Kunstsubsidies

Staatssecretaris Van der Ploeg heeft bedacht dat de gevestigde kunstinstellingen nieuw publiek moeten gaan werven onder de allochtone bevolking, op straffe van subsidievermindering (NRC Handelsblad, 26 mei).

Kwaliteit van het gebodene is niet langer de enige maatstaf voor toekenning van subsidie. Daarmee zijn we weer terug in de jaren zeventig, bij de `maatschappelijke relevantie van kunst', de maakbaarheid van de samenleving, het vormingstoneel, etc. etc.

Nederland staat op de culturele wereldkaart dankzij o.a. het Koninklijk Concertgebouworkest, de Nederlandse Opera en het Nederlands Danstheater. Dit ondanks het feit dat het salarisniveau van bijvoorbeeld de musici van `het gebouw' slechts 50 procent bedraagt van dat bij de collega's in Berlijn en Wenen.

Genoemde kunstinstellingen verlenen aan de samenleving een meerwaarde die alles te maken heeft met kwaliteit. Van der Ploeg ziet in de etnische samenstelling van de bereikte publieksgroepen eveneens een kwaliteitscriterium. Te weinig Turken en Marokkanen in de zaal? Subsidiekorting!

Het is zorgelijk dat door de veranderde bevolkingssamenstelling in de grote steden het publiek van de gevestigde kunstinstellingen in de toekomst onherroepelijk kleiner wordt.

Maar evenals bij de beruchte 7 procent-norm voor Nederlandse muziek bij de orkesten los je dat probleem niet op met `geoormerkte' subsidies en strafmaatregelen.