Systeem!

Een schaakschrijver die zijn boek The System noemt, is niet bescheiden. Hij daagt uit tot een vergelijking met de grote Nimzowitsch. Hij zegt: Nimzowitsch schreef Mein System, ik kom met Het systeem, de objectieve waarheid.

De Amerikaan Hans Berliner is inderdaad geen bescheiden mens. Waarom zou hij ook, hij heeft grote prestaties geleverd. Hij won het wereldkampioenschap correspondentieschaak 1965/1968 met de score van 14 uit 16, drie punten voorsprong op nummer twee. Een overmacht die nooit geëvenaard is. Berliner was ook de schepper van de schaakcomputer Hitech, de eerste computer die het tegen meesters op kon nemen.

God alleen, maar ooit misschien ook de computer, weet hoe de beginstelling van een schaakpartij beoordeeld moet worden. Het zou kunnen dat zwart gewonnen staat, maar dat is heel onwaarschijnlijk, want het zou betekenen dat alle leerboeken alleen maar onzin praten. Het kan ook dat foutloze partijen altijd in remise zullen eindigen. Dat is wat de meesten van ons denken. Hans Berliner denkt dat wit in de beginstelling gewonnen staat en dat zijn systeem op den duur in staat zal zijn om dit aan te tonen. Het zou de vernietiging van het schaakspel betekenen, want wie wil nog met zwart spelen als het zeker is dat hij moet verliezen? Berliner geeft ons nog dertig jaar.

Zou het waar zijn? Ik denk dat ik in 2030 nog steeds wel met zwart zal willen spelen, omdat het schaken rijker is dan het systeem. Berliner denkt er anders over en vergelijkt zijn systeem met de zwaartekrachttheorie van Newton, het periodiek systeem van elementen van Mendelejev en de relativiteitstheorie van Einstein. Pure wetenschap.

Er is hier geen ruimte om Berliners systeem te beschrijven. Het houdt in dat zwart met iedere zet zo hard mogelijk wordt aangepakt. Wit streeft naar de beheersing van het hele bord en volgens Berliner is dat ook een bereikbaar ideaal. Wit neemt daarbij grote risico's, want terwijl hij een machtig centrum opbouwt, blijft hij vaak ver in ontwikkeling van de stukken achter.

Berliner meent dat hij een aantal standaardopeningen van zwart weerlegd heeft. Het Grünfeld-Indisch, het orthodox damegambiet, de Benoni-verdeging. Hier verliest zwart volgens hem geforceerd. Een paar andere verdedigingen heeft hij bijna gekraakt, maar nog niet helemaal. Het aangenomen damegambiet, het Slavisch, de Tarrasch-verdediging, het Konings-Indisch.

Is het mogelijk dat een systeem dit vermag? En is het eigenlijk wel een systeem, of alleen een verzameling van op zichzelf interessante openingsanalyses die met wat algemene praatjes tot een `systeem' worden samengevoegd?

Het is een veeg teken dat Berliner vaak moet schrijven dat hij honderd uur moest analyseren voor hij wist wat de `systeemzet' was, en in veel gevallen weet hij het nog steeds niet. Wat is dat dan voor een systeem, als het geen uitsluitsel geeft wat de zet is die er in past? Kan je dat nog wel een systeem noemen? Misschien zoals Leo Vroman schreef in een van zijn psalmen:

Systeem! Systeem er wordt geklopt./Waar is Uw Gouden Poort?

Maar het is zeker waar dat het systeem van Berliner je op gedachten kan brengen die je anders niet zou hebben gehad. Optimisme loont en wie oprecht denkt dat wit in de beginstelling gewonnen staat, vindt dingen die een ander ontgaan. Ik heb na lezing van zijn boek openingen bekeken die hij niet behandelt, met de gedachte: `Hoe zou Berliner hier tegen aan kijken?' en ik zag mogelijkheden die ik anders niet gezien zou hebben. Laten we in een voorbeeld eens kijken hoe het systeem van Berliner werkt. Als er één opening is waarvan Berliner zeker is de weerlegging te hebben gevonden, dan is het wel het Grünfeld-Indisch.

1. d2-d4 Volgens het systeem verplicht. Na deze zet worden drie centrumvelden bestreken: c5, e5 en (door Dd1) d4. Geen andere openingszet doet dat. 1...Pg8-f6 2. c2-c4 Weer verplicht, maar volgens een wat ingewikkelder redenering. Als zwart 1...d5 gespeeld had, zou 2. c4 (onmiddellijk concessies afdwingen) volgens het systeem beter zijn dan 2. Pf3. Dat betekent dat ook nu 2. Pf3 verkeerd zou zijn, want daarna zou zwart met 2...d5 over kunnen gaan naar een variant van het damegambiet die hij eigenlijk niet zou mogen bereiken. 2...g7-g6 3. Pb1-c3 De zet die de meest directe invloed op het centrum uitoefent, de enige in aanmerking komende systeemzet. 3...d7-d5 4. c4xd5 Op het eerste gezicht laat het systeem ook 4. Db3 toe (alle andere mogelijkheden zijn te slap), maar het systeem is niet een recept waarmee een slaapwandelaar moeiteloos het juiste pad vindt, je moet in concrete gevallen ook nauwkeurig rekenen en dan blijkt 4. Db3 minder goed. 4...Pf6xd5 5. e2-e4 Wie Berliner een beetje begrijpt weet dat geen andere zet hier voor hem in aanmerking komt. 5...Pd5xc3 6. b2xc3 c7-c5 7. Lf1-c4 7. Pf3 zou een systeemzet kunnen zijn, maar wordt na concrete analyse verworpen. 7...Lf8-g7 8. Pg1-e2 Pb8-c6 9. Lc1-e3 0-0

Hier rocheert bijna iedereen met wit, maar Berliners systeem rocheert nooit als het niet noodzakelijk is. Hij probeerde eerst 10. h4, dat beviel niet, en later kwam hij tot de boude conclusie: ,,De systeemzet en de winnende zet is 10. Tc1.'' 10. Ta1-c1 Dd8-a5 11. Ke1-f1 c5xd4 12. c3xd4 Lc8-d7 Verschillende boekbesprekers hebben er op gewezen dat hier een zwakke plek in het systeem zit. Berliner behandelt 12...Ld7 en ook 12...Td8, maar niet de zet die volgens de theorie de beste voor zwart is, 12...Da3. Hoe kan je beweren het Grünfeld-Indisch weerlegd te hebben als je de beste verdediging voor zwart niet bespreekt?

Inderdaad zou je vaak wat meer bewijs voor Berliners fantastische beweringen verlangen. Aan de andere kant, na 12...Da3 fluistert `de geest van het systeem' mij 13. Tc3 Dd6 14. h4 h5 15. Db1 in. 13. h2-h4 Tf8-c8 15. h4-h5 Pc6-d8 Dit is allemaal bekend, het vervolg is een analyse van Berliner. 15. h5xg6 h7xg6 16. Le3-h6 Lg7xh6 17. Th1xh6 Da5-g5 18. Th6-h2 b7-b5 19. f2-f4 Dg5-g4 20. Lc4-d5 Tc8xc1 21. Dd1xc1 Ta8-c8 22. Dc1-d2 Ld7-c6

23. f4-f5 g6xf5 24. Th2-h3 Lc6xd5 25. e4xd5 f5-f4 26. Pe2xf4 Pd8-b7 27. Pf4-h5 Dg4-f5+ 28. Kf1-g1 Df5xd5 29. Dd2-e3 Met de dreiging 30. Pf4 gevolgd door 31. Dg3+. Wit wint. Mooi en diep, echt iets voor een correspondentieschaker. Ook als hij niet de Mendelejev van het schaken is, zoals hij zelf denkt, brengt Berliner je wel op ideeën.