De Eurocommissaris

WIE GAAT NEDERLAND voordragen als commissaris in de Europese Commissie? Deze vraag is de komende weken actueel en heeft door de demissionaire status van het kabinet een nieuwe dimensie gekregen. Het kabinet móet een besluit nemen, ongeacht de duur van de lijmpoging die aan de gang is. Met demissionaire ministers verbreedt zich bovendien de keuzemogelijkheid. De Nederlandse kandidaat kan uit een bredere kring gerekruteerd worden dan louter die van politici die het zenith van hun nationale carrière gepasseerd zijn.

Eerst iets over de procedure. In de periode na de verkiezingen voor het Europarlement (in Nederland 10, in de meeste andere landen 13 juni) slaat de nieuwe voorzitter van de Commissie, Romano Prodi, aan het formeren. De voorzitter heeft instemmingsrecht bij de kandidaten die de lidstaten voordragen. Uiterlijk 20 juli moeten de nieuwe leden zijn benoemd en na het zomerreces gaat de Commissie aan het werk.

Er is dus nog even tijd, maar Nederland moet wel iets bedenken, temeer daar andere landen ook niet stil zitten. Groot-Brittannië heeft bijvoorbeeld al Neil Kinnock en Chris Patten naar voren geschoven. De eigenzinnige Tory Patten (de laatste Britse gouverneur van Hongkong) maakt goede kans op de post Buitenlandse Handel of Buitenlandse Betrekkingen.

Met vertrekkend commissaris Hans van den Broek heeft Nederland een ervaren diplomaat in de Commissie gehad. Ook de eerdere Nederlandse commissarissen Andriessen, Vredeling, Lardinois, Sassen, Mansholt, Linthorst Homan en Spierenburg hadden een uitstekende reputatie. Het ligt voor de hand dat de nieuwe Nederlandse commissaris deze traditie voortzet. Gezien de partijpolitieke verdeling is het redelijk dat nu een VVD'er naar voren wordt geschoven. Daarover bestaat in Den Haag brede overeenstemming.

BETER DAN DE vraag `wie' is de afweging `voor welke post'. Hoewel de Nederlandse Eurocommissaris niet in Brussel zit voor het Nederlandse belang, kan het geen kwaad om te streven naar een Commissiepost die in het verlengde ligt van zwaarwegende Nederlandse belangen. Nu is dat een ruim begrip want het Europese beleid houdt zich bezig met veel terreinen die Nederland aangaan: landbouw, transport, vrije mededinging, internationale handel, monetair beleid, interne markt, financiën en belastingen. Het is in ieder geval wenselijker dat Nederland een kandidaat naar voren schuift die aanspraak kan maken op één van deze kernportefeuilles dan op die voor `Derde Wereld', toerisme, communicatie, sociale zaken of wetenschapsbeleid. Dat zijn niet de spannendste posities in Brussel.

Terug naar de vraag wie hiervoor uit VVD-kring in aanmerking komen. Frits Bolkestein heeft als oud-partijleider grote verdiensten en zijn naam circuleert. Hij heeft zichzelf inmiddels openlijk gepresenteerd als belangstellende voor een zware Brusselse post in de buitenlandhoek. Los van de vraag of hij voor Prodi acceptabel is: Bolkestein is een man van de grote lijn en niet van het taaie dossier of de moeizame onderhandelingen.

Er zijn ook andere VVD-kandidaten denkbaar. Bijvoorbeeld Annemarie Jorritsma, die in het vorige kabinet heeft bewezen dat ze zich goed thuis voelt in het doenerswereldje van transport. En Europees transport is bij uitstek een Nederlands belang. Of anders Gerrit Zalm. In Den Haag heeft hij weinig meer te doen. De Nederlandse begroting is behoorlijk op orde en Zalm kan in Brussel nuttig werk verrichten door ook de Europese begroting aan zijn strakke discipline te onderwerpen. Dat is in het belang van alle lidstaten, niet in het minst van nettobetaler Nederland zelf.

KAN EEN (demissionaire) minister weg uit Den Haag? Bij Van den Broek is dat in 1993 ook gebeurd, dus er is een precedent. Voor vice-premier Jorritsma zou Brussel een elegante zijdeur zijn na de Bijlmerenquête. Sterker, in het kader van een bredere kabinetsherschikking zou haar benoeming in Brussel zelfs heel goed van pas kunnen komen. Voor Zalm geldt dit niet. Niemand ziet hem graag uit Den Haag vertrekken. Een kundige minister van Financiën is eigenlijk altijd onmisbaar.

Anderzijds: Zalm kent Brussel, hij heeft geleerd met de Italianen om te gaan, hij heeft in april de Nederlandse nettobetaling aan de EU met 1,3 miljard gulden omlaag gebracht en hij heeft gezag opgebouwd bij zijn collega's in de invloedrijke Raad van ministers van Financiën. Vergeleken met Jorritsma en Bolkestein is zijn vaktechnische vaardigheid ontegenzeggelijk groter. Als het Nederlandse kabinet een zwaarwegend belang hecht aan de post van Eurocommissaris, is het naar voren schuiven van de minister van Financiën voor de Commissie-Prodi een serieuze optie.