Activist Carl Niehaus en de `apartheid' in het ANC

Zuid-Afrika gaat woensdag voor de tweede keer sinds het afschaffen van de apartheid in 1994 naar de stembus voor vrije, algemene verkiezingen. De voormalige zwarte bevrijdingsbeweging ANC zal de zekere, vermoedelijk totale, overwinnaar zijn. De Afrikaner ambassadeur van Pretoria in Den Haag, Carl Niehaus, heeft een lange en ook moeizame relatie met het ANC. Maar: `Ek is geen bitterbal nie'.

Een krantenbericht van 24 november 1983 uit Johannesburg: ,,Twee jonge blanke studenten, die op radicale wijze braken met hun diep-conservatieve Afrikaner achtergrond, zijn hier vandaag veroordeeld wegens hoogverraad nadat een politiespion had onthuld dat ze werkten voor het ondergrondse Afrikaans Nationaal Congres. Carl Niehaus, 23, werd veroordeeld tot 15 jaar en zijn verloofde, Johanna Lourens, eveneens 23, tot vier jaar.'' Zo vernam de wereld voor het eerst van een Afrikaner theologiestudent en zijn vriendin die het apartheidsregime tartten en daarvoor zwaar moesten boeten. ,,Moedig maar naïef'', zo omschrijft een vriend de Niehaus van die jaren. ,,Hij ging openlijk foto's maken van de gasfabriek als doelwit voor aanslagen van het ANC. Het was slechts een kwestie van tijd voordat ze hem zouden arresteren.'' Naïef was hij ook in het vertrouwen van kameraden: de vriendelijke jongeman met wie hij een studentenhuis deelde in Johannesburg, en met wie hij zijn geheimen deelde, bleek een spion te zijn die hij pas weer terug zag in de rechtszaal.

Het kerstkind 1959 Carl Gerhardus Niehaus is afkomstig uit Zeerust, een plaatsje in een streek ten westen van Johannesburg die nog altijd bekend staat om zijn zeer behoudzuchtige blanke bevolking. Voorheen maakte Zeerust deel uit van de door Afrikaners gedomineerde Transvaal. Nu ligt het in de provincie Noord-West en hebben de ANC-autoriteiten er de grootste moeite verongelijkte blanken in het gareel te krijgen. Hier werd de officiële politiek van rassenscheiding door de Afrikaner gemeenschap vurig ondersteund; zwarten waren `kaffers', mensen van een mindere soort, waar blanken ver bovenstonden. En de dominees van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika zagen er op toe dat de `verkramptes' zich aan de wet hielden. Hoewel de familie Niehaus in 1973, door economische noodzaak gedreven, het platteland voor de grote stad Johannesburg moest verruilen, bleef het geborneerde Afrikaans-christelijke milieu hen bij.

Waarom Carl Niehaus er wel in slaagde zich aan de `swartskoene' te onttrekken en de meerderheid van zijn volksgenoten niet, is achteraf een raadsel, misschien ook voor hem zelf. Uiteindelijk beriep hij zich in zijn politieke keuze op dezelfde god en op hetzelfde boek waar de Afrikaner gemeenschap juist het tegenovergestelde standpunt aan ontleende. In zijn autobiografie Om te veg vir hoop schrijft Niehaus dat zijn bezoeken aan townships (de zwarte sloppenwijken) en de opstand in Soweto van 1976 voor hem de ommekeer inluidden. Terwijl zijn klasgenoten op de middelbare school het harde optreden van de autoriteiten tegen de zwarte scholieren van het Johannesburgse township billijkten, dacht Carl: ,,In mijn overtuiging houdt de Bijbel ons voor om lief te hebben, niet om te doden.''

De werkelijke, radicale politieke bekering volgde tijdens een studie theologie aan de Randse Afrikaanse Universiteit (RAU) van Johannesburg, waarvoor Niehaus zich in 1978 inschreef. Hij liep een jonge studente in de wiskunde tegen het lijf, Johanna `Jansie' Lourens. ,,Het klinkt afgezaagd'', zegt Jansie over de ontmoeting met Niehaus, ,,maar het was liefde op het eerste gezicht.'' In het bolwerk van Afrikaner nationalisme dat de RAU was, verlegde het stel, alsof het om het ontdekken van hun seksualiteit ging, de grenzen van de politiek, stukje bij beetje. Ze kwamen samen tot het inzicht dat het politieke systeem waarin ze waren opgegroeid verrot en onrechtvaardig was. Jansie: ,,Carl nam het initiatief, ik volgde. We hadden veel steun aan elkaar, voerden actie, hingen posters op, we gingen steeds verder.'' In eigen kring, niet in de laatste plaats bij Niehaus' ouders, kwam hem dit te staan op afschuw, verwijten, afgrijzen. Maar opmerkelijk genoeg nooit op uitstoting. Al begrepen Carl Niehaus senior en zijn vrouw Magrieta nooit wat hun zoon bezielde, ze lieten hem niet los en zouden na zijn arrestatie trouwe bezoekers aan de gevangenis blijven, iets waarvoor hij hen altijd dankbaar bleef. In 1983 werden beiden opgepakt, enige dagen voor hun geplande huwelijk, en gezamenlijk naar het beruchte ondervragingscentrum aan het John Vorster Plein in Johannesburg gebracht. Na een verhoor van een maand volgde het vonnis: hoogverraad. Het krantenbericht uit 1983: ,,Terwijl hij de rechtbank verliet, draaide Niehaus zich om naar de publieke tribune, waar zijn ouders, ondersteuners van de apartheidsregering, zaten temidden van zwarte Afrikanen. Niehaus stak zijn vuist omhoog en riep `Amandla!', wat macht betekent, de leus van het ANC. Toen hij dat deed, vielen zijn ouders elkaar in de armen en weenden.''

Tijdens hun beider lange jaren in de cel waren ze gescheiden van elkaar, een keer per maand mochten ze elkaar ontmoeten, achter glas. In 1986 kregen ze na herhaalde verzoeken toestemming om in gevangenschap te trouwen. In de cel legden beiden zich toe op de schilderkunst. Het resultaat daarvan was deze maand in Groningen te zien waar het echtpaar een expositie van eigen werk opende. Een zelfportret van Carl, gemaakt in de Veiligheidsgevangenis van Pretoria, laat een getormenteerd gezicht gezien, in vegen geschilderd met zwarte en witte verf – de ogen staren de kijker als verschrikte kraaltjes aan. Niehaus licht toe: ,,Dat vooruitzicht - vijftien keer driehonderdvijfenzestig dagen achter de tralies, is nauwelijks te bevatten.''

Het isolement van de gevangenis werpt een mens op zichzelf terug, zo legde hij uit. Er is grote eenzaamheid, verdriet. De Afrikaner bewakers haatten hem hij was iemand, vonden ze, die zijn eigen volk had verraden. Ze noemden hem bij zijn nummer, gevangene 783. ,,Ek is een mens, geen nommer nie'', beet hij hen toe. Niehaus had het zwaar in de cel, zo bekende hij naderhand, maar hield het toch vol. Buigen deed hij wel, barsten niet. Pogingen van de apartheidsregering hem en Jansie op andere gedachten te brengen in ruil voor vrijlating waren aan hen niet besteed. `Moe nooit die hoop opgee nie' was zijn motto. In detentie maakte Niehaus ook zijn studie theologie af. Naderhand voltooide hij in Nederland zijn proefschrift over zwarte bevrijdingstheologie.

Opmerkelijk is dat Niehaus pas in maart 1991, een jaar na de vrijlating van Nelson Mandela, op vrije voeten kwam. Bronnen in Johannesburg zeggen dat het ANC de nog gevangen kameraden van ondergeschikt belang achtte. Maar Niehaus ontkent deze lezing. ,,De blanke regering lag dwars. Mandela en andere ANC'ers kwam ons heel vaak opzoeken'', zegt hij. Nadat een van zijn vroegere professoren bij de toenmalige minister van Justitie, Kobie Coetsee, had gepleit voor Niehaus' vrijlating zei deze: ,,Jij denkt toch niet dat we verraders laten gaan?'' Maar met het naderende einde van de apartheid en het historisch ongelijk aan blanke kant, moesten ook de laatste politieke gevangenen, onder wie Niehaus, wel vrijkomen.

Eenmaal terug in het gewone leven kwam Niehaus terecht in de draaikolk van de politiek, waar hij zich met zijn grote retorische talent uitstekend wist te redden. Het ANC benoemde Niehaus in 1991 tot zijn woordvoerder en zette hem op een verkiesbare plaats voor het parlement in 1994. Dominee Beyers Naudé, die wegens zijn eigen verzet tegen de apartheid voor de jonge Niehaus een belangrijke bron van inspiratie vormde, roemt de intellectuele gaven van `Karel', zoals hij de naam Carl uitspreekt. ,,Niemand anders kan met zoveel gezag en visie een analyse geven over Zuid- en Zuidelijk Afrika'', zegt de 84-jarige emeritus predikant in Johannesburg. Van zijn kant stuurt Niehaus al zijn toespraken naar zijn mentor. Beyers Naudé: ,,Ik spreek vaak met Karel, hij is een zeer open persoonlijkheid en ik ben er zeker van dat hij later nog een belangrijke rol in het bestuur van ons land zal spelen.''

Van dat laatste is niet iedereen overtuigd. Gaat Carl Niehaus aan het komende eind van zijn ambassadeurschap in Nederland inderdaad terug naar Zuid-Afrika om daar het land dan wel `de partij' te dienen? Volgens een voormalige Nederlandse activist tegen de apartheid liep Niehaus tijdens zijn jaren als parlementariër voor het ANC tegen de grenzen aan van zijn mogelijkheden als blanke binnen een overwegend zwarte partij. ,,Hoe je het ook wendt of keert, een blanke moet zijn plek weten in het ANC, kleur gaat boven kwaliteit'', zegt hij.

Het leek het ANC beter dat Carl `even' het land zou uitgaan, het ambassadeurschap in Nederland kwam vrij. ,,Hij voelde zich hier niet langer op zijn gemak'', zegt de activist, ,,vooral na het verwijderen van Cyril Ramaphosa uit de ANC-top.'' De ultra-pragmaticus Ramaphosa, architect van de onderhandelingen over een politieke overgang, begin jaren negentig, met de zittende blanke minderheidsregering, verloor in 1996-'97 de strijd om de macht binnen het ANC van Thabo Mbeki, de vice-president. Zij die in de partij werden gezien als `Ramaphosianen', zoals Niehaus, konden het daarna wel vergeten. Privé beklaagde Niehaus zich daar ook vaak over. ,,Je kunt als blanke beter nu lid worden van het ANC dan twintig jaar geleden. Mij zien ze niet meer staan'', vertrouwde hij een politieke analist in Johannesburg toe.

Ik ontmoette Niehaus voor het eerst tijdens een vlucht van Amsterdam naar Johannesburg, begin dit jaar. In de besigheidsklas van South African Airways zat daar, ondanks zijn politieke affiliatie, in alles een Afrikaner. Een boertjie heet dat in zijn `thuisland' een beetje denigrerend: de kleine gedrongen gestalte, het brede gezicht. Maar de hartelijkheid ook, het open vizier, de makkelijke babbel. Een relaxte man, die even het natte Nederland kon verruilen voor zijn geliefde vaderland. Over zijn toekomst wist hij weinig concreets te zeggen. ,,Iets in Pretoria misschien'', zei hij vaag.

Als ambassadeur voor Zuid-Afrika heeft Niehaus in amper twee jaar tijd een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd. De Zuid-Afrikaan is een graag geziene spreker op fora. Maar verscheidene bezoekers aan de ambassadeursresidentie aan de Haagse Alexander Gogelweg, waar het portret van Jan van Riebeeck inmiddels is vervangen door `etnische kunst' uit Zuid-Afrika, zeggen daar een ongelukkige en bittere man te hebben gezien, een raspoliticus in het harnas van een diplomaat. Niehaus moet hard lachen om de hem toegedichte kwalificaties. Opnieuw spreekt hij tegen: ,,Ik ben een zwaarmoedig mens, een echte calvinist en ik denk dat mensen dat aanzien voor ongelukkigheid of bitterheid. Maar ik ben juist heel gelukkig hier, ik ben geen bitterbal. Ik preek twee keer in de maand, ik schrijf een reeks korte verhalen, ik heb het naar mijn zin.''

Als het over het ANC gaat, komt Niehaus geen onvertogen woord over de lippen. Hij vindt het vanzelfsprekend dat hij als blanke een niet al te grote mond opentrekt, uit een oogpunt van `politieke correctheid'. Maar ontegenzeggelijk heeft de ANC-activist ambities en talent. Hij wil meer dan mogelijk is, zo lijkt het. Jansie kent de verlangens van haar echtgenoot, maar zegt dat blanke Zuid-Afrikanen zich bescheiden moeten opstellen. ,,Het zal nog heel lang duren in ons land voordat mensen als Carl weer een leidende functie mogen en kunnen krijgen.''

`Moenie vrees nie' schreef de zwarte dichter en ANC-politicus Mathews Phosa in zijn bundel `Deur die oog van `n naald'.

Hoekom moet jy vrees

as jy niks het om te vrees nie?

Jou gewete is mos [immers] skoon

moenie vrees nie.

`Moenie vrees nie', zo heette ook naar Phosa's gedicht de tentoonstelling van het echtpaar Niehaus in Groningen. Carl Niehaus zei bij de opening veelzeggend dat de vrijheid te allen tijde ,,onderhouden moet worden''; er zijn geen gemakkelijke overwinningen. De loyale ANC'er, trouw tot in de dood, sloot als volgt af: ,,Moenie vrees nie, kom ons bou nou almal saam aan `n nuwe land.''