Water heroverwogen

OP DE WERELD stijgt de vraag naar schoon water, maar neemt het aanbod af. De hoeveelheid geïrrigeerde landbouwgrond per hoofd slinkt. De strijd om water neemt toe. Tussen stedelingen en boeren, tussen verschillende gebieden bínnen een land en tússen landen. Natte natuurgebieden (wetlands) verdwijnen, vele plant- en diersoorten die alleen in natte milieus gedijen, dreigen uit te sterven. Wereldwijd worden watervoorraden overgeëxploiteerd en raakt het oppervlakte- en grondwater verontreinigd.

Kortom: er is reden om ons zorgen te maken over zoet water. Toch staat water pas kort op de internationale agenda. In 1987 vond de VN-Commissie voor Duurzame Ontwikkeling onder voorzitterschap van de Noorse premier Brundtland het nog niet nodig er expliciet aandacht aan te besteden en op de VN-milieuconferentie in 1992 in Rio de Janeiro is het onderwerp pas laat als agendapunt toegevoegd. In 1993 stelde de Algemene Vergadering van de VN de Wereldwaterdag in. Op 22 maart vraagt de VN aandacht voor telkens een ander aspect van water. Dit jaar is het thema Everyone lives downstream. In 1998 is er een VN-commissie in het leven geroepen die een visie moet ontwikkelen op waterbeheer in de 21ste eeuw. Op Wereldwaterdag in het jaar 2000 presenteert zij haar visie tijdens het Wereld Water Forum in Den Haag.

De Amerikaanse hydroloog/klimatoloog Peter Gleick heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan deze agendavorming. In 1993 verscheen onder zijn redactie Water in crisis, het meest geciteerde boek in de stroom publicaties die er de laatste jaren is losgekomen over zoetwaterproblemen. Zijn nieuwe boek The Worlds Water is daarop een vervolg.

Gleick houdt van feiten en doorwrochte, maar leesbare analyses. Elke twee jaar wil hij met een nieuwe editie van The Worlds Water komen en de stand van zaken opmaken over telkens andere aspecten en actuele ontwikkelingen. Deze keer gaat hij in op de paradigmawisseling in het denken over water, de relatie tussen water en gezondheid, de controverse over de aanleg van grote stuwdammen, internationale waterconflicten, de gevolgen van de wereldwijde klimaatsveranderingen en nieuwe waterwetten en instituties. Daarnaast praat hij je in informatieve briefings bij over mogelijk belangrijke ontwikkelingen als een nieuwe theorie over de oorspong van het water op aarde en internationale watertransporten in grote nylon zakken. Gleicks liefde voor feiten blijkt uit de uitgebreide datasectie en een lijst met interessante web-sites (inclusief de vetgedrukte waarschuwing Much that is useful is not on the Internet. And much that is on the Internet is not useful). Voor up-to-date aanvullingen op zijn boek heeft hij een eigen web-site opgezet.

Dé rode draad in zijn boek is de noodzaak van nieuwe manieren van denken over water. De aanpak van waterproblemen is volgens Gleick te lang gedomineerd geweest door een aanpak die gericht is op vergroting van het wateraanbod door meer dammen, reservoirs, aquaducten en pijpleidingen. Gleick wil niet het aanbod verder vergroten (want dat kost te veel geld en gaat ten koste van natuur en milieu) maar de vraag verkleinen. Huishoudens, industrieën en landbouwbedrijven verspillen te veel water, omdat het te goedkoop is. Dat komt doordat allerlei kosten niet in de prijs verdisconteerd zijn. Soms wordt het water wel efficiënt gebruikt, maar voor de verkeerde doeleinden.

Nieuwe manieren van denken zijn er ook nodig bij het oplossen van internationale waterconflicten. Samenwerking levert immers vaak meer op dan het op de spits drijven van conflicten. Gleick pleit voor meer waterverdragen. Het vredesverdrag tussen Israel en Jordanië noemt hij als lichtend voorbeeld. Helaas bleek onlangs dat Israel weigert zijn verdragsverplichtingen na te komen en het beloofde water te leveren.

Een paradigmawisseling die ik in Gleicks boek mis, is die over het bestrijden van wateroverlast. Overal op de wereld worden rivieren ingesnoerd met dijken en getemd met dammen. Floodplains en wetlands, natuurlijke onderdelen van riviersystemen die piekafvoeren kunnen opvangen, worden onttrokken aan de invloed van de rivier. In Nederland voltrekt zich wat dat betreft een omslag in het denken. Die is samen te vatten met de slogan `ruimte voor water'. Zo zijn er in Nederland meer concepten en paradigma's ontwikkeld die interessant zijn voor de rest van de wereld, maar in Gleicks boek ontbreken. Zoals de watersysteembenadering, `duurzame' hoogwaterbescherming met veerkrachtige watersystemen en integraal waterbeheer. Nederlandse waterdeskundigen vinden dat ze veel te melden hebben en internationaal vooroplopen. Toch komen zij en hun ideeën in dit boek van een internationale autoriteit als Gleick niet voor. Brengen ze hun ideeën internationaal te weinig voor het voetlicht? Of is Gleicks blikveld te beperkt en te Amerikaans gekleurd, gezien zijn beperkte definitie van waterproblemen in termen van schaarste en vervuiling en niet in termen van overlast.

Niettemin heeft Gleick wederom een internationaal toonaangevend en zeer toegankelijk boek geschreven. Niet zozeer door echt nieuwe ideeën alswel door de overtuigingskracht waarmee hij deze presenteert. Dat hij elke twee jaar met zo'n boek wil komen is daarom goed nieuws. Volgende keer – zo kondigt hij aan – gaat hij in op de relatie tussen water en voedselproductie, waterkwaliteit, ecosystemen, en hergebruik van afvalwater. Misschien kan hij wateroverlast aan dat lijstje toevoegen.

Peter Gleick, The Worlds Water 1998-1999. The Biennial Report on Freshwater Resources, Island Press, Washington D.C. 308 pagina's.

ISBN 1 55963 592 4. Prijs: $ 29,95.