UITDAGING VOOR DOPTALENT

HOEWEL BUITEN de zon volop schijnt zijn de gordijnen van de kleine aula gesloten. Dertien achtstegroepers, acht jongens en vijf meisjes, zitten aan aparte tafeltjes geconcentreerd te werken. Het is doodstil, er hangt een echte examensfeer. Deze elf- en twaalfjarigen uit Delft en omgeving zijn naar de Laurentiusschool gekomen om mee te doen aan de Toptoets. Ze maken deel uit van een groep van ruim tweehonderd slimme achtstegroepers die verspreid over het land allemaal op hetzelfde moment de Toptoets zitten te maken. Enkele maanden geleden deden ze in schoolverband de Cito-toets, maar dat vonden ze een makkie. Ze haalden de maximale score of zaten daar net onder.

De Toptoets, nu voor de derde keer georganiseerd door de Stichting Cognitief Talent, moet deze kinderen echt een uitdaging bieden. De 25 kinderen die het beste scoren gaan door naar de tweede ronde die half juni in Delft wordt gehouden. Wie daar als winnaar uitkomt wint een beurs van 4.200 gulden, die tot het achttiende jaar wordt vastgezet. Tussen negen en twaalf uur beantwoorden de kinderen veertig rekenvraagstukken en veertig vragen op het gebied van wereldoriëntatie, waaronder natuuronderwijs, geschiedenis en aardrijkskunde vallen.

Voor de reken-/wiskundeopdrachten was de tijd krap aan. ``Ik had het nèt af'', zegt Paul (12), afkomstig van basisschool De Ark in Schipluiden. Erwin (12) die bij hem op school zit, was ook op het nippertje klaar, evenals Linda (12), die op De Achtsprong in De Lier zit. Julie (12), ook afkomstig van De Achtsprong, had haar sommen niet af. Ze vonden het allemaal behoorlijk pittig. En dat ze krap in hun tijd zitten, maken ze al helemaal nooit mee. Op school zijn ze altijd als eersten klaar. Het was een heel ander soort sommen dan ze gewend waren, legt Paul uit. ``Hierbij moet je goed logisch kunnen nadenken en zelf een oplossing zoeken.'' Over het geheel genomen vonden de vier het wel een lekker uitdagende toets: ``Veel moeilijker dan de Cito-toets.''

Dat is ook precies de bedoeling, benadrukt Theo Capel, bedenker van de Toptoets. Capel is van huis uit psycholoog en werkte jaren bij de onderwijsbegeleidingsdienst in Delft. Nu is hij projectleider van de Stichting Cognitief Talent, een non-profit organisatie die het leren, weten en denken onder de meest talentvolle basisschoolleerlingen wil stimuleren. Het aantal basisscholen dat meedoet is de afgelopen drie jaar gestaag gegroeid, aldus de initiatiefnemer. Een kleine honderdvijftig (van de 7.200) basisscholen doet nu mee. Soms met één kind, soms met twee, met drie of zelfs meer kinderen. De Achtsprong uit De Lier zond vijf kinderen uit naar de Toptoets, vertelt Linda. En op de school van Paul en Erwin mochten de drie kinderen die de hoogste score op de Cito-toets hadden gehaald meedoen. Capel rekent snel voor dat er in het hele land een potentieel van ongeveer 6.000 achtstegroepers is, dat aan de Toptoets zou kunnen meedoen. In de komende jaren hoopt hij door te groeien naar zo'n 500 à 1.000 deelnemers.

In zijn werk als onderwijsbegeleider merkte hij regelmatig dat schools talent onvoldoende tot zijn recht kan komen op de basisschool. ``Kinderen met sportief of muzikaal talent kunnen dat laten zien, ze mogen presteren en schitteren op hun terrein. Maar het schoolse talent verzandt vaak, het wordt versluierd omdat kinderen met cognitieve talenten zich aan moeten passen aan het ritme van de school. De basisschool is er niet op gericht om de beste leerlingen zo goed mogelijk te laten presteren, ze moet alle kinderen een goede ondergrond bieden en de zwakke leerlingen daarbij extra helpen.''

Capel vindt dat het cognitieve `doptalent' dat aanwezig is op de basisscholen net zo goed de kans moet krijgen om `toptalent' te worden. ``We zochten naar een sympathieke en attractieve manier om dit schoolse talent eerder te laten uitbotten. Vergelijk de Toptoets met de Olympiades die in het voortgezet onderwijs steeds populairder worden. We hebben in Nederland niet zo'n traditie om cognitief talent te ontwikkelen. We kennen hier een sterk gelijkheidsstreven.''

De opgaven voor de Toptoets worden aangeleverd door het CITO, die behalve de jaarlijkse schoolkeuzetest voor achtstegroepers ook nog periodieke peilingen verricht naar het niveau van het basisonderwijs. Als het CITO de vragen voor de Toptoets aan alle achtstegroepers zou voorleggen, zou het een slachting worden'', vermoedt Capel. Het niveau van de vragen ligt ongeveer op eind eerste, begin tweede klas van het gymnasium. ``Maar wat belangrijker is, om deze vragen te beantwoorden moet je over een uitgebreid kennisbestand beschikken, iets dat je ontwikkelt door veel te lezen en goed op te letten, en bovendien moet je goed kunnen nadenken. Deze kinderen kunnen op eigen kracht moeilijke vraagstukken oplossen, en dat onderscheidt ze van hun leeftijdgenootjes.'' Omdat het CITO en de Stichting Cognitief Talent de eerste twee jaar nog niet helemaal zeker waren of de vraagstukken op het juiste niveau lagen, bleven de opgaven geheim. Dit jaar zijn ze blijkbaar wel zeker van hun zaak, want de kinderen mochten de Toptoets op hun eigen school maken, en als alles is nagekeken komen de uitslagen mèt de opgavenboekjes mee terug naar school, zodat ook de leerkrachten kunnen zien wat hun leerlingen voorgeschoteld kregen. ``We zitten goed op niveau'', zegt Capel.

In de afgelopen twee jaar is de toets nog door geen enkele leerling gekraakt, er was nooit iemand die hem helemaal goed maakte. Gemiddeld haalt 75 procent van de deelnemers een score die overeenkomt met een acht. Voor de tweede ronde, waar door de 25 beste deelnemers uit de eerste ronde aan wordt deelgenomen is het moeilijker om het juiste niveau te treffen, zo bleek vorig jaar. ``In de tweede ronde worden de opdrachten een stuk complexer'', zegt Capel. ``De leerlingen krijgen een pittige opdracht op het gebied van taalbeheersing. Zo moesten ze vorig jaar een Troonrede schrijven, zonder dat er enige informatie over partijprogramma's of iets dergelijks werd bijgeleverd. Het andere onderdeel is een complexe denk- en rekenopdracht, waarbij de kinderen logisch moeten redeneren en goed moeten kunnen visualiseren. Vorig jaar ging de opdracht over de verschillende formaten ijsjes die in dozen moesten passen, en die dozen weer in een vrieskist van bepaalde afmeting en tevens op pallets van weer andere afmetingen. ``Te hoog gegrepen'', oordeelt Capel nu. ``Het leidde tot lichte paniek bij de deelnemers, die maar moeilijk greep kregen op de opdracht.''

De winnaar moet op alle terreinen goed presteren. Zowel op rekenen/wiskunde, als op taalbeheersing en kennis van de wereld. Hij moet creatief kunnen denken en zelfstandig tot een oplossing kunnen komen. ``Tot nu waren er vier à vijf kinderen die op deze alle terreinen goed scoorden. ``De bètafanaten winnen niet'', is de ervaring van Capel. Wel is het zo dat bij de hoogste uitslagen meer punten zijn binnengesleept op de reken-wiskundeopdrachten dan op wereldoriëntatie, terwijl bij de laagste uitslagen juist meer punten zijn gehaald op wereldoriëntatie. In de eerste groep zitten ook meer jongens. Zestig procent van de deelnemers is jongen en veertig procent meisje. In de tweede ronde is het aandeel van de meisjes teruggezakt naar 25 procent.

Behalve dat de stichting de cognitief getalenteerde kinderen eens leuk in het zonnetje wil zetten en ze wil laten ervaren hoe het is om je limiet te bereiken, worden er ook nog andere doelstellingen nagestreefd. Zo wil men door de toets basisscholen prikkelen om eens wat meer te doen aan de ontwikkeling van cognitief talent. Daar is niks mis mee, zo lijkt de stichting te willen zeggen. ``Het is voor deze leerlingen op school vaak een kwestie van tijd vullen in plaats van onderwezen te worden'', zegt Capel. ``Ze zouden veel verder kunnen komen en het is zonde dat dat niet gebeurt.''

Daarnaast wil de stichting deze cognitief getalenteerde kinderen gaan volgen om te kijken of leerlingen die goed op school zijn ook succesvol door het leven gaan. ``Waar blijven deze kinderen?'' vraagt Capel zich af. Ieder jaar wordt er een panel van veertig deelnemers aan de Toptoets gevormd, dat een jaar of tien bevraagd zal worden. ``De toets is een hele simpele manier om deze kinderen te leren kennen. Tot nu toe is de animo om mee te doen aan het panel groot, en de respons is bijna honderd procent.''