Pechvogels

Hoeveel pech kan een volk eigenlijk verdragen? De grootste opstand uit de geschiedenis van Suriname doet zich voor op een moment waarop de wereld andere dingen aan zijn hoofd heeft: Kosovo en of er grondtroepen moeten worden gestuurd, en dan is er in Nederland ook nog een regeringsbreuk en de Bijlmer-enquête.

Hoewel: ook zonder breuk of enquête zou Nederland een andere kant hebben opgekeken. De huidige ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking hebben eenzijdig en stilzwijgend de speciale verhouding met Suriname verbroken. Het is zo terloops gebeurd, met zo weinig drama en emotie, dat het niemand opviel. Als bij een liefdesrelatie, waarbij de ene partner niet meer belt, geen e-mailtjes meer stuurt en niet meer langskomt.

Goed, het heeft ook aan Suriname gelegen, de potsierlijke knorrigheid tegenover Nederland werd op den duur behoorlijk irritant. Toch had Nederland zich grootser kunnen opstellen. Vanuit een gevoel voor geschiedenis, uit achting voor een deel van de Nederlanders dat er vandaan komt, of gewoon vanuit het besef dat men daar de Nederlandse taal spreekt en Nederland ontzettend belangrijk vindt, ook al beweren ze nog zo hard het tegendeel. Maar hoe bekwaam en kundig Van Aartsen en Herfkens ook zijn, op grootsheid laten ze zich niet betrappen.

Ze hebben zo'n pech, de Surinamers. Een kwart eeuw geleden kregen ze ineens de stoutmoedigheid zich af te zetten tegen de koloniale overheersers – die trouwens niet zo koloniaal waren en al helemaal niet overheersten. In plaats van uitbuiten en onderdrukken was pappen en nathouden het devies. Maar het was mode in de jaren zeventig om onafhankelijkheid te geven en te krijgen. Suriname piepte eenmaal en werd per kerende post gedekoloniseerd.

Daar had je dan een land, uitgestrekt, rijk aan bodemschatten en soeverein, maar met een bevolking zo groot als die van Eindhoven, en onderling ernstig verdeeld bovendien. De leiders hadden meer trots dan visie, meer verbeelding dan realisme, ze zouden zelf het land ontwikkelen, boeken schrijven, de mensen opvoeden. Allemaal mislukt. Dat blijkt niet nu, dat was twintig jaar geleden al duidelijk.

Nog meer pech: soldaten en sergeanten die dachten dat ze het beter konden. Weet u nog hoe het ging, die staatsgreep in 1980? Een paar militairen waren ontevreden en gingen in staking. De politie trad hardhandig op, van het een kwam het ander en voor we het wisten verschenen jongens in uniform op televisie om te verklaren dat ze het land in handen hadden. Ze keken er zo ongelukkig bij, dat iedereen dacht dat ze het goed bedoelden.

In de jaren daarna kwam de waarheid aan het licht. Soldaten lossen problemen nu eenmaal op met kogels en op 8 december 1982 vond een gruwelijke rituele moord plaats in het Fort Zeelandia. Wist u dat de vakbondsleider Fred Derby daarbij aanwezig was? En dat het de bedoeling was om hem samen met de andere vijftien Surinaamse leiders en intellectuelen te doden? En dat hij om onopgehelderde redenen door de moordenaars werd gespaard? En dat hij er sindsdien altijd over heeft gezwegen?

Maar hij weet natuurlijk dat Desi Bouterse tot de moordenaars behoorde. En diezelfde Fred Derby is nu de organisator van de grootste opstand die het land ooit heeft gekend. Zijn wraak is zoet, zij het ook wat ingewikkeld.

Na de moordpartijen in de jaren tachtig zat de angst er flink in. De Surinamers gedroegen zich apathisch en zelfs een tikkeltje onnozel. Er kwamen verkiezingen, er was weer een staatsgreep, weer verkiezingen. De militairen waren intussen zowel in de politiek als in de cocaïne gegaan. In Nederland werd Bouterse vervolgd wegens drugssmokkel en in Suriname werd hij de leider van een partij. Toch won hij de laatste verkiezingen niet. Hoeveel vlaggen, T-shirts, flessen huishoudolie en zakjes uien hij ook uitdeelde, hij eindigde met slechts eenderde van de zetels van het parlement.

Maar uiteindelijk is alles te koop in een arm, gedemoraliseerd land, en Bouterse kreeg genoeg volksvertegenwoordigers achter zich om zijn stroman Jules Wijdenbosch tot president te laten benoemen. Een derde van de stemmen en toch de macht, de Surinaamse kiezers hadden het voor het nakijken.

De afspraak tussen Bouterse en Wijdenbosch schijnt te zijn geweest dat de laatste een tijdje president zou spelen en Bouterse het halverwege zijn termijn zou overnemen. Er moesten namelijk meer parlementariërs worden omgekocht en dat vergde tijd.

Maar toen gebeurden twee dingen: het lukte Bouterse net niet om een tweederde meerderheid te kopen en de Grondwet zo te wijzigen dat hij zichzelf voor het leven tot president kon benoemen. En Wijdenbosch beschouwde dat als teken dat hij zijn plaats niet hoefde af te staan. Ruzie. Wijdenbosch ontsloeg Bouterse als adviseur en Bouterse zei dat Wijdenbosch een slecht president was. Maar dat wist Wijdenbosch al. Dat wist iedereen al.

Want eind vorig jaar gebeurde weer iets unieks in de Surinaamse geschiedenis: zakenlui, verenigd in het Surinaamse Bedrijfsleven, sloten zich aan bij de vakbonden en verklaarden de president voor, ja, voor wat hij was. Een dronkelap met het charisma van een komkommer. Het zijn niet mijn woorden.

Een nieuwe variant van het Nederlandse poldermodel deed zich dus voor: ondernemers, arbeiders en kleinburgers, gelovigen, ambtenaren, onderwijzers, hosselaars en boeven, pro- en anti-Bouterse gezinden bundelden hun krachten, onder leiding van niemand minder dan Fred Derby, die zo wonderbaarlijk aan de dood was ontsnapt in 1982.

Zo ontstond de opstand die nu al twaalf dagen duurt. Ze zijn niet bang meer, de Surinamers, ze zijn eindelijk niet apathisch of onnozel. Ze protesteren en demonstreren, maar roven en plunderen niet, wat onder de gegeven omstandigheden een verbazingwekkend vertoon van zelfbeheersing mag heten.

Deze week komt het parlement bijeen om Wijdenbosch formeel naar huis te sturen. Als dat onverhoopt niet gebeurt breekt de hel los. Maar het zal gebeuren, Wijdenbosch heeft al geen macht meer, alleen is hij de enige die het niet weet.

Vraag is: hoe verder? Derby zal nooit toestaan dat Bouterse de macht overneemt, daar heeft hij genoeg persoonlijke redenen voor. Derby zelf kan de macht niet overnemen: hij is niet de onschuld zelve, in het verleden was hij een uitgesproken hindoestanenhater en hindoestanen vormen nu de meerderheid van de Surinaamse bevolking.

Ziet u wat ik bedoel? Zo'n erge pech heeft het Surinaamse volk. Voor het eerst de angst overwonnen, voor het eerst echt opgekomen voor zichzelf, voor het eerst zijn krachten getoond, voor het eerst eensgezind. En toch geen enkel vooruitzicht. Er ligt niets dan chaos in het verschiet. En niemand die ze kan helpen.