`We kunnen maar beter aan de zwarten wennen'

Op 2 juni kiest Zuid-Afrika voor de tweede keer in zijn geschiedenis een nationaal en negen provinciale parlementen. Een reportage van het boerenplatteland.

Vrijstaat, voorheen Oranjevrijstaat, op een mooie herfstdag. Goudgele korenaren wuiven onder een zachte bries. Fries stamboekvee graast in de wei, hier en daar een struisvogel. Koppies als zandtaartjes aan de horizon, mannen op paarden, metalen windmolens, kaarsrechte wegen over het hoogveld: dit is de landbouwschuur van Zuid-Afrika. Hier haalt het land voor een groot deel zijn granen vandaan, het boeren- en Boerenhartland.Maar goed gaat het niet met de landbouwers, de blanken wel te verstaan, ooit de ruggengraat van de apartheid. Van alle kanten liggen ze onder vuur: het criminele geweld tegen de boeren heeft schrikbarende vormen aangenomen, terwijl de ANC-regering streeft naar een grotere inbreng van zwarte boeren ten koste van de blanken.

Reddersburg is een klein boerenplaatsje onder de rook van Bloemfontein, hoofdstad van de Vrijstaat. Een Nederduits Gereformeerde Kerk, een café, een verwaarloosde garage, de Sarie Marais Lodge en een Kinderhuis delen de rode aarde met een paar honderd keurige woningen. Met even buiten het dorp de alomtegenwoordige hutten en krotten waartoe de zwarten zijn veroordeeld. Thys en Henriëtte van Vuuren boeren op de Molendam, een veeboerderij aan de rand van Reddersburg, bestaande uit honderdvijftig koeien, een koppel ganzen in de vijver en Stoffel de zwarte knecht. Maar ze kunnen bij lange na niet rondkomen, zegt de boerin. Thys klust bij als automonteur, Henriëtte werkt overdag in het President Paul Kruger Kinderhuis, waarvoor dominee J. Postma in 1960 de eerste steen legde, met als opdracht: `Die Here is my herder'.

In de speelkamer van het tehuis schetst Henriëtte van Vuuren (45) het boerenleven anno 1999. Voor haar op tafel een uitgave van Die Gereformeerde Vroueblad, met een prangend probleem op de cover: `Ek is lesbies help my!' ,,Tot voor kort hielden we nog een groot aantal schapen en konden we het nog wel redden, maar de veediefstal nam vreselijke vormen aan. Swartmanne kwamen in de nacht en namen zoveel dieren als ze in hun bakkie konden laden. Er was niets wat we konden doen, behalve het opgeven van de schapen. Koeien stelen ze niet, een koe is net zo makkelijk mee te nemen en is voor de swartmense ook van minder belang'', zegt Henriëtte. Ze constateert dat het land sinds 1994 ,,is achteruitgehold'' maar neemt daarvoor ook schuld op zich. ,,We hebben het over onszelf afgeroepen, jarenlang hebben we de zwarten onderdrukt. Achteraf begrijp ik niet hoe we dat hebben kunnen doen. Waarom hebben wij geluisterd naar onze ouders, onze onderwijzers en de dominee?''

De blanke boeren van Zuid-Afrika hebben voor het merendeel een Boerenachtergrond. Afrikaners zijn het, stug volk, dat geleerd heeft voor zichzelf op te komen. Maar oude zekerheden zijn hen afgenomen. Er zetelt niet meer een hun welgezinde president in het Kaapse Tuynhuys. De minister van Landbouw onder Mandela is weliswaar een Afrikaner, Derek Hanekom, maar een ANC-er, een ijzervreter die sociale rechtvaardigheid, lees: het bevorderen van het zwarte boerenbedrijf, hoog in het vaandel heeft staan. En hoewel Hanekom een aantal malen zijn bezorgdheid heeft uitgesproken over de golf van roofmoorden onder de Boeren, doet de regering weinig om hen te helpen.

Waar moeten de blanke boeren heen met hun vragen en hun zorgen? Voor mevrouw van Vuuren hebben de `Nats' (de Nieuwe Nationale Partij, NNP, de vroegere uitvoerder van de apartheid) volledig afgedaan. Niet dat ze ineens een rooie is geworden, hoor, ze twijfelt over haar stem op 2 juni: wordt het Constand Viljoen, de leider van het rechtse Vryheidsfront of nieuwkomer Louis Luyt, een ex-rugbybaas met een superpopulistisch programma. ,,In die stemhokkie sal ek my keus maak'', zegt Henriëtte.

Maar man Thys is niet veranderd. ,,Die fokken kaffers verknoei die land, man'', bromt hij op zijn plaats en ,,dis al wat ek vir jou wil se.'' Henriëtte maakt zich verder niet druk om haar man, het is haar oudste zoon Henri, student veeartsenij in Pretoria, die haar zorgen baart. ,,Henri is ultrarechts. Hij wil helemaal niets met zwarte mensen te maken hebben. Dat kan niet goed gaan, of hij het leuk vindt of niet, hij kan maar beter aan de zwarten wennen, met hen valt best te leven.''

Daaraan is men in het aangrenzende Mpumalanga, het voormalige Oost-Transvaal, nog niet toe. In deze provincie de naam betekent: daar waar de zon opkomt - met een mix van landbouw en mijnindustrie, zijn de tegenstellingen scherp. De provinciale regering van het ANC dreigt regelmatig uiteen te vallen door corruptie en schandalen, de boeren zijn er rabiaat rechts. Russell is er een blanke, goed betaalde plaatswerker in het stadje Lydenburg. Tot voor kort ten minste: zijn baas verkocht de boerderij en de nieuwe eigenaar zette al het oude personeel, inclusief manager Russell, de straat op. ,,Daar sta je dan, maar dat is het risico van het vak'', zegt hij ,,ik vind wel weer wat anders, denk niet dat ik bij die ANC-boeven mijn hand op houd, als ze er al iets in zouden stoppen.''

Mpumalanga zal een klinkende overwinning opleveren voor het ANC, dat staat allang vast. Maar de Nieuwe Nationale Partij rekent op een symbolische stem van onvrede. In de bomen langs de kant van de weg tussen Nelspruit en Lydenburg bungelen portretten van Marthinus van Schalkwyk, de jonge voorman van de NNP. De kortbroek kan rekenen op de steun van zijn `Transvalers'. Het ANC heeft het centrum van Lydenburg volgeplakt met affiches. Onder het hoofd van ANC-leider Thabo Mbeki staat waarschijnlijk `Stem ANC, Vote ANC, Masivotele ANC!' Een lolbroek - van de Nationale Partij? heeft overal de onderkant omgevouwen of afgescheurd. Het ANC wint toch.