Willem de Vlugt schond de code

Willem de Vlugt van verpakkingsfabrikant Van Leer verdiende 9 miljoen gulden met de verzilvering van zijn opties. Twee weken later kon hij vertrekken. Het was niet reden voor zijn ontslag, blijkt uit een rondgang onder direct betrokkenen. Het was de druppel.

Bernard van Leer (1883-1958), oprichter van verpakkingsfabrikant Van Leer, was al veel eerder binnengelopen. Die had op zijn vijfenveertigste al een Rolls Royce én een Buick én een Cadillac. 's Morgens werd hij voor zijn kantoor – toen nog gebouw Atlanta bij het Leidseplein in Amsterdam – opgewacht door twee piccolo's: één om de deur open te houden, één voor zijn tas. De secretaresse belde de conciërge: de baas komt eraan, zet de paternoster stil! Van Leer wilde op weg naar boven geen minuut verliezen.

Vijftien miljoen gulden stond er op zijn bankrekening, in 1936. Reken dat eens om naar guldens van nu. Dan krijg je nog wel een nul méér dan de zeven nullen die Willem de Vlugt (56) op zijn saldo zegt te hebben. En vergelijk die auto's van Bernard van Leer eens met de BMW 735 – niet eens de grootste! – waar De Vlugt zakelijk in reed. En met de Ferrari 355 die hij privé wil kopen. Een tweedehands Ferrari 355!

Nog tamelijk bescheiden.

Bernard van Leer was een held. Of zo is hij in ieder geval de geschiedenis ingegaan. Híj kon het zich veroorloven om de branie uit te hangen. Maar Willem de Vlugt werd het noodlottig. En nu is hij opeens een patjepeeër omdat hij van snelle auto's houdt. Een man zonder stijl omdat hij iedereen laat weten hoe rijk hij is en hoe lekker hij dat vindt.

Willem de Vlugt heeft iets vreselijk fout gedaan. Hij heeft een code geschonden. Hij heeft geld geïncasseerd op een moment waarop men dat niet doet in zijn kringen. En al zijn vijanden – en dat zijn er plotseling veel – roepen: onethisch.

De mens is de mens een wolf. Maar ontluisterend blijft het, hoe snel iemand outcast is en hoe graag iedereen dan meehuilt. Tot 6 mei 1999, de dag waarop hij zijn opties verzilverde, mocht De Vlugt rustig zijn rol van botte boer spelen – dat was juist wel leuk. Begon minister Annemarie Jorritsma van Economische Zaken op een feestje voor zakenmensen `Tulpen uit Amsterdam' te zingen, dan kromden alle aanwezige bankiers en industriëlen hun tenen. Maar De Vlugt zong mee. En hij mocht het. Dat is Bill. Geen bestuursvoorzitter in Nederland die niet al jaren geleden gestopt is met roken en 's morgens als het even kan een rondje rent in de duinen bij Wassenaar/Bloemendaal/Aerdenhout. Behalve De Vlugt. Die rookt zestig sigaretten per dag en alleen die ene week per jaar dat zelfs hij er, ,,en deze keer serieus'', mee is opgehouden overweegt hij de mogelijkheid van een dieet.

Niet erg. Bill. Vertelde De Vlugt een mop over vrouwen-in-de-keuken bij de roadshows toen de onderneming op 3 mei 1996 naar de beurs ging? Dan kreunde alleen zijn chief financial officer, maar alle vertegenwoordigers van de grote verzekeraars en pensioenfondsen in de zaal moesten lachen.

Jarenlang werd het juist goed gevonden dat Willem de Vlugt zo'n ondiplomatieke drammer was. Hij had tenminste de lef om in 1992, toen hij net bestuursvoorzitter was, voor 600 miljoen gulden van Unilever 4P te kopen, een Duitse fabrikant van margarinekuipjes. De aankoop was groot en riskant en Van Leer had er de hulp van MeesPierson en de Rabobank hard bij nodig. Maar zónder expansie, zonder de strategie om niet alleen in olievaten maar ook in flexibele consumentenverpakkingen groot te worden, zou Van Leer binnen een paar jaar zijn verschrompeld. Tot 6 mei 1999 was Willem de Vlugt de man die van Van Leer een echte, beursgenoteerde onderneming had gemaakt in plaats van een mausoleum. Zo formuleerde hij het zelfs trouwens ook graag. In De Volkskrant: ,,Het bedrijf ziet er duizend keer beter uit dan het mausoleum dat het vijftien jaar geleden was.''

Maar sinds 6 mei 1999 wordt het Willem de Vlugt nagedragen dat hij veel rookt en drinkt en zo hard lacht. Opeens is hij de man die niet begreep dat Van Leer een hybride, een fatale mengvorm van een publieke onderneming en een filantropische instelling zou worden doordat de meerderheid van de stemgerechtigde aandelen bij de Van Leer Group Foundation moest blijven. (De netto winst gaat naar de Bernard Van Leer Foundation, die over de hele wereld arme kinderen helpt.) Opeens ook heeft De Vlugt veel te weinig gedaan met de 250 miljoen gulden voor acquisities die Van Leer door de beursgang in kas kreeg. En Van Leers winstcijfers waren na de beursgang dan wel flink omhoog gegaan. Maar dat kwam vooral door lagere rentelasten, efficiencyverbeteringen, en de verkoop in 1997 van de kartonfabrieken. Nauwelijks door uitbreiding van de activiteiten.

Een jaar geleden had Van Leer 450 miljoen gulden om andere bedrijven over te nemen. En waar kwam De Vlugt mee? Met het plan om Van Leer te láten overnemen – door het Finse Huhtamäki.

Had het niet andersom gemoeten, vroeg het Financieele Dagblad hem op 14 mei. Huhtamäki is kleiner dan Van Leer.

Teer punt voor De Vlugt. ,,Emotioneel is het niet leuk'', zei hij. En daarna kwam hij met het zwakste argument dat een CEO kan geven: ,,Als wij een betere waardering op de beurs hadden gekregen, zaten wij nu daar.'' Alsof die lage beurswaardering niets met zijn eigen functioneren te maken had. Maar het was ook een teer punt voor de commissarissen. Ze wisten dat de redenen om Van Leer dan maar aan de Finnen te verkopen aannemelijk waren. Maar ze zaten met een CEO van wie ze vonden dat hij er te weinig van bakte en waarom deden ze niks?

De verzilvering van de opties – een mooiere aanleiding voor een afscheid was nauwelijks te bedenken. Sinds die dag heet het dat Willem de Vlugt niet bij de cultuur paste van Van Leer. Dat hij er nóóit in gepast heeft.

De cultuur van Royal Packaging Industries Van Leer N.V. is bijna net zo mythisch als de reputatie van Bernard van Leer, met dat altijd maar weer opnieuw vertelde verhaal over zijn Circus Kavaljos waarmee hij met veertien familieleden, werknemers en een enkele vriend in de oorlog naar Amerika wist te ontkomen. (Van Leer was een jood.) Maar die cultuur van Van Leer komt veel meer bij Bernard van Leers zoon Oscar vandaan. Hij was degene – zei hij zelf – die na een paar jaar Amerika vond dat zijn vader, net als de Rockefellers en de Carnegies, iets goeds moest doen met zijn geld. Hij zocht uit waar ter wereld ouders hun kinderen konden onterven (Luzern, Zwitserland) zodat het familievermogen aan liefdadigheid en de opbouw van Israel kon worden besteed.

Bernard van Leer was een ondernemer – amoreel, praktisch. Hij zat er, net als de meeste Nederlandse ondernemers, niet mee om na mei 1940 aan de Wehrmacht olievaten te blijven leveren. Hij was zo ongelooflijk slim dat hij in 1941, toen hij met één pennenstreek onteigend had kunnen worden, de Duitsers dwong om met hem over de verkoop van zijn bedrijf te onderhandelen. Hij kreeg er zeven miljoen gulden voor, waarvan hij twee miljoen moest teruggeven als losgeld. (Toen heette het belasting.)

Oscar van Leer was een man van de wetenschap die zelf voor de oorlog een bedrijfje begon in optische instrumenten. Op zijn oude dag zat hij in de schuur achter zijn huis in Naarden nog eindeloos verbeteringen aan de brengen in één van zijn uitvindingen: de kindvriendelijke sluiting. Sprak je met hem af in restaurant De Witte Bergen, daar vlakbij, dan moest je niet verbaasd zijn dat hij er op zijn sloffen heen kwam.

Oscar van Leer volgde zijn vader op in 1958. Bij zijn afscheid, in 1970, hield hij een toespraak over fatsoen en integriteit, en over de vraag of bedrijven regeringen niet moesten opvoeden. Hij vond dat geld ,,gestolde menselijke energie'' was die weer moest terugvloeien naar de gemeenschap.

Gestolde menselijke energie. Zou Willem de Vlugt aan die woorden hebben gedacht toen de negen miljoen guldens die zijn 300.000 opties ná Huhtamäki opbrachten naar zijn privé-rekening vloeiden?

De Vlugt is een ondernemer van de soort ,,ik ben de baas'' en ,,Nederland is totaal onbestuurbaar door dat consensusgezwets'' (Vrij Nederland, mei 1996). Als de meerderheid van de aandeelhouders vindt dat hij zijn werk niet goed doet, ,,dan moeten ze me maar ontslaan''.

Zijn president-commissaris, de Zweed Ivar Samrén die in de jaren zeventig president-directeur was van De Bijenkorf, is volgens de mensen die hem kennen een ,,diplomaat bij uitstek'', een ,,beminnelijk strateeg''. De Vlugt vertelde hem niet vantevoren dat hij zijn privé-belangen in Van Leer ging verkopen. Hij raadpleegde wel zijn advocaten. Twee dagen na de bekendmaking van de naderende onderhandelingen met Huhtamäki voerde hij zijn plan uit. De koers was van het aandeel Van Leer was inmiddels met ruim 50 procent gestegen. Op 11 mei, nadat de hele wereld over De Vlugt – en zijn drie medebestuurders die hetzelfde hadden gedaan – was heengevallen, werd er een persbericht verspreid: ze hadden het gedaan om belangenverstrengeling te voorkomen.

Maar is dat ook zo?

Of je gelooft in je eigen onderneming en je doet je best voor een zo gunstig mogelijk onderhandelingsresultaat. Dan krijg je je geld voor je opties en aandelen vanzelf en misschien is het dan nog wel meer ook. Goed voor alle aandeelhouders. Of je gelooft niet in je onderneming en dan pak je vast wat je pakken kunt. Want dan weet je dat de beurswaarde weer naar beneden gaat als de koper onderzoek heeft gedaan naar de boeken.