Een eerste zoen smaakt altijd naar metaal en sigaar

Vijftien jaar geleden verscheen het eerste nummer van Lust en Gratie, toen nog met nadruk een `lesbisch kultureel' tijdschrift. Lust en Gratie is nog steeds geheel gewijd aan door vrouwen geschreven literatuur, maar veel lesbisch is er niet meer aan. De zestigste aflevering, het jubileumnummer, is onder het motto `Dubbel en dwars' gevuld door vijftien `dubbeltalenten'; kunstenaressen die schrijven én schilderen, tekenen of fotograferen.

Veel reden tot feesten is er eigenlijk niet voor Lust en Gratie. Deze maand verscheen het Rapport Literaire Tijdschriften van het Literair Productie- en Vertalingenfonds over het volgend jaar. Daarin zegt het fonds Lust en Gratie de wacht aan: als het blad binnen anderhalf jaar niet verbetert, vervalt de subsidie. Voor uitgeverij Vassalucci is de steun van het fonds een voorwaarde om het blad te laten verschijnen.

Helaas lijkt het fonds, in ieder geval wat dit jubileumnummer betreft, gelijk te krijgen. Er wordt flink wat afgewauweld in Lust en Gratie. Een van de weinige intressante bijdragen is de terugblik op de afgelopen vijftien jaar door Clementine van Wijngaarden. De citaten uit het redactioneel van het eerste nummer geven het gevoel dat je in een tijdmachine stapt. Het bed heette er stellig `de parameter van het patriarchaat' en wat `lesbische kultuur' precies inhield, sprak voor de toenmalige redactie klaarblijkelijk voor zich. `Wij willen een wereld laten zien waarin vrouwen voor elkaar centraal staan, niet alleen erotisch, maar ook sociaal.' Inmiddels is het moeilijk voorstelbaar dat geen enkel ander blad ruimte voor die wereld biedt. Gelukkig maar, stelt redactrice van het eerste uur Ineke van Mourik. `Je moet niet mauwen dat het niet meer is zoals vroeger', stelt ze. En: `Het was toen ondenkbaar dat er zoiets als het homohuwelijk zou komen'. Ze merkt op dat `mensen het altijd over de Tweede Wereldoorlog [hebben] als belangrijkste gebeurtenis van deze eeuw.' Zelf vindt ze dat het feminisme `de meest revolutionaire beweging van deze eeuw' is. Een op zijn zachtst gezegd merkwaardige vergelijking.

Nog altijd profileert Lust en Gratie zich als het podium voor schrijvende vrouwen, lesbisch of niet. Maar schrijvende vrouwen hoeven niet langer bij elkaar te kruipen om hun stem te kunnen laten horen. Podia zijn er in overvloed, uitgevers en tijdschriftredacties staan te trappelen. Er is niets uit deze Lust en Gratie wat pertinent nergens anders gepubliceerd had kunnen worden. `Vrouwelijk' is een predikaat van niets, en zeker geen waarborg voor kwaliteit. Pam Emmerik vulde vijf rommelige pagina's met een `Modern stichtelijk verhaal' dat vermaak noch lering biedt. In vette verfhalen vertelt ze het verhaal van het `Sieg Heil-konijn' dat het erg `shit' vindt dat zoveel van zijn vriendjes bloedig ten onder gaan en daarom voortaan als `strontkonijn' door het leven gaat. Inge Pollet schrijft een kitscherig verhaal getiteld `Atmosfeer' over de begrafenis van een oude man. Allerlei raven fladderen rond en een menigte prevelt `monotoon en zonder nadenken' een pastoor na. Goh. De erbij afgedrukte foto's, lichtende bomen van onder af gezien tegen een grauwe lucht, zijn best mooi, maar geven je het gevoel dat je ze al eerder, en beter, hebt gezien.

Is er dan niets de moeite waard aan deze jublieum-Lust en Gratie? De beste bijdragen komen van twee auteurs-tekenaressen die veel voor kinderen maken: Annet Schaap en Joke van Leeuwen. Maar Schaaps gedichten getiteld `Zevenbeer', `Zoen' en `Minoetje' met de bijbehorende, lieve plaatjes, zouden beter op zijn plaats zijn geweest in een blad dat ook door kinderen gelezen wordt. Een eerste zoen, die volgens haar smaakt naar metaal en sigaar, is niet iets om te doen, maar meer iets om met je beste vriendin te bespreken. En poezen kunnen zomaar doodgaan: `Ik ga je niet missen./ Ik weet hoe dat is./ Eerst bij mijn oma/ en toen bij mijn vis.'

In Joke van Leeuwens cyclus `Vier voor een verheemde' hebben woord en beeld evenveel zeggingskracht. Precieus tekende zij met pen en inkt een kunstig gevouwen servet op een bord, een zeilboot zonder richting, en een paar damesschoenen, zorgvuldig gepoetst, gekoesterd, netjes gehouden. Van Leeuwen dicht over de zwervende woorden van een nog niet bedwongen taal, die niet in het gelid willen. `Wie kwijt kent wil wat past', schrijft ze, en dat gaat net zo goed over nieuwe kleren als over woorden. Een glimpje hoop gloort: `Ze hebben Dag al en Tot Ziens en Lekker.'

Lust en Gratie, `Dubbel en dwars', Driemaandelijks literair tijdschrift. Jaargang 15, nummer 60. Uitgeverij Vassallucci. ISBN 90 5000 207 2. Losse nummers ƒ15,-.