Huub van der Lubbe zingt de J.C. blues

Bij de opening van een expositie over J.C. Bloem

in Den Haag zongen popmusici en scholieren de teksten van de dichter die als geen ander de blues wist te verwoorden.

,,Het weer zit mee'', constateerde de presentator van de J.C. Bloem-middag terwijl buiten het Letterkundig Museum in Den Haag de eerste druppels vielen. Niet alleen stond de weersomslag van zondag garant voor een bijna uitverkochte zaal, ook pasten de donkere wolken goed bij het oeuvre van een dichter die zoveel neerslag in zijn verzen stopte (`Verregend op een miezerige morgen'; `Altijd november, altijd regen'). Zoals Arie van der Krogt afgelopen vrijdag al schreef in het Cultureel Supplement: `Voor Bloem was er geen zomer.'

Ter gelegenheid van de pas geopende tentoonstelling `Altijd dit lege hart' – De dichter J.C. Bloem werd in het Letterkundig Museum een groot aantal gedichten van Jakobus Cornelis Bloem (1887-1966) voorgelezen en gezongen. Middelbare scholieren en conservatoriumstudenten uit het hele land brachten gevarieerde muzikale bewerkingen van beroemde gedichten als `Het portret' (`Wanneer ik dood ben en de donkren komen...') en `Het gestorven meisje' (`De wereld heeft geen plaats voor zulk een lieflijkheid...'). Voormalig punkdichteres Diana Ozon declameerde met een grafstem een bloemlezing van gedichten over de dood, en verbaasde zich erover dat niet Bloem maar Nel Benschop altijd de eer te beurt valt om in rouwadvertenties geciteerd te worden. En de popzangers Manon van Lier (Emotional Pitstop) en Huub van der Lubbe (De Dijk) coverden `Huiswaarts reizende' en `November'. Vooral dit laatste nummer, gezongen met smart in de stem en gevoel in de gitaar, werd omgetoverd tot een superieur staaltje nederblues.

Een uitgelaten middag werd het niet, hoewel twee Nijmeegse gymnasiasten voor een komische noot zorgden met een Engelse rapversie van `November'. Maar ook in de conventionelere arrangementen (met piano, fluit of klarinet) bleken de gedichten van Bloem perfect zingbaar. Toen de Eindhovense lyceïst Steven Habraken swingend en in G-zacht `De Dapperstraat' en `De gelatene' vertolkte, besefte je hoe dicht Bloem en de blues bij elkaar liggen. De beroemde one-liners van de dichter (`En dan: 't had zoveel erger kunnen zijn', `Alles is veel voor wie niet veel verwacht') zijn Hollandse variaties van het `woke up this morning...' en `I've been down so long it looks like up to me...' van de grote blueszangers.

Het merendeel van de verklankte poëzie was rustig na te lezen op de Bloem-tentoonstelling een paar gangen verderop, waar behalve de `tien beste gedichten' ook acht stad-en-landgedichten met bijbehorende foto's zijn opgehangen. Omdat Bloem geen avonturier als Slauerhoff was – `een keurige burgerman' noemde Diana Ozon hem gisteren – bevatten de vitrines met memorabilia weinig spectaculairs: een stuk of wat gedichten in handschrift, wat fotootjes ter grootte van een hand, brieven met wat knipseltjes er tegen. Het meest tot de verbeelding spreken nog Bloems leunstoel en theekop, en een bedelcirculaire van zijn collega Adriaan Roland Holst, die Bloems vrienden te hulp riep toen de dichtende griffier zijn baan bij het kantongerecht was kwijtgeraakt: `Het is uiterst noodzakelijk, dat hier onmiddellijk – wil een ondergang voorkomen worden – geholpen wordt.'

Tot dieper begrip van de dichter J.C. Bloem leidt de mini-expositie niet echt. De aardigste interpretatie van Bloems doom and gloom kwam gisteren van Huub van der Lubbe, die zijn prachtige voordrachten van Bloems gedichten voorzag van droogkomisch commentaar. ,,Ik verdenk Bloem ervan'', zei de zanger van De Dijk in ruste, ,,dat hij het niet altijd zo serieus meende met al die bergen somberheid. 's Avonds, met een borreltje op, zat hij zich waarschijnlijk kapot te lachen.''

De tentoonstelling is t/m 7 november te zien in het Letterkundig Museum in Den Haag.