Nonchalant en naïef

De Chinese diefstal van Amerikaanse nucleaire geheimen ging van een leien dakje. Pas laat werd ingezien dat China al in de jaren `70 een ongezonde interesse had voor het werk in Los Alamos.

NOG GEEN VIJF maanden nadat het geheime `Cox-report' over de beweerde Chinese diestal van Amerikaanse nucleaire en raketgeheimen uitkwam verscheen afgelopen dinsdag een publieksversie van het rapport. Ontdaan van de belangrijkste gevoeligheden. Vele honderden pagina's tekst, geordend in tien hoofdstukken met elk een samenvatting en verlucht met veel illustraties, waarvan de meeste nauwelijks terzake doen.

Al te veel ophef heeft het niet opgeleverd, de afgelopen maanden was door publicaties in The New York Times en de Washington Post al een redelijk beeld ontstaan van de Chinese spionage. Er blijkt geen sprake van een nieuwe Julius Rosenberg of Klaus Fuchs. Het gaat niet om landverraders, maar om aimabele, ijverige, intelligente en patriottische personen van het soort dat Nederland zich goed herinnert van de affaire-Abdul Qadeer Khan. Er is ook geen sprake van medeplichtigheid van Amerikaanse bedrijven aan notoir louche zaken, zoals dat wel het geval was met de Duitse ondernemingen die in Libië en Irak aan het werk waren. Er is voornamelijk: nalatigheid, nonchalance en verbluffende naïviteit. Ook of vooral van de zijde van de Amerikaanse wapenlaboratoria en het ministerie van energie (DOE) waaronder de laboratoria ressorteren.

De directe aanleiding voor de affaire staat mooi samengevat in het laatste nummer van `The bulletin of the atomic scientists', dat een goede introductie is bij het Cox-rapport (www.bullatomsci.org). Begin 1995 kwamen onderzoekers van Los Alamos National Laboratory na uitputtende seismografische analyse van de vijf ondergrondse kernproeven die China in de jaren 1992-1995 op de basis Lop Nor had genomen tot de conclusie dat China in het bezit moest zijn van een geminiaturiseerde waterstofbom. Dat was opvallend, want China heeft een volstrekt ouderwets kernwapenarsenaal met zó grote bommen dat er per intercontinentale raket maar één mee kan (de Amerikanen hebben soms tien kernkoppen per raket). Daarom is de Chinese bedreiging van Amerika nooit zo groot geweest: China heeft maar ongeveer 20 raketten die (een deel van) de VS kunnen bestrijken.

In juni 1995 gebeurde er iets merkwaardigs. Op een Taiwanees kantoor van de Amerikaanse CIA meldde zich een bezoeker met een koffer vol documenten. Een `walk-in' heet zo'n persoon in vakkringen. Het waren Chinese documenten die hij bezorgde, stuk voor stuk van het stempel `geheim' voorzien. Ze beschreven in detail ontwerpen van een hele range Amerikaanse kernkoppen, waaronder de meest geavanceerde W-88, een miniatuur waterstofbom die door Los Alamos is ontworpen (en wordt geïnstalleerd op onderzeebootraketten van het type Trident D-5) en de W-87 van Lawrence Livermore National Laboratory (geplaatst op de MX/Peacekeeper). De walk-in is ook weer naar buiten gelopen, maar de CIA heeft niet verzuimd hem te laten schaduwen. Dat leverde het verrassenden inzicht op dat hij voor de Chinese geheime dienst werkte: het was een `directed walk-in'. Waarom de Chinezen het nodig vonden te onthullen dat zij ontwerpen van de W-88 en W-87 bezaten is een mysterie.

De FBI begon een groot onderzoek, codenaam Kindred Spirit, maar werd door nieuwe feiten ingehaald: begin 1996 melde een Amerikaanse spion in China dat de Chinezen opschepten over het bezit van het ontwerp van de Amerikaanse neutronenbom, het `enhanced radiation weapon' dat wordt aangeduid met W-70, een ontwerp van Lawrence Livermore. Helemaal onverwacht kwam dat niet, eind jaren zeventig was al vastgesteld dat er gegevens over de neutronenbom waren gestolen. In 1988 heeft China zelfs een neutronenbom tot ontploffing gebracht.

Begin 1996 is de nationale veiligheidsadviseur Sandy Berger ingelicht, maar president Clinton werd pas in 1998 op de hoogte gebracht. In het Amerikaanse politieke debat speelt dit een grote rol. Van belang is dat het Huis van Afgevaardigden halverwege 1998 een tijdelijke commissie onder leiding van de republikein Christopher Cox installeerde voor het onderzoek naar de `militair/commerciële zorgen over China'. Cox c.s. publiceerden hun bevindingen in januari in het geheim rapport waarvan het Huis deze week de `gekuiste' versie uitbracht (www.house.gov/coxreport).

Het is zonder twijfel een politiek stuk te noemen, al was het maar omdat de Chinese geldschieter die zo ruimhartig doneerde in het verkiezingsfonds van de Democraten in het rijtje verdachten is opgenomen. En omdat keer op keer wordt onderstreept dat de regering-Clinton openbaarmaking van belangrijke feiten verbiedt (waardoor de bewijsvoering zwak blijft). Ook de beschrijving die in het eerste hoofdstuk wordt gegeven van de manier waarop China jaagt op de technologische verworvenden van het Westen doet nogal ophitserig aan. Na wat is bekend geworden over de activiteiten van Pakistan en Irak kan het toch geen verbazing wekken dat ook China `front companies' e.d. in de VS oprichtte. Veel Chinese activiteien volgen, zo te zien, de geijkte patronen. Een interessante constatering is dat een centrale aansturing van de Chinese `spionage'-activiteiten lijkt te ontbreken. Hoe de Russen werken weten we precies, schrijft de Cox-commissie, maar op de Chinese mozaïek-aanpak is geen vat te krijgen. Het lijkt wel of elke Chinees voor zichzelf spioneert. En de Chinezen komen bij tienduizenden het land binnen.

CONTRAST

De verwijten aan het adres van al die opdringerige, listige Chinezen, die overigens meestal gewoon met open vizier opereren, staan in schril contrast met een affaire die in de Amerikaanse media tamelijk onderbelicht is gebleven. Toen in 1985 en 1986 een aantal lanceringen met Delta- en Titan-raketten mislukte, in 1986 ook nog de Challenger ontplofte en vervolgens een moratorium op het gebruik van de raketten werd afgekondigd, ontstond voor Amerikaanse satellietbouwers een acuut gebrek aan lanceermogelijkheden. (De Europese Arianes waren volgeboekt). Met toestemming van de regering-Reagan weken zij in 1988 uit naar China dat met raketten van het type Lange Mars 2 en Lange Mars 3 de satellieten net zo goed omhoog kreeg. Tot hun eigen verbazing kregen de Chinezen de Amerikaanse hightech dus zomaar thuisbezorgd en de verleiding om stilletjes ook eens in de satellieten te kijken moet onweerstaanbaar zijn geweest. Maar het werd nog aardiger: toen ook enkele Chinese lanceringen mislukten kregen de Amerikaanse ondernemingen Hughes en Loral het verzoek te helpen bij het oplossen van de problemen. Op hun beurt konden zij dus bij de Chinezen in de keuken kijken. Van lieverlee ontstond zo'n nauwe samenwerking tussen Amerikanen en Chinezen dat toch ook weer veel te veel Amerikaanse knowhow is overgedragen. Daarbij moet worden opgemerkt dat de Lange Mars-raketten maar in detail (de derde trap) verschillen van de DF-raketten (Oosten Wind-raketten) waarmee kernladingen richting VS kunnen worden gestuurd. En dat de Chinezen een naam hebben op te houden op het gebied van `reverse engineering', zij bouwden getrouwe kopieën van de Franse Exocet-raket.

Voor de Amerikaanse publieke opinie lijkt de `diefstal' van nucleaire geheimen het zwaarst te wegen. Die wordt beschreven in hoofdstuk 2 van het rapport. De commissie heeft vastgesteld dat de Chinese aandacht zich concentreerde op vier instituten: Los Alamos en Lawrence Livermore (die min of meer in onderlinge concurrentie de verschillende kernkoppen ontwerpen) en verder Sandia en Oak Ridge (Met Pacific Northwest zijn dat de belangrijkste wapenlaboratoria van de VS). De middelen die de Chinezen gebruikten waren: spionage, secure tekstanalyse van openbare stukken en gewone menselijke contacten.

Omdat de wapenlaboratoria ook een belangrijke rol spelen in de wapenbeheersing en de controle op naleving van internationale verdragen (seismische detectie van nucleaire explosies en controle van splijtstofboekhouding) en omdat zij bovendien ook veel onderzoek doen dat niets met wapens heeft te maken, kennen zij van oudsher een intensieve uitwisseling met laboratoria in het buitenland. Veel Los Alamos-onderzoekers bezoeken congressen in China, omgekeerd lopen veel Chinese onderzoekers stage in Los Alamos. Hoewel al eind jaren zeventig duidelijk was geworden dat China een ongezonde belangstelling had voor het werk in Los Alamos heeft de Amerikaanse contraspionage niet vóór 1995 ingezien wat voor risico de uitwisseling met zich mee bracht.

DR. PETER LEE

Na de onthullingen van de `walk-in' kon de FBI zonder veel moeite een handvol verdachte medewerkers bij Los Alamos aanwijzen. Het bureau liep het bestand aan technici langs die aan de W-88 hadden gewerkt en bovendien regelmatig in China waren geweest of Chinezen hadden ontvangen. In de Amerikaanse pers is veel aandacht geweest voor de uit Taiwan afkomstige computerexpert Wen Ho Lee. Vreemd genoeg komt hij in het Cox-rapport niet voor, tenzij hij de anonieme Los Alamos-medewerker is van wie snibbig wordt opgemerkt dat hij al in 1995 verdacht was en in januari 1999 nòg op zijn post zat: in Division X, de meeste geheime afdeling van Los Alamos.

Het Cox-rapport noemt een andere Lee: dr. Peter H. Lee, ook van geboorte Taiwanees. Zijn naam duikt op in een rommelige passage met een opsomming van alle Los Alamos-geheimen waarvoor de Chinezen mogelijk belangstelling hebben. Van Lee zelf wordt alleen opgegeven dat hij informatie overdroeg over de toepassing van `traagheidsopsluiting' bij de door laserbestraling geïnduceerde fusie tussen deuterium en tritium. Deze techniek is van grote betekenis geworden nu ondergrondse proeven met kernwapens zijn verboden. Pijnlijker is waarschijnlijk dat Lee ook gegevens doorgaf over het Brits-Amerikaanse Radar Ocean Imaging-project, een succesvol onderzoek naar de mogelijkheid onderzeeboten met behulp van radar op te sporen.

Wie nu precies het W-88 ontwerp heeft doorgespeeld aan de Chinezen is nog onbekend. Over de consequenties van de transactie is het Cox-rapport duidelijk: dankzij de miniaturisering kan China óók raketten gaan plaatsen met een meervoudige kernlading (die minder kwetsbaar is voor anti-raket-raketten als de Patriot) en zijn de intercontinentale Oosten Wind-raketten zozeer te verkleinen dat ze op mobiele platforms zijn te installeren. Daardoor vervalt de mogelijkheid van een Amerikaanse `preemptive strike'. Strategieën moeten worden aangepast. Peter Lee heeft inmiddels bekend en is zelfs veroordeeld: tot een boete en een jaar hechtenis in een reclasseringscentrum. Julius Rosenberg kreeg destijds de elektrische stoel.

Report of the Select Committee on US National Security and Military/Commercial Concerns with The People's Republic of China (nr 105-851, 1999)