Saskia Stuiveling

Saskia J. Stuiveling (54) is de nieuwe president van de Algemene Rekenkamer. Tussen 1981 en 1982 was zij (voor de PvdA) staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Eind 1984 werd ze lid van de Rekenkamer. Stuiveling is getrouwd met Dop Scheewe en heeft twee kinderen: Nienke (11) en Titus (9).

Woensdag 19 mei

De dag begint in de kleine uurtjes met de `nacht van Wiegel'. Ik leg de stukken die ik aan het voorbereiden was terzijde en volg de rechtstreekse uitzending uit de Eerste Kamer: minister Peper, minister-president Kok, de stemming.

De hele voorafgaande dag waren we nog in feestelijke stemming geweest: Ad Havermans had mij geïnstalleerd en ik had Pieter Zevenbergen geïnstalleerd in een buitengewone collegevergadering. Het nieuwe College van de Algemene Rekenkamer was nu een feit. De secretaris, Tobias Witteveen, had ons hartelijk toegesproken op de (interne) receptie. We hadden gelachen en er een glas op gedronken. Natuurlijk hadden we ook even over het verloop rond het referendum en de Bijlmerenquête gepraat. Als enige was ik er niet gerust op: er heerste het klimaat voor een bedrijfsongeval.

Hoofdschuddend doe ik de tv uit en sluit het huis.

's Ochtends de kinderen uitgelegd dat deze mama-dag wat anders dan anders zou verlopen. Normaal werk ik op woensdag 's ochtends en 's avonds thuis op onze studeerzolder, onderbroken door een mama-middagdeel. Maar vandaag moest ik naar Den Haag – al was het volstrekt duidelijk dat de dag niet zoals gepland zou kunnen verlopen.

Deze derde woensdag in mei zou het startschot gegeven worden voor `Verantwoordingsdag'. Een heldere opzet: vóór het zomerreces van de Tweede Kamer terugblikken op het voorafgaande jaar en ná het zomerreces de Derde Dinsdag in september vooruitblikken met de begrotingen.

Niet alleen sneller, maar ook beter. Daarom was alles op alles gezet om vandaag drie rapporten over de mogelijkheden om tot een beleidsverantwoording te komen tegelijk en juist op deze dag aan te bieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer, Jeltje van Nieuwenhoven. Eén rapport aan te bieden door minister Zalm, één door de werkgroep Van Zijl uit de Tweede Kamer en één door de Algemene Rekenkamer. Door mij dus.

Maar de bijeenkomst, hoor ik op kantoor, is afgezegd en de opengevallen tijd gebruik ik om met Tobias de portefeuilleverdeling over de leden van het College en de president door te nemen. Dan race ik terug naar Rotterdam voor de overlegvergadering van de Generale Bank. Hoeveel werk er ook nog op kantoor ligt te wachten, hier wilde ik per se niet ontbreken.

Al jaren hebben we bij het College het beleid juist wél een aantal nevenfuncties te ambiëren. Ons bedreigt constant het gevaar van institutioneel autisme. Als je de werkelijkheid uitsluitend krijgt voorgeschoteld door een Rekenkamerbril – aan de hand van onze eigen ambtelijke stukken, die weer gebaseerd zijn op de ambtelijke werkelijkheid van de rijksdienst – en alleen elkaar in eigen huis zou spreken, gaan toch nieuwe impulsen, ideeën, ervaringen, invalshoeken ontbreken. We realiseren ons de risico's, maar niets `buiten de deur' doen achten we voor de kwaliteit van ons werk een nóg groter risico.

Jaren geleden ben ik op voordracht van de ondernemingsraad van wat toen nog Crédit Lyonnais was – ná de ellende met de filmportefeuille van deze bank – toegetreden tot de raad van commissarissen van de Generale Bank, de enige bank met hoofdvestiging in Rotterdam. Op de Franse periode is de Belgische gevolgd. Ook die is nu bijna ten einde: vóór 1 juli zal de juridische fusie met de Fortis Groep een feit zijn en verdampt waarschijnlijk de behoefe aan een Nederlandse raad van commissarissen.

In een snikhete zaal wordt de agenda afgewerkt: vrijwel alles staat in het teken van de naderende fusie. Bij de mededelingen maakt Marc Gedopt, voorzitter van de raad van bestuur, bekend dat hij per 31 mei de bank gaat verlaten. Hij gaat naar de NIB en blijft dus voor Nederland behouden! De OR is even van zijn stuk, maar er gaan al snel lovende woorden over en weer.

Thuis is Nienke diep verontwaardigd. Ze speelde met een paar vriendinnetjes op een speelplaats en werd geïntimideerd door een groepje grotere meisjes. Er vielen klappen. De beheerder deed niets. Trudy (onze vaste mee-moeder oppas) zal er maar eens gaan praten. Het verhaal bevalt ons niks.

Dop komt thuis met Titus, die een vierde prijs heeft gewonnen met zijn voetbalteam. Toch een beetje feest dus.

Als alles in huis rustig is, kijk ik naar de herhalingen van het nieuws, Netwerk en Morgen Gebeurt het en werk een stapel onderzoekportefeuilles en vergaderstukken door. Als de afwasmachine aanslaat – standaardprogramma 03.00 uur 's nachts – weet ik dat ik te lang doorhaal. Ga met een hoofd vol ongekamde gedachten over de politieke situatie in Den Haag slapen.

Donderdag

Een volle maar betrekkelijk overzichtelijke dag met vier elementen: 's ochtends komt oud-president Frans Kordes, tussen de middag een ingelaste Collegevergadering over de politieke situatie en eventuele gevolgen voor ons werk, 's middags een doorlopende voorstelling van besprekingen van telkens drie kwartier over telkens een ander onderzoek, en 's avonds een ingelaste vergadering van de Raad van Toezicht van het ziekenhuis waarvan ik voorzitter ben.

Frans praat me bij over de stand van zaken bij de onderzoeken in relatie tot de joodse tegoeden en geeft me vier korte recensies van boeken die hij voor me gelezen heeft voor de Libris Literatuur Prijs 2000. Afgelopen maandag mocht Ruud Lubbers de prijs voor Harry Mulisch bekendmaken als voorzitter van de jury 1999.

Ik volg dat allemaal met meer dan normale belangstelling omdat ik sedert begin van het jaar voorzitter van de volgende jury ben. Zo'n honderdzeventig boeken zullen in de loop van het jaar gelezen moeten worden. Via het interne netwerk heb ik de mogelijkheid geopend voor alle medewerkers van de Rekenkamer om met me mee te lezen – enige tegenprestatie is een kleine recensie. De boeken vliegen als zoete broodjes over de toonbank en via de interne mail komen al heel wat recensies terug. Ook Frans had er vier mee op vakantie en krijgt nu de laatste vier die er nog liggen. Medio juni mijn eerste juryvergadering.

Ik laat me informeren over zijn presidentiële ervaringen met de begrotingsartikelen `geheim'. Aan het eind van zijn ambtsperiode is de tot dan toe niet geformaliseerde praktijk dat de President daarop in persoon toezicht houdt in de Comptabiliteitswet (art. 54, lid 3 en 4 CW) vastgelegd. Inwerken kan dus alleen door voorgangers in persoon te raadplegen.

Tussen de middag College met broodjes. We hebben wat zorgen over de voortgang van de politieke besluitvorming rond onze taken en bevoegdheden. Met name onze bevoegdheden – of liever gezegd het gebrek eraan – op het Europese terrein beginnen te knellen.

Vrijdag

De eerste bespreking van de dag is gewijd aan `art. 59 CW', jargon voor het controleterrein van de Rekenkamer buiten het rijk. De komende jaren hebben we ingezet op het verwerven van inzicht in de mate van rechtmatigheid en ordelijkheid en controleerbaar financieel beheer, de kwaliteit van de bedrijfsvoering bij de verschillende sectoren als volksgezondheid, sociale zekerheid, politie, onderwijs. We zijn een heel eind op streek met ons eigen inzicht, dus breekt nu langzamerhand de fase aan dat we de sectoren en uiteindelijk de departementen en bewindspersonen erbij gaan betrekken. De toonhoogte is heel belangrijk. We zijn geen Af-rekenkamer, we willen juist ontwikkelingen stimuleren, maar niet iedereen wil dat zomaar van ons aannemen.

Op het nieuws een navo-treffer op de gevangenis van Belgrado: grootvader! In de meidagen '40 was grootvader Van Vierssen Trip de oudste vice-president van de Rotterdamse rechtbank. Door de brandende stad liep hij naar de Noordsingel om daar de gevangenen op erewoord uit het Huis van Bewaring vrij te laten. Een bom had een vleugel van de strafgevangenis al getroffen. Op de terugweg liep hij op de hoek van de Westersingel vlakbij de Diergaarde zijn boezemvriend, de directeur van Blijdorp, tegen het lijf. Met tranen in de ogen vielen ze elkaar in de armen: de vriend had zojuist in Blijdorp alle roofdieren, zijn dieren, met een dienstpistool gedood en alle andere dieren de vrijheid – wat heet vrijheid – gegeven. De hele stad werd hun verblijf. Veel van de gevangenen schijnen later teruggekeerd te zijn, want erewoord...

De kinderen zijn gepakt en gezakt uitgezwaaid en weggebracht naar hun jaarlijkse logeeradressen. Voor ons begint de Pinksterklassieker. Ditmaal is een boerderij in Friesland het reisdoel.

Zaterdag - maandag

Diep in de nacht zie ik de plaatsnaamborden voorbij schieten: Diever, Stroobos (geboorteplaats van Garmt), Buitenpost (waar Opa Stuiveling in de jaren '24-'36 hoofd van de openbare school was).

In het stikdonker en bij vliegende storm bereiken we Ezumazijl. Een van de vrienden is er al. Hij praat ons over de mobiele telefoon, in de stromende regen zwaaiend met een zaklantaarn, binnen. We krijgen alledrie de slappe lach en voelen ons ontzettend yup. Het weekeinde is begonnen.

We zijn met z'n dertienen, al ontbreken er dit keer twee (Groot leed: ziekenhuisopname). Volgend jaar is ons vijfentwintigjarig jubileum. Elke Pinksteren wordt een huis ergens in een provincie – telkens een andere – gehuurd. Helemaal afgelegen, onder elkaar.

We hebben fietsen voor een tochtje (klein leed: de fietskaart waait meteen al in de sloot en Dops zonnebril breekt) en denken veel hardop mee met Herman Tjeenk Willink, wiens foto op elke stamtafel voortdurend in ons midden is.

Een van ons heeft voor allemaal een attentie: een spoedcursus jongleren met drie ballen (met echte ballen) als metafoor voor management (in een handomdraai). De les die je leert: de kunst van het loslaten. De rest van het weekeinde komen we elkaar met verhitte koppen van het oefenen tegen. Met twee lukt het mij al: gooi, gooi, vang, vang.

Ik verlies denderend met sjoelbakken, waartegenover staat dat ik de stand foutloos bijhou en optel. Volgend jaar voor het jubileum gaan we internationaal.

Dinsdag

Eerste echte collegevergadering van het College in nieuwe samenstelling. Aan het eind van de ochtend zie ik drie tevreden gezichten. Zo voel ik het zelf ook. Een goede start.

De portefeuilleverdeling wordt vastgesteld, de grote brokken internationaal worden ook verdeeld. Ad: OESO/Sigma (ondersteuning van Rekenkamers in oost-Europese transitielanden, als Bulgarije, Estland, Polen en Tsjechië). Pieter: IDI (ontwikkelingsinitiatief van het wereldverband INTOSAI van Rekenkamers waarbinnen de Rekenkamer als IDI-satelliet samenwerkt met de Rekenkamers van de Engelssprekende landen in Afrika). Ikzelf ondermeer (met Tobias) de lidmaatschappen van INTOSAI, EUROSAI en het Contact Comité van Presidenten van Rekenkamers van de Europese Unielanden.

Met beleidsmedewerker internationaal Saskia C. (ter onderscheiding van mijzelf Saskia J.) naar Schiphol. Klein leed: dat zelfs op zo'n vlucht je bagage niet meekomt! Daar staan we met ons goede gezicht in de VIP-room op Wenen Airport. Scoor ter plekke gelukkig nog wel lenzenvloeistof, maar een laptop is nergens meer te regelen.

Ook de hotelbaliecomputer die mij ter beschikking wordt gesteld biedt geen soelaas.

Als ik zo'n beetje geïnstalleerd ben blijkt dat de boekhouding 's nachts gedraaid moet worden en dat dat alle pc-capaciteit vergt. Tegen zo'n argument wíl je als iemand van de Rekenkamer niet eens iets inbrengen.

Dan maar ouderwets met de hand en naar Olga (secretaresse) faxen om te tikken (ook voor haar ouderwets, want van mij krijgt ze altijd op floppy aangeleverd). Lenzen in twee borrelglaasjes. Beetje kaal zo alleen met wat dossiers slapen.

Woensdag 26 mei

Vergadering van de INTOSAI Board. Nederland, ik dus, rapporteert aan de Board over de voortgang van de werkgroep Milieu Audit. In de wandelgangen spreek ik met Hedda von Wedel, mijn Duitse vrouwelijke collega. Ik ben de derde vrouw in Europa. Naast Duitsland heeft ook Zweden een vrouw aan het hoofd van de Rekenkamer, Inga-Britt Ahlenius. Die ontbreekt hier in Wenen want zij werkt in Brussel als lid van het Comité van Wijzen. Na het doorlichten van de Europese Commissie is nu het tweede deel van het onderzoek aan de beurt gewijd aan de administratie in Brussel.

INTOSAI heeft 179 leden, nog geen tien hebben een vrouw aan de leiding. We vleien elkaar met de ooit komende plek in dé portrettengalerij, maar zijn ook opgelucht geen Italiaan te zijn: dan zouden we aan een marmeren buste moeten geloven.