De boer uit French Lick

Bird heeft nooit het hoofd gehad van een basketbalvirtuoos. Een man met een hoekige onderkaak, blonde haren en steenblauwe ogen. Een zoon uit een arm boerengezin met vijf kinderen uit het dorpje French Lick in Indiana. Meer leek hij nooit te kunnen worden. Maar hij beschikte natuurlijk wel over boerenhanden, handen met stevige vingers, handen die konden werken, handen met gevoel. Hij was een boerenzoon die niet klaagde en zeurde als stadszonen met slappe vingertjes en bleke neuzen. Hij was een jongen die trots was dat hij met zijn handen moest werken om een beter en rijker leven te krijgen.

Nog voordat Michael Jordan de hemel in werd geprezen, vloog Larry Bird al door de basketbalarena's van Noord-Amerika. Dertien jaar lang, tussen 1979 en 1992, was hij de basketballer die de Boston Celtics driemaal naar de wereldtitel schoot. Zijn bewegingen waren beheerst, zijn passes waren doordacht, zijn schoten secuur, het aantal punten talrijk. Drie keer werd hij uitgeroepen tot de Most Valuable Player. De Boston Garden was altijd vol sinds Bird er speelde, een vreemde, blonde god van twee meter lang die het volk kon laten exploderen van vreugde en bewondering.

Al ver voordat Bird zich de Boston Garden toeëigende als zijn tempel, was hij bij het publiek een geliefde basketballer. Het dorpje French Lick telde slechts 2.000 inwoners, maar wanneer het schoolteam van Springs Valley High wedstrijden speelde waren alle dorpelingen in de baskethal. Allemaal kwamen de boerenzonen en -dochters kijken naar de grote man met de glimlach, Larry Joe Bird. Vader en moeder Bird waren er ook altijd. Ze werden gehaald en gebracht door Bird-bewonderaars, omdat de Birds te arm waren om een auto te kopen.

Bird ging naar de universiteit. Niet omdat hij een studiebol was, maar omdat hij goed kon basketballen – zo gaat dat vaak met Amerikaanse sporttalenten. De universiteit van Indiana State nam Bird graag op in zijn studentenbestand. Het ging natuurlijk om zijn commerciële waarde. Bird werd het uithangbord van de universiteit. Plaatselijke tv-stations zonden in plaats van commercials korte filmpjes van Bird uit. Studenten stonden uren in de rij om een kaartje te bemachtigen voor een wedstrijd van Indiana State, met Bird. Larry Bird Ball was hot in Terre Haute.

Bird was een fenomeen, mede omdat hij blank was. De wegkwijnende Boston Celtics trokken Bird medio 1978 aan en zouden er nooit spijt van krijgen. De Garden was elke basketbalavond vol, de titels regen zich aaneen, het geld stroomde binnen. Bird en de Celtics wonnen alles. Soms was er paniek, wanneer de achillespezen van Bird het begaven. Dan weer begaf zijn rug het. Maar de boerenzoon uit Indiana liet zich niet van de wijs brengen door een paar pijntjes. Met een rug als strijkplank veroverde hij nog op zijn 36ste temidden van het Dream Team (met Michael Jordan en Magic Johnson) in 1992 de gouden olympische medaille. Een maand later werd de pijn Bird te veel. Hij hield ermee op.

Vorig jaar keer Bird terug naar zijn geboortgrond Indiana om coach van de Indiana Pacers te worden. In zijn eerste jaar was zijn team in de playoffs uiteraard kansloos tegen de Chicago Bulls van Jordan en co. Dit seizoen doen Bird en de Pacers opnieuw een gooi naar de titel. Rik Smits heeft hij heel veel bij kunnen leren en de toverkracht van Reggie Miller heeft hij aangescherpt. Worden de Pacers dit jaar kampioen dan is Larry Bird nog meer dan bijzonder geworden.