Nieuwsgemeenschap met vloekfilter

In bijna vier jaar tijd is de website van CNN uitgegroeid tot de grootste nieuwssite ter wereld. Dagelijks komen er miljoenen mensen. Op top-nieuwsdagen, zoals tijdens de Lewinsky-affaire en het begin van de NAVO-acties in Joegoslavië, worden keer op keer recordaantallen pagina's opgevraagd.

Jeff Garrard (34) is plaatsvervangend hoofdredacteur van CNN Interactive en was vorige week in Nederland voor een congres over de raakvlakken tussen televisie en Internet. Eind augustus 1995 begon CNN met een staf van 20 man en een bescheiden computerpark. Nu werken er technisch, zakelijk en redactioneel meer dan 250 mensen. Twintig grote computers sturen 30 miljoen pagina's per dag het web op.

Waarom koos CNN augustus 1995 voor Internet?

We zagen er een groeiend publiek en als universele nieuwsvoorziening willen we zo veel mogelijk mensen bereiken.

Wat is voor CNN het grote verschil met televisie?

Het is echt CNN on demand. Mensen kunnen zelf kiezen wat ze willen lezen en zien. Ze hoeven niet twintig minuten te wachten op sportuitslagen. Hup, direct er naar toe.

Het web maakt verwijzingen naar andere sites mogelijk.

Vanuit een nieuwsperspectief willen we zo open en volledig mogelijk zijn. Bij een artikel selecteren we een paar sites die relevant zijn. We linken niet direct naar omstreden informatie als naaktsites; in zulke gevallen bieden we een overzichtspagina en als mensen verder willen surfen, dan is dat hun zaak. Zoals de tv naaktheid laat zien maar er wel een balkje overheen zet.

Internet maakt het reageren van lezers eenvoudiger.

Bij belangrijke nieuwsgebeurtenissen sturen mensen dan ook honderduizenden brieven.

Mag iedereen alles schrijven?

Alle bijdragen gaan via een taalfilter dat vieze woorden en vloeken verwijdert. Daarna wordt het automatisch geplaatst zolang het begrijpbaar is en in de buurt van het onderwerp blijft. Bij een gevoelig onderwerp, zoals abortus of het grensgeschil tussen India en Pakistan, controleren we alles vooraf.

Hoeveel mensen van CNN houden zich daar mee bezig?

Drie of vier fulltimers, maar er is een netwerk van vrijwilligers en parttimers – beroepsmensen, advocaten, huisvrouwen – die afhankelijk van het onderwerp helpen de discussies te sturen. Onze bezoekers vormen een echte community, volgens ons een van de beste die er bestaat.

U noemt het een community, is dat meer dan een woord?

Het zijn gemeenschappen rond een verhaal of gebeurtenis. Als die in het nieuws blijven kan dat verder groeien. Mensen die van lezen houden komen elke week of zelfs iedere dag terug naar onze boekensectie. In zo'n niche-gebied ontwikkelen zich relaties. Dat geldt ook voor onze vele discussies over Amerikaanse binnenlandse politieke onderwerpen.

Heeft u middelen om dat gemeenschapsgevoel te versterken?

Alles draait om het nieuws, iedereen wil weten wat er gebeurt en op zo'n moment leggen wij een link naar de discussie over dat onderwerp. Maar we moeten op de pagina ook verwijzen naar videofragmenten en naar interessante zaken in ons archief. En soms ook naar het diepgravende special report dat we hebben. Er is zo veel.

Hoe meer je van je lezers weet, hoe beter je ze kunt bedienen?

Absoluut. We willen feedback en we krijgen dat, de hele tijd. We analyseren de pagina-opvragingen, net zoals iedereen het leesgedrag in een krant of het kijkgedrag voor de televisie volgt. Waar gaan de mensen naar toe, wat en hoe vaak doen ze iets en hoe laat? Als een link niet gevolgd wordt, probeer je wat anders.

Als we wisten wie een bezoeker is, zou dat zeker nuttig zijn. We hebben een nieuws-op-maat-dienst, waar mensen zich moeten identificeren en dan een homepage kunnen inrichten met favoriete onderwerpen. Die informatie gebruiken we om andere zaken onder hun aandacht te brengen. Maar die dienst is bescheiden, enkele honderdduizenden maken er gebruik van. Van de meeste bezoekers, zo'n tien miljoen per dag, weten we niet wie het zijn.

Wie, naast de redactie, krijgt deze informatie?

Niemand. De adverteerders krijgen slechts globale cijfers: je hebt zoveel mannen en zoveel vrouwen in deze leeftijdsgroep en dit is hun inkomstenniveau. Zulke gegevens verstrekken is heel gewoon en wij doen het ook.

Er is sprake van het labelen van websites wat betreft vloeken, seks enzovoort, zodat met filtersprogramma's bepaalde sites buiten beeld gehouden kan worden.

Daar willen we absoluut niets mee te maken hebben. We houden ons aan de privacy-regels van de overheid, maar verder willen we op geen enkele wijze beperkt worden. We hebben met New York Times en USA Today overlegd – alle grote nieuwssites zijn het eens: ga weg met je ratings.

Heeft u een belangrijke concurrent?

Niet één, maar een heleboel. Elke site die nationaal of internationaal multimedia nieuws brengt – en dat zijn er veel – is een concurrent.

U heeft een Zweedse site?

En een Noorse, een Deense, een Portugeestalige en al heel lang een in de Spaanse taal. We zouden dolgraag elk Europees land doen en ook Japan en China.

Zijn dat filialen of sluit u aan bij een lokale nieuwsvoorziening?

De andere partij neemt een licentie op de inhoud en naam van CNN. Ze blijven zelfstandig. Net als een kabelbedrijf dat lokaal CNN-televisie doorgeeft, met het verschil natuurlijk dat ze uit het aanbod een keuze maken en artikelen toevoegen.

Is oorlog goed voor CNN?

In het hele nieuwsbedrijf is slecht nieuws altijd goed voor de zaken. Kijkcijfers op tv en op het web gaan omhoog. Voelen wij ons daar schuldig door? Och, op een bepaalde manier. Maar we verspreiden de informatie en misschien helpt dat.

(www.cnn.com)