Hitler als bouwheer

Hoe hadden Europese steden er uitgezien als de nazi's de oorlog hadden gewonnen? Nergens anders is het antwoord op deze vraag beter te zien dan in Weimar, de stad van Goethe, Schiller, Liszt en Nietzsche. Natuurlijk, Neurenberg heeft zijn voormalige Reichsparteitaggelände en ook München en Berlijn hebben enkele grote gebouwen uit de nazi-tijd. Maar de tijd heeft van de tribunes en congreshal van Hitlers lievelingsarchitect Albert Speer in Neurenberg nauwelijks meer dan ruïnes overgelaten en de nazi-gebouwen in Berlijn en München staan geïsoleerd temidden van bouwwerken uit andere tijdperken. Alleen in het kleine Weimar, dit jaar de culturele hoofdstad van Europa, is een groot ensemble van monumentale gebouwen uit de nazi-tijd ongeschonden gebleven.

Het door nazi-gebouwen omzoomde plein is nu een van de 25 plekken in Weimar, waarvan kleine openluchttentoonstellingen het cultuurhistorisch belang uiteenzetten. Tot Weimar niet meer culturele hoofdstad van Europa is, staan er schotten op het nazi-plein met toelichtingen en foto's over de omringende gebouwen. Een video laat voortdurend een filmverslag zien van het bezoek dat Hitler in 1938 bracht aan Weimar, een stad waar hij al voor de machtsovername door de nazi's vaak kwam.

Tot de `Wende' heette het nu naamloze nazi-plein Karl Marx Platz; voor 1945 was het jarenlang bekend als Platz Adolf Hitler. De laatste naam was erg op zijn plaats: de amateurarchitect Hitler had zich intensief bemoeid met het plein. Juist Weimar, waar de door hem verachte Weimar-republiek tot stand was gekomen, moest een duidelijk nazi-stempel krijgen. Als onderdeel van de as Berlijn (Reichshauptstadt), Neurenberg (Stadt der Partei) en München (Stadt der Bewegung) moest een voorbeeldige provinciestad worden. Als het aan Hitler lag, zouden alle Duitse en later ook Europese steden een soortgelijk `Gauforum' als in de cultuurstad Weimar krijgen.

Uit verschillende prijsvraagontwerpen koos Hitler in 1937 persoonlijk dat van Hermann Giesler, na Albert Speer zijn favoriete architect. Hitler bracht zelf veranderingen aan in het ontwerp. Zo bepaalde hij dat het plein een toren moest krijgen van veertig meter hoog. De toren bleef onvoltooid en is nu een stompe steenklomp met een zielig dakje. Hitler schreef ook voor dat het plein vrij van verkeer moest worden. Ook deze wens is niet helemaal in vervulling gegaan – het plein fungeert nu vooral als parkeerplaats.

Dat het plein er nog zo goed uitziet, komt doordat de gebouwen altijd zijn gebruikt. Eerst trok het Russische leger in de gebouwen, later deden ze dienst als onderkomen voor de Hochschule für Architektur und Bauwesen, grappig genoeg de belangrijkste architectuuropleiding in de DDR. Tegenwoordig werken ambtenaren van deelstaat Thüringen er.

Het Gauforum in Weimar laat zien dat Duitsland en Europa een weinig opwekkende architectonische toekomst bespaard is gebleven. Een enkele losstaande nazi-kolos kan geen kwaad, zo bewijst bijvoorbeeld het door Paul Ludwig Troost ontworpen Haus der Kunst in München. Maar een groot plein dat aan drie kanten wordt omgeven door zware, classicistische gebouwen is te veel van het goede en krijgt iets uitgesproken sombers.

Van volstrekte dorheid wordt het plein gered door de vierde zijde. Hier staat een gebouw dat volgens de oorspronkelijke plannen de gigantische Halle der Gemeinschaft had moeten worden. Maar toen het nazi-regime zich in mei 1945 onvoorwaardelijk overgaf aan de geallieerden, was deze hal ook nog niet voltooid. Het heeft tot de jaren zeventig geduurd voor de plaatselijke autoriteiten wisten wat ze er mee aan moesten. Eerst overwogen ze er een sporthal van te maken, maar uiteindelijk werd het in 1973 een bedrijfsverzamelgebouw. Volgens de toen heersende mode in de DDR-architectuur is het nu leegstaande gebouw van buiten helemaal behangen met curieuze lange lamellen. In combinatie met de zware stenen nazi-gebouwen geeft deze typische DDR-doos het plein een surrealistisch aanzien.