Reaalpolitik

In later jaren is eindeloos gespeculeerd over de vraag: en wat als Hitler gewonnen had? In juni 1940 was dat geen speculatie, maar een feit. Frankrijk was compleet verslagen, Noorwegen, Denemarken en de Benelux waren bezet, Engeland was teruggebracht tot een democratische enclave. Tussen de puinhopen van Rotterdam rook het naar teer, koffie en brand.

In de Universiteitsbibliotheek lees ik `Op de grens van twee werelden', geel maar nog altijd interessant. De auteur: Hendrik Colijn, AR-voorman en meermalig minister-president. Hij schreef: `Tenzij er werkelijk wonderen gebeuren (zal) het vasteland van Europa geleid worden door Duitsland. Het is gezonde en dus geoorloofde Reaalpolitik om de feiten te aanvaarden zoals zij voor ons liggen.' Engeland was volgens hem uitgespeeld. Wel verwachtte hij dat Nederland zijn `nationale volksbestaan' bij vredesverdrag `ongerept zou terugkrijgen'. En dit alles, zo meende hij, zou het begin kunnen zijn van een nieuw Europees handelssysteem.

Later is Colijns brochure altijd weggehoond als schoolvoorbeeld van defaitisme. Toch komen de meeste historici na een halve eeuw tot soortgelijke conclusies: Hitler had in juni 1940 inderdaad een unieke kans om de West-Europese landen een mild vredesdictaat op te leggen en ze te verenigen tot een vroeg soort Europese Unie. Iedere normale staatsman zou dat vermoedelijk ook gedaan hebben.

De grote vergissing van Colijn lag daar echter ook. Hij bleef Hitler beschouwen als iemand die redeneerde als hijzelf. Hij had geen oog voor de waanzin van het kwaad. En hij geloofde niet in wonderen.