Psychologie van de angst

,,De ideale acteur is er een die niets buitengewoon goed kan, zich natuurlijk gedraagt en het zetten van accenten overlaat aan de camera.'' Alfred Hitchcock, die dit zei in een interview in 1937, is één van de weinige regisseurs wiens naam doorgaans groter staat afgedrukt op de filmaffiches dan die van de acteurs. De in 1980 overleden `Master of suspense' had een hele film al volledig in zijn hoofd voordat ook maar één scène gedraaid was. Zijn acteurs en actrices, die hij meerdere malen aanduidde als ,,weinig meer dan vee'', hadden de taak zijn fantasie in te vullen en zichtbaar te maken. Van Hitchcock (honderd jaar geleden geboren) zendt de BBC van zaterdag tot en met maandag zes films uit – waaronder de klassiekers Rear Window en Psycho – en zondag- en maandagavond een tweedelige documentaire over zijn leven.

Alfred Hitchcock maakte tussen 1922 en 1976 maar liefst 53 films en schrok voor geen enkel genre terug. Notorious (1946) en Vertigo (1958) zijn liefdesverhalen, Mr. & Mrs. Smith (1941) en The Trouble with Harry (1955) komedies, en met The wrong Man (1956) begaf de regisseur zich zelfs op het gebied van het realistische drama. Bij de meeste filmkijkers zal Hitchcock toch vooral bekend staan als de maker van horrorklassiekers als The Birds (1963) en bovenal Psycho (1960). De douchescène waarin Norman Bates onder begeleiding van staccato gillende violen één van de motelgasten neersteekt, is waarschijnlijk het meest bloedstollende filmfragmenten aller tijden.

Toch werd deze film, ondanks massaal publiek succes, maar matig gewaardeerd door de pers, die Psycho afdeed als smakeloos. Zijn andere werken kregen betere recensies, maar Hitchcock werd tot laat in zijn leven versleten voor `entertainer van de massa'. De erkenning van zijn filmische kwaliteiten en sterk onderbouwde scripts is pas van recente datum. Pas nadat hij navolging vond in regisseurs als Brian DePalma, Claude Chabrol en Roman Polanski, erkenden recensenten en filmwetenschappers de impact van zijn werk.

Tegenwoordig wordt Hitchcock omarmd door postmodernisten vanwege zijn vermenging van lage en hoge cultuur. Hij gebruikte de thematiek en vorm van B-films als kapstok voor subtiel psychologisch spel en filmtechnische hoogstandjes.

Met extreme close-ups, snel gemonteerde achtervolgingsscènes en geraffineerde geluidseffecten voert Hitchcock de spanning op tot bijna ondraaglijk niveau. De regisseur weet met ongelooflijk gevoel voor timing het moment suprème steeds weer even uit te stellen. Zijn droge Engelse humor werkt hierbij veelal als een kortstondige relativering waarna de spanning alleen nog maar verder oplaait. Het geweld in Hitchcocks films werd enkele decennia terug misschien nog als schokkend ervaren, maar komt nu over als mild. Het publiek moet het doen met een vermoeden van gruwelijkheid dat vele malen bloedstollender is dan welke van dichtbij gefilmde geweldsuitbarsting dan ook.

Hitchcocks grote kracht zat in het overbrengen van de angst van de personages door de fantasie en het inbeeldingsvermogen van het publiek tot het uiterste te prikkelen. Hij vond dat ,,film should be stronger than reason''. Voor zijn werk geldt nog steeds dat zij de kijker wegslepen van de redelijkheid en plaatsen in een universum waar Hitchcock als een 150 kilo zware god de scepter zwaait.