Vijverhemel

Er bestaat een computerspel genaamd Sim City (lange tijd heb ik het verkeerd gelezen als Sin City, ergens tussen Sodom en Silicon Valley), dat bestaat uit een stad plannen. Je legt wegen aan, bouwt huizen, voegt scholen toe, en ziekenhuizen en brandweerkazernes, je zorgt voor transport, alles. Toen ik iemand dit zag doen, zag ik opeens iets bewegen in het nieuwe stadsdeel. Wat was dat? Het bleken, o wonder, spontaan gegenereerde wezens te zijn, nieuwe bewoners bij wie de bebouwing in de smaak viel, met de kerk en de school op de juiste plaatsen en gemakkelijke busroutes: ze kwamen er wonen.

Wanneer ik naar buiten ga en kijk naar al het leven in de vijver lijkt het net zo miraculeus. Alles wat we deden was er folie in leggen – het was een bestaande gemetselde vijver die lekte – en vullen met water, en nu zit het vol met schepselen waarvan je, als je ze nu bezig ziet waar eerst niets was, haast gaat geloven dat je ze zelf het leven hebt ingeblazen. Sommige onzichtbare levensvormen, voedsel voor de andere, moeten zijn meegekomen met de emmer slootwater waar we de vijver mee gestart zijn. Anderen werden aangevoerd in de vorm van kikkerdril; sommige anderen kwamen meer prozaïsch van de dierenwinkel. Deze laatsten waren de goudvissen (in mijn kinderjaren won je ze op de kermis, door pingpongballen in lege goudviskommen te gooien), die strikt gesproken niet in een wildlife vijver thuishoren; een publicatie die ik kortgeleden zag, Pond heaven: How to create your own Wildlife Pond, was er zelfs categorisch over: `Goudvissen (..) zijn uitheems in Engeland en hun plaats is niet in een wildlife vijver.'

Het is als met vreemdelingen: ze moeten wel belasting betalen, maar mogen niet stemmen. Wij hebben een multiculturele vijver met goudvissen, karpers en kikkers. Ze lijken respect voor elkaars levenswijze te hebben; 's nachts kun je de kikkervisjes op de rug van onze grote karper zien zitten, zoals vogels op de ruggen van nijlpaarden. Verder lezend in de zo juist benoemde Pond Heaven zie ik dat er onder inheemse vissen veel gevaarlijker zijn: `de driedoornige stekelbaars en de gewone baars zijn vraatzuchtige eters en snelle voortplanters. Ze kunnen alle insecten, eieren en larven in een vijver uitroeien en als ze er eenmaal zitten zijn ze vaak moeilijk te vangen.'

Maar wat wij wilden was een vijver, niet een wildlife-reservaat, en een vijver zonder vissen is niets. We verwierven drie goudvisjes die zich meteen enthousiast begonnen voort te planten, een nageslacht voortbrengend dat met uitzondering van één rose exemplaar geheel zwart is. Het is alsof je een soort prijs wordt toegekend, de Gezonde Vijver Prijs, als je constateert dat de bewoners van je wateren in aantal zijn toegenomen. Te oordelen naar de miljoenen kikkervisjes moet het voor kikkers ook een goede plek zijn. Op een zonnige dag zitten ze in rijen aan de rand van de vijver te zonnen, en een paar avonden geleden volgde ik de raad van een andere wildlife-publicatie op om 's nachts naar de vijver te gaan kijken met een zaklantaarn. Het licht van de zaklantaarn dringt door tot aan de bodem van de vijver en schenkt een blik in een slapend paradijs – sluimerende vissen die roerloos in het water hangen, kikkervisjes overal als confetti, en aan de randen kikkers, onbeweeglijk, met alleen hun koppen boven water. Ze vinden het niet prettig als je met de lantaarn recht in hun ogen schijnt, maar verder heb ik hun vredig bestaan geloof ik niet verstoord.

Niets in de tuin heeft ons zoveel genoegen verschaft als de vijver, maar er zijn ook stressvolle momenten. Een week of twee geleden was het water plotseling verstikt door draadwier, lange golvende groene baarden die onderwaterplanten insponnen en waar zelfs de vissen in verstrikt raakten. Verwijder het door het om een stok te draaien, zo heet het in de boeken, maar dan komen er ook kikkervisjes in vast te zitten; de enige manier was iedere handvol apart uit te spoelen en daarna nog in een emmer te laten staan om de achterblijvers gelegenheid te geven zich er uit los te maken. Ook geen feest is kroos: je kunt het wegscheppen, zoals vet van een stoofpot, maar beter is het in de kiem te smoren door alle nieuwgekochte planten er zorgvuldig op na te kijken en af te spoelen. Draadwier en andere afstotelijke algen worden geacht weer te verdwijnen wanneer de waterplanten toenemen en een groter deel van het wateroppervlak bedekken.

Padden worden net als kikkers in het water geboren, maar gaan er vandoor zodra ze pootjes hebben, om pas het volgend voorjaar terug te komen voor liefde en voor bruiloftszangen. Stilstaand water is voor allebei het beste, ondiep zodat het snel opwarmt, en zonder vissen die het nakomelingschap opeten. Het ideaal is een poel, een drinkplek voor het vee. Maar die zijn snel aan het verdwijnen: niemand graaft een drinkpoel als je het water ook uit de grond omhoog kunt pompen, en er zijn tegenwoordig zoveel koeien dat ze een drinkpoel tot modder zouden vertrappen. Het gevolg is dat het aantal amfibieën in Nederland drastisch is gedaald. Maar zo snel als deze poelen verdwijnen komen er tuinvijvers voor in de plaats, gelukkig nu eens een tuinmode met positieve kanten, en die vormen – afgezien van de dreiging der uitheemse goudvis – een vervanging voor de drinkpoel.

Bij mijn volkstuincomplex is nu een poel gegraven speciaal voor de dieren des velds, een zogenaamde paddepoel. Ik heb al één pad uit mijn kas – hoewel ik hem daar misschien had moeten laten want hij eet slakken – persoonlijk naar zijn vijverhemel gebracht, onderwijl denkend aan wat Henry Mitchell schreef: `padden zijn conservatieve dieren (...) en weinig geneigd van het lot het beste te verwachten'. Hun gezichten, zegt hij, zijn vol uitdrukking, extatisch in het voorjaar, maar vaker `ontgoocheld en berustend in de absurditeit van het dagelijkse leven.' Dankbaarheid is geen overheersende uitdrukking op het aangezicht der dieren; maar in de buurt van een vijver of paddepoel kun je de kikkers en padden tevreden zien grijnzen.

Inlichtingen over poelen voor amfibieën is verkrijgbaar bij RAWON (Reptielen, Amfibieën en Vissen Onderzoek Nederland), Postbus 1413, 6501 BK Nijmegen.