STRESS, VROEG IN DE ZWANGERSCHAP, ZORGT VOOR LICHTE BABY'S

Stress in de eerste drie maanden van de zwangerschap verhoogt de kans op een kind met een laag geboortegewicht. Dit effect is onafhankelijk van andere omstandigheden die het geboortegewicht van de baby beïnvloeden, zoals roken, opleidingsniveau en lengte en gewicht van de moeder.

De typische zwangerschapsklachten daarentegen, zoals misselijkheid, vermoeidheid en zwangerschaps-hoge-bloeddruk lijken niet afhankelijk te zijn van stress. Maar depressieve gevoelens, angst en lichamelijke klachten tijdens de zwangerschap zijn wel afhankelijk van stress en van het al dan niet ervaren van steun uit de omgeving.

Deze conclusies trekt gynaecologe in opleiding Marieke Paarlberg in haar proefschrift waarop ze op 26 mei aan de Vrije Universiteit van Amsterdam promoveerde.

Paarlberg verrichtte haar studie bij een groep van ongeveer 400 vrouwen die hun eerste kind verwachtten. Ze onderzocht of en hoe stress van invloed is op het ontstaan van groeiachterstand van de baby en hoge bloeddruk bij de aanstaande moeder. Paarlberg inventariseerde dagelijkse bronnen van spanning, zoals ontevredenheid over het uiterlijk of conflicten met collega's. Hoe meer verschillende stressoren, des te groter de kans op een lichte baby. En ook de zwaarte van het huishoudelijke werk en depressieve stemmingen blijken het risico te verhogen.

De speurtocht naar de biochemische weg waarlangs stress de groei van de baby beïnvloedt had minder resultaat. Paarlberg toonde aan dat het gehalte aan plasma-fibronectine - van belang om beschadigde vaatwanden te repareren - al in de derde zwangerschapsmaand verhoogd is bij vrouwen die hoge bloeddruk ontwikkelen. Toch verschaften deze en andere stoffen in het bloed (onder meer endotheline, prostacycline en tromboxaan) haar geen nadere informatie over het verband tussen stress en een laag geboortegewicht.

Opmerkelijk is de bevinding dat vooral stress in de eerste drie maanden van de zwangerschap de kans op een lichte baby verhoogt. In die periode vindt de aanleg van de placenta plaats. Wordt dat proces verstoord, dan heeft dat zijn weerslag op de latere groei van de baby. Er moet dan ook meer aandacht komen voor het welzijn van vrouwen die nog maar net zwanger zijn, zo luidt een van Paarlbergs aanbevelingen. Werkgevers zouden in die periode soepel met het ziekteverlof moeten omgaan. Dat zou later in de zwangerschap de kans op foetale groeiachterstand – en daarmee op ziekteverzuim van de moeder – verminderen. (Mariël Croon)