Schaakster Peng verdringt mannen bij NK

Aan het schaakkampioenschap van Nederland, dat vandaag in Rotterdam is begonnen, doen tien grootmeesters mee en als je Zhaoqin Peng meerekent, die grootmeester in het vrouwenschaak is, zelfs elf. Meer dan ooit tevoren. Eén is er die node gemist zal worden, namelijk Jan Timman. Hij doet niet mee omdat zijn startgeld in vergelijking met vroeger aanzienlijk verlaagd was. Het prijzengeld is nu hoger, maar dat compenseerde de schade niet.

De schaakbond moet zuinig zijn. Vorig jaar werd nog gespeeld in het kantoor van sponsor Broekhuis Training, maar nu is gekozen voor een plek die centraler ligt, maar ook duurder is: de Gemeentebibliotheek van Rotterdam.

De laatste jaren leek het NK een onderonsje tussen Timman en de Bosniërs Ivan Sokolov en Predrag Nikolic, die in 1993 wegens het oorlogsgeweld in hun woonplaats Sarajevo naar Nederland uitweken. In 1995 werd Sokolov kampioen. Een jaar later eindigden hij en Timman gelijk en de beslissingstweekamp werd gewonnen door Timman. In 1997 won Nikolic de beslissingstweekamp van Timman en vorig jaar was er een wedloop tussen Sokolov en Timman waarin Sokolov, die de formidabele score van 9 uit 11 haalde, niet bij te houden viel.

Nu is het niet zo dat door het wegvallen van Timman het terrein geheel aan de Bosniërs is overgelaten. Zij en de Nederlanders Van Wely en Piket staan op de wereldranglijst dicht bij elkaar.

Misschien is het voor het laatst dat Sokolov en Nikolic mogen meedoen, want het bestuur van de KNSB wil voortaan eisen dat deelnemers ook bereid zijn om bij Olympiades voor Nederland uit te komen. Sokolov en Nikolic hebben daar tot nu toe steeds voor Bosnië gespeeld. Bestuurslid Sytze Faber noemde dat in het bondsblad Schaakmagazine ,,op twee paarden wedden'', onnodig onvriendelijk, want Sokolov en Nikolic hebben zelf nooit gevraagd om aan het kampioenschap mee te doen. Het was steeds op nadrukkelijk verzoek van de bond.

Menig jong Nederlands schaaktalent zal hopen dat de Bosniërs zich niet in het Nederlands Olympiadeteam zullen laten inlijven. Volgend jaar zal waarschijnlijk ook de Rus Tiviakov, die in Groningen woont en een verzoek tot naturalisatie heeft ingediend, voor Nederland uitkomen. Een Olympiadeteam dat zou bestaan uit Timman, Van Wely, Piket, Nikolic, Sokolov en Tiviakov is zo sterk dat geen enkele andere Nederlander er tussen kan komen.

Het is een bekend probleem. Enerzijds zou het onredelijk zijn om immigranten de voet dwars te zetten. Waar zouden ze anders moeten schaken dan in hun nieuwe land? Aan de andere kant is het gemor der autochtonen ook wel te begrijpen. Denk je net een plaats in de Olympiadeploeg te hebben afgedwongen, komen er weer nieuwe Russen die sterker zijn. Behalve zelf nog sterker worden, valt er weinig aan te doen, maar het is vreemd dat de KNSB de situatie onnodig verscherpt door Sokolov en Nikolic tegen hun zin in de Nederlandse ploeg te trekken.

Behalve de Bosniërs en Roberto Cifuentes, een Chileen die afwisselend in Spanje en Nederland verblijft en al jaren de Nederlandse schaaknationaliteit bezit, is er bij dit kampioenschap nog een interessante deelnemer van buitenlandse herkomst: de Chinese Zhaoqin Peng, die een paar jaar geleden met een Nederlandse schaker trouwde en sindsdien voor Nederland uitkomt. In het Nederlandse vrouwenschaak hebben de buitenlanders, op vleugelen van liefde naar ons land gekomen, de eigenheimsters al vrijwel verdrongen. Bij de Olympiade van vorig jaar in Kalmukkië was van de vier Nederlandse speelsters alleen Linda Jap Tjoen San op Nederlandse bodem geboren. Het resultaat was er ook naar, nog nooit eindigde Nederland zo hoog bij de vrouwenolympiade. Grotendeels dankzij Peng, die eind 1997 in het kandidatentoernooi in Groningen heel hoog was gekomen.

Het is zeker aardig, voor het eerst in de historie een vrouw bij het NK, maar het getuigt ook van een bedenkelijke willekeur. Er zijn mannen die sterker zijn en niet zijn uitgenodigd. Wat zullen die er van denken?

In de schaakwereld bestaan geen aparte `mannenwedstrijden'. Voor het gemak worden ze wel eens zo genoemd, maar in feite hebben alle kampioenschappen altijd voor mannen en vrouwen opengestaan. Op de zogenoemde `mannenolympiade' hebben ook vrouwen gespeeld (nooit voor Nederland). Ze kwamen niet in het team van hun land omdat het leuk is om er een vrouw bij te hebben, maar op grond van hun speelkracht. De positieve discriminatie van de vrouw brengt een nieuw element in de schaakwereld dat er eigenlijk niet in thuis hoort.