WERELDTALENSTELSEL

In `Hoe meer talen hoe meer Engels' (W&O, 22 mei) toont Abram de Swaan zich een voorstander van het ontengelsen van het Engels in publicaties. In de praktijk komt het al geregeld voor dat bij vertaalbureaus om euro-Engels wordt gevraagd, dat wil zeggen niet te lange zinnen, minder abstracte zinnen, niet te moeilijke zinnen, minder impliciete constructies en minder idioom. Het kan echter ook zijn dat de opdrachtgevers het `echte Engels' niet helemaal kunnen overzien.

De vraag is: Waarom ontengelsen? Zijn de Amerikaanse en Britse bladen te beperkt of oppervlakkig als gevolg van afstand en isolement? We dienen niet te vergeten dat de Britten zich in de gehele wereld hebben gevestigd, waardoor het Engels kon worden verbreid. Wat gebeurt er dan als het Engels wordt losgekoppeld van het moederland? Er wordt in ons land bijvoorbeeld al zo veel Dunglish of `double Dutch' gesproken dat er `remedial workshops' nodig zijn om iemand weer van de `transfer'-lijst te kunnen afvoeren.

Zou Polder-Nederlands dan een modeloplossing zijn? Zo'n redactie nieuwe stijl zou bijvoorbeeld in Nederland of België kunnen gaan zitten, gesteund door objectieve geëmigreerde Britse, Amerikaanse, Australische, Nieuw-Zeelandse of Zuid-Afrikaanse `editors', die minimaal beïnvloed zijn door hun moedertaal. De Engelse tekst moet dan eerst door deze editors door een supranationale of universele bril worden gelezen en aangepast. De vraag is dan wel of de uiteindelijke lezer de ontengelste tekst goed kan ontvangen. En gaan we dan de Britse of de Amerikaanse spelling aanhouden? En wat doen we met de duizenden Engelse valkuilen waarin ook eventuele Nederlandse editors voor ontengelst Engels kunnen belanden? En met de toenemende onzekerheid van de `native speakers and editors of English' na een verblijf van enkele jaren in Nederland?

Wat er ook gebeurt: `objectief' redigeren in de lage landen zal niet leiden tot minder ontengelst `koeter-Waals' of `koeter-Vlaams', maar wellicht tot vervreemding van `native speakers of English'.