

Landelijke referenda kunnen ook op EU-niveau de afstand tussen burger en politiek verkleinen, vindt P. VerLoren van Themaat.

Op de Opiniepagina van 20 mei werd een aantal lezersreacties op de Nacht van Wiegel samengevat onder de kop `Nacht van Wiegel is eerbetoon aan de democratie'. Twee vragen doemen hierbij op. Aan welk democratiemodel is in deze nacht eigenlijk eerbetoon bewezen? En in hoeverre was het betoog van Wiegel gebaseerd op een democratiemodel dat ook in andere lidstaten van de Europese Unie te vinden is en derhalve ook in de komende Europese verkiezingen steun verdient?

Het standpunt van Wiegel werd gebaseerd op het sinds 1848 constitutioneel vastgelegde Nederlandse model van een vertegenwoordigende parlementaire democratie. De burgers stonden in 1848 in de woorden van PvdA-senator Erik Jurgens hun macht af aan het parlement. Bij het standpunt van Wiegel passen in Europees perspectief de volgende kanttekeningen:

1. Nederland is (in zijn geschreven Grondwet) naast het Verenigd Koninkrijk (in zijn al minstens drie eeuwen ongeschreven grondwet) de enige lidstaat van de EU waaruit het constitutionele democratiemodel uitsluitend een vertegenwoordigende parlementaire democratie omvat. Een eerste verschil tussen het Nederlandse en het Britse model ligt daarbij in het kiesstelsel. Het Nederlandse kiesstelsel met zijn evenredigheidsbeginsel dwingt in de praktijk tot coalitievorming met regeerakkoorden. Dit laatste om maximale stabiliteit van de gevormde regeringscoalitie te bevorderen. In het Verenigd Koninkrijk met zijn (ook voor Nederland destijds door D66 gepropageerde) districtenstelsel is dat niet nodig. Een tweede verschil is dat het ongeschreven karakter van de Britse constitutie het, blijkens Blairs toezegging van een referendum over de eventuele toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de EMU, zonder problemen mogelijk maakte om over belangrijke politieke strijdpunten een referendum te organiseren.

2. Alle andere EU-lidstaten kennen daarentegen het grondwettelijke beginsel van de `volkssoevereiniteit' als grondslag van hun constitutionele stelsel van vertegenwoordigende parlementaire democratie. Dit is politiek vooral opmerkelijk voor lidstaten als België, Duitsland en Italië, waar christen-democraten sinds de Tweede Wereldoorlog (evenals in Nederland) regelmatig een leidende of tenminste onmisbare rol in het landsbestuur en in de eerste initiatieven tot Europese integratie speelden. Ook de Franse Schumanverklaring – het initiatief voor de oprichting van de eerste Europese Gemeenschap – was afkomstig van een christen-democraat. Schuman ging daartoe over na zich verzekerd te hebben van de steun van de Duitse christen-democratische bondskanselier Adenauer. Dit is opmerkelijk, omdat de Nederlandse confessionele partijen juist uit verzet tegen het gedachtegoed van de Verlichting en de daaropvolgende revolutionaire `Verklaring van de rechten van de mens en de burger' uit 1789 (nog steeds een bestanddeel van de Franse constitutie) in de eerste helft van de negentiende eeuw zijn ontstaan. Het in bovengenoemde Verklaring neergelegde beginsel van de volkssoevereiniteit vormde naast de rationalistische filosofie van de Verlichting de directe aanleiding voor dat ontstaan van de Nederlandse confessionele partijen. Zij hebben ook duidelijk en langdurig veel baat gehad bij de Grondwetswijziging van 1848, waarbij voor een uitsluitend vertegenwoordigend parlementair democratiemodel werd gekozen.

3. Het praktische politieke belang van het door dertien lidstaten aanvaarde constitutionele beginsel van de volkssoevereiniteit ligt uiteraard hierin, dat dit beginsel het – als aanvulling op een parlementair (of in Frankrijk een gemengd presidentieel en parlementair) stelsel – mogelijk maakt voor belangrijke en omstreden problemen de te nemen beslissingen ook door volksreferenda te doen legitimeren. Dergelijke referenda komen dan ook in de meeste lidstaten regelmatig voor, met inbegrip van Italië. Uit de uiteenzetting van oud-premier en CDA-lid Biesheuvel in het televisieprogramma Buitenhof van 23 mei bleek overigens dat zich ook binnen het CDA (zelfs binnen haar Eerste-Kamerfractie) voorstanders van een correctief referendum bevonden. Was het haar oppositierol, die deze fractie ertoe bracht haar leden een vrije stemming te misgunnen?

4. De thans begonnen Europese verkiezingscampagnes zouden een belangrijke bijdrage tot de huidige Nederlandse discussie over referenda kunnen leveren. Met name de kandidaten van VVD en D66 (beide via de liberale fractie in het Europees Parlement aangesloten bij de Europese liberale partij) en die van de PvdA en het CDA (aangesloten bij de twee andere grote `Europese politieke partijen' in de zin van artikel G41 van het Europese-Unieverdrag van Maastricht) zouden daarbij in de thans begonnen verkiezingscampagnes een belangrijke rol kunnen spelen. Via hun collega's uit andere lidstaten zouden zij immers belangrijke gegevens kunnen verschaffen over de inzichten en ervaringen van hun zusterpartijen in andere lidstaten over zin, procedures, vorm en inhoudelijke vraagstellingen van volksreferenda elders in Europa.

5. Referenda hadden met name in Denemarken en Frankrijk ook betrekking op Europese verdragen. Zij zullen dat ook in het Verenigd Koninkrijk hebben, voordat de regering besluit tot de EMU toe te treden. Mede op die grond verdienen landelijke referenda in andere EU-lidstaten volop de aandacht tijdens de thans begonnen Europese verkiezingscampagne. Het zoeken naar middelen om de afstand tussen burgers en de politieke instellingen te verminderen, speelt voor de Europese Unie zelfs een nog belangrijker rol dan op nationaal vlak.

Op grond van het beginsel van de volkssoevereiniteit zullen referenda over vitale Europese beleidsvragen als een van de middelen om burger en politiek dichter bij elkaar te brengen slechts op nationaal vlak kunnen worden georganiseerd. Duidelijke campagnediscussies en kiezersuitspraken over referenda op nationaal vlak zullen daarom een goede opkomst bij de Europese verkiezingen op 10 juni kunnen bevorderen.

Prof.mr. P. VerLoren van Themaat is voormalig advocaat-generaal bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.