Orthodoxen verliezen slag tegen Songfestival

De problemen met de Arabieren en de ultraorthodoxen in Israel leken zaterdag zolang het Eurovisie Songfestival duurde, afwezig.

Aan de overkant van het Internationaal Conferentiecentrum, waar het Eurovisie Songfestival werd gehouden, stonden zaterdagavond tien, vijftien orthodoxe demonstranten. Zij demonstreerden tegen het `obscene' karakter van de show. Niemand zag hen, want ze stonden aan de andere kant van de snelweg, en het was donker. Ook van de Israelische Arabieren werd na aanvankelijke dreigementen weinig meer vernomen. Zij waren kwaad omdat het Songfestival in Jeruzalem werd gehouden – een stad die zij, anders dan de organisatie, niet alleen als de hoofdstad van Israel beschouwen maar ook als die van Palestina. Wat de aanwezigen en de miljoenen televisiekijkers in 30 landen zagen was dan ook, om met een van de organisatoren te spreken, ,,eindelijk weer eens goed nieuws uit Israel'': schaars gekleed jong volk, wijn op het podium, vrede op aarde en peperdure computer-geanimeerde filmpjes waarin bijbelse thema's als Mozes in zijn mandje en Kain en Abel moeiteloos doorliepen in modeshows, windsurfen en liefdesscenes aan zee. De problemen met de Arabieren en de verregaande maatschappelijke en politieke invloed van de orthodoxen leken zo, voor zolang de avond duurde althans, afwezig.

Hoewel de genodigden zaterdagavond door hagen veiligheidspersoneel en infra-roodpoortjes het gebouw in moesten, verwachtte de politie op het laatste moment toch geen schermutselingen meer. De grote slag tussen de goeddeels seculiere organisatie (Israel Broadcasting Authority, IBA) en de orthodoxe vijanden van het Songfestival was twee dagen tevoren eindelijk ten gunste van de IBA beslecht. Vorig jaar slaagden de orthodoxen erin om te voorkomen dat de Miss-Worldverkiezing in Eilat, het vakantieoord in Zuid-Israel, zou worden gehouden. Ook wisten ze te verhinderen dat er tijdens een viering van 50 jaar Israel een dansgroep zou optreden die, hoewel populair onder seculiere Israeliërs, nooit veel kleren aanheeft. Toen de Israelische travestiet Dana International vorig jaar het Songfestival in Birmingham won, kreeg het orthodoxe afgrijzen in Israel haast meer aandacht in de media dan Dana zelf. Israel was vastbesloten om voor dit Songfestival in Jeruzalem geen water bij de wijn te doen. Al was het maar om een paar uur van het problematische imago af te komen.

De technici, de persmeisjes en de decorbouwers oogden allen seculier. Korte rokken en mannen met paardestaarten zetten al weken de toon in het Conferentiecentrum. Ze noemden elkaar `schatje' en omhelsden elkaar vaak. Velen waren verontwaardigd toen bleek dat de orthodoxen dreigden het Songfestival in de war te sturen als de generale repetities op sabbat (van vrijdag zonsondergang tot zaterdag zonsondergang) niet werden geschrapt. ,,Bij openbare evenementen dient de staat de sabbat te beschermen'', legde een medewerker van de ulttraorthodoxe minister Yitzhak Levy uit, een van de grote opponenten van het Songfestival. ,,De organisatie dwingt iedereen te werken op sabbat, en dat mag ook niet.'' Omdat alle landen dit jaar via tele-voting over de liedjes zouden stemmen, een technische heksentoer, wilde de IBA wel vrijdagavond schrappen, maar niet de zaterdag. ,,Israel promoot zichzelf als high-tech land in de entre-actes'', zei iemand van de IBA. ,,Eén fout in dat tele-voten en 300 miljoen mensen lachen ons uit.'' Omdat de regering èn de seculiere burgemeester van Jeruzalem dat argument steunden, besloten de orthodoxen om toch een compromis te sluiten: op zaterdag mochten de repetities doorgaan, mits ze `besloten' waren – puur voor de technici – en het café dichtging.

Daarmee was de kous niet af. De zaal was zaterdagavond gereserveerd voor 2.000 genodigden uit deelnemende landen. Vele Israeliërs waren misnoegd dat ze er niet bij konden zijn. Dus besloot de IBA tickets te verkopen voor vrijdag overdag (vóór sabbat). Voor de zaterdag-repetities werden IBA-medewerkers uitgenodigd. Toen minister Levy daarachter kwam, drie dagen voor het Festival, riep hij dat de IBA had ,,gelogen'' over het technische karakter van de zaterdagrepetities. Om een rel te voorkomen trok de IBA de uitnodigingen weer in. Vanaf dat moment hielden de orthodoxen zich rustig – misschien, opperde een Israelische journalist, omdat zij graag in de nieuwe regering-Barak zitting willen nemen, en hun glazen niet bij voorbaat willen ingooien door zich de toorn van seculier Israel op de hals te halen. Over ,,de technici die gedwongen worden te werken op sabbat'', bleek Levy's woordvoerder in één dag tijd inderdaad van gedachten veranderd: ,,De IBA-technici werken altijd op zaterdag, daar hebben we nooit een stokje voor kunnen steken. Dus dat heeft niets met het Songfestival te maken.''

Zaterdagnacht rond tweeën, toen de eerste décolletés en splitten het gebouw verlieten, stond op het parkeerterrein een eenzame orthodox in lange zwarte jas. ,,Homoooo's'', siste hij.