Opnieuw duiken naar goudschat van Lutine

Opnieuw gaan duikers op zoek naar de goudschat van de Lutine. Maar voor de initiatiefnemer, Ane Jan Duyf, gaat het niet alleen om het goud, maar ook om de vraag hoe deze trots van de Britse Admiraliteit kon vergaan.

De Harlinger tandarts en amateuronderwaterarcheoloog Ane Jan Duyf wil deze zomer gaan duiken naar het achterschip van het vergane goudschip Lutine.

De Britse oorlogsbodem verging op 9 oktober 1799 tussen Vlieland en Terschelling in wat toen nog het IJzergat hette. Er waren 270 opvarenden aan boord, van wie er één de ramp overleefde. Met hen verdween voor ruim tien miljoen gulden aan goud- en zilverstaven en munten in de diepte. Naar de huidige prijzen omgerekend is dat een bedrag van 300 miljoen gulden.

Van de goudschat is in de loop der jaren door diverse meer of minder gelukkige schatgravers nog maar tien procent geborgen. Duyf, die al negen jaar studie maakt van de Lutine, heeft een contract gesloten met de Britse verzekeraar Lloyd's, eigenaar van het wrak.

De Harlinger duiker ontdekte een strandingsspoor, dat eindigt op twee kilometer ten zuiden van de oorspronkelijke vindplaats van het wrak. Nadat het schip op de zandbank liep, brak het in tweeën. De afgelopen twee jaar heeft Duyf met behulp van sonarapparatuur al diverse voorwerpen naar boven gehaald, waaronder kogels, zilveren munten en zilveren bestek.

Hij wil nu met een zuiger het achterschip van het wrak, dat vier meter diep in de zeebodem ligt, blootleggen. Hierna gaan duikers aan het werk om voorwerpen op te duiken.

Duyfs onderzoek staat onder verantwoordelijkheid van het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwater Archeologie, het NISA. Het doel van het onderzoek, het eerste naar een strandingsspoor, is om meer inzicht te krijgen in manier waarop de Lutine precies is vergaan. ,,Je kunt het vergelijken met het zoeken naar de zwarte doos van een neergestort vliegtuig'', licht Duyf toe. ,,We willen precies weten wat er gebeurd is en ook hoe het schip is gebouwd.''

Het wrak van de Lutine is tot beschermd cultureel erfgoed verklaard. Aangezien de goud- en zilverlading in het achterschip lag, is het voor Duyf naar ziijn zeggen ,,bloedspannend'' om het wrak te inspecteren. De kans is volgens hem groot dat er nog iets van de kostbare lading gevonden wordt. ,,We hebben al enkele vaatjes, waarin de goudstaven zaten, aangetroffen. Als je de verpakking vindt, mag je aannemen dat je ook de inhoud kunt aantreffen.''

Duyf hoopt vooral voor eigenaar Lloyd's dat hij kostbare zaken naar boven brengt. Zelf heeft hij overigens volgens het gesloten contract recht op een deel van de eventueel te bergen lading. ,,Maar mijn geluksgevoel is niet afhankelijk van het vinden van goud. Het is het avontuur wat trekt.''

Of er daadwerkelijk zal worden gedoken, hangt af van het weer en ook zullen er geldschieters gevonden moeten worden. Van sponsors en particuliere participanten hoopt de leider van het duikteam twee ton los te krijgen. Dit jaar is het precies 200 jaar geleden dat de Lutine verging en de publieke belangstelling over het legendarische schip is groot.

Na twee eeuwen bestaat er ook meer duidelijkheid over de oorzaak van de scheepsramp. Volgens conservator Gerald de Weerdt van Museum Het Behouden Huys op West-Terschelling is de Lutine vergaan als gevolg van een navigatiefout van de bemanning en niet alleen door een vliegende noordwesterstorm. De Britse Admiraliteit heeft dit feit bewust in de doofpot gestopt om een rel te voorkomen, stelt hij.

De Weerdt deed twee jaar onderzoek naar de ondergang van de oorlogsbodem en ploos de archieven van de Britse admiraliteit in het rijksarchief in Londen door.

De storm bracht het fregat wel in moeilijkheden, maar had niet fataal hoeven zijn voor een dergelijk zeewaardig schip met een ervaren bemanning die het gebied goed kende, meent De Weerdt. Hij vermoedt dat de bemanning overmoedig is geworden en is vergeten drie mijl noordelijker van de zandbanken tussen Vlieland en Terschelling te varen.

Voor de bemanning van de Lutine was de reis vanuit de thuishaven Great Yarmouth naar Hamburg een ontspannen plezierreisje. ,,Heel iets anders dan de zeegevechten tegen de Hollandse vloot waaraan de oorlogsbodem de jaren daarvoor had meegedaan. Er werd in de vroege uren feest gevierd aan boord.'' Volgens De Weerdt is er een beoordelingsfout gemaakt. ,,Men voer te dicht onder de kust door. Normaal moet je bij ondiep water minstens tien kilometer uit de kust varen. Elke ervaren zeeman wist dit en neemt die veiligheidsmarge.''

De navigatiefout is door de Britse Admiraliteit in de doofpot gestopt, ontdekte De Weerdt. ,,Alle belangwekkende correspondentie is niet in de archieven aanwezig en uit sommige logboeken zijn pagina's gescheurd. Er zou natuurlijk een geweldige rel zijn ontstaan als bekend werd dat het schip vol goud en zilver met een ervaren bemanning zo'n enorme fout had gemaakt.''

Opmerkelijk is ook dat de verklaring van de enige overlevende, matroos John Rogers, uit de archieven is verdwenen. Hij werd maanden lang aan boord gehouden van het vice-admiraalschip Isis. Opmerkelijk, aldus De Weerdt, omdat gewonden normaal aan de wal werden gebracht. De Weerdt legde zijn conclusies voor aan verzekeraar Lloyd's. ,,De zaak is hoe dan ook verjaard. Men kan het ministerie van Defensie nu niet meer verantwoordelijk stellen voor gemaakte fouten.''