Een liefdesdood beëindigt steeds zwartere Bohème

De voorstelling die de Nationale Reisopera brengt van Puccini's La bohème is bijzonder omdat hier in de muzikale en vocale uitvoering – meer dan anders – de nadruk ligt op het primaire rauwe realisme en – minder dan anders – op het volmaakt esthetische sentimentele. Als Mimi sterft aan de tering is dat hartverscheurende sentiment er tenslotte wel in overvloed, maar vooral als gevolg van het kale en desolate naturalisme, dat de voorstelling kenmerkt.

Regisseur Peter Konwitschny plaatst het drama van de bohémiens – even ongelukkig in de kunst als in de liefde – in een half realistisch, half symbolistisch decor van Johannes Leiacker.

In de eerste akte zien we achter de zolderkamer van Rodolfo de miljoenen lampjes van de lichtstad Parijs onder een sterrenhemel. De tweede akte bij café Momus wordt verlicht door talloze kermislampjes. De hele derde akte dwarrelen er miriaden sneeuwvlokken: het is alsof met deze witte melkweg ook de hemel zelf naar beneden valt. En in de vierde akte, als alle lichtpuntjes in het leven zijn gedoofd en Mimi sterft, is het licht in de zaal aan en heerst op het podium de duisternis van de dood.

Dirigent Lawrence Renes laat in een van zijn beste operadirecties het levendig spelende Gelders orkest de muziek van La bohème vertolken met veel variatie in tempi en expressie. Scherp, puntig en raspend klinkt die vaak. Het leed van het leven is een schrijnende open wond, soms verzacht en toegedekt door het pathos van de grote emoties.

Bij de première kwam het zingen van Harrie van der Plas (Rodolfo) wat moeizaam op gang. Het klonk vaak allemaal wel erg jong en fris en direct bij de Limburgse tenor, die carrière maakt in Duitsland, maar ook met al te beperkte en soms zelfs oppervlakkige stemmiddelen in Che gelida manina. Elzbieta Szmytka was in haar debuut als Mimi roerend in Mi chiamano Mimi en O soave fanciulla.

Na de pauze, in de treurige sneeuwakte en de tranenverwekkende slotakte, ging alles beter en droegen orkest en zangers, onder wie ook Catherine Dubosc (Musetta) en Robert Bork (Marcello), gelijkelijk bij aan een voorstelling die aangrijpend eindigt. Mimi, met haar toch altijd al zo koude handjes, is gestorven en eindelijk ziet ook Marcello dat. Dan rent hij op haar toe. Halverwege verstijft hij in een freeze, hij wordt één met haar in de kilte van de dood. Het lijkt in deze Puccini-opera een Wagneriaanse Liebestod, die ondraaglijk lang duurt, tot iemand begint te klappen. Het ware beter geweest uiteindelijk stilletjes en bedroefd weg te schuifelen.

Voorstelling: La bohème door de Nationale Reisopera en het Gelders Orkest o.l.v. Lawrence Renes. Decors en kostuums: Johannes Leiacker; regie: Peter Konwitschny. Gezien: 28/5 Stadsschouwburg Utrecht. Tournee t/m 24/6. Inl. (053) 4878500.