Laatste klant voor Turks staatsveiligheidshof

Maandag verschijnt de Turks-Koerdische leider Öcalan voor een staatsveiligheidshof. Waarschijnlijk wordt de zaak onmiddellijk verdaagd.

Bedremmeld kijkt de Koerdische beklaagde in het Turkse staatsveiligheidshof in de Istanbulse wijk Besiktas naar de grond. Volgens het Turkse openbaar ministerie heeft hij wapens gesmokkeld voor de separatistische Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en is er ook nog eens een bom in zijn auto gevonden. De verdachte is alleen in de rechtszaal: zijn familie kreeg geen toestemming bij de zaak aanwezig te zijn. Al sinds 1993 zit hij vast. Iedere keer wordt hij naar de rechtszaal gebracht, maar steeds weer besluiten de rechters dat de zaak aangehouden moet worden. Ook vandaag valt er weer geen vonnis en de Koerd wordt na een korte zitting afgevoerd. Het laatste wat hij ziet voordat hij weer in de arrestantenbus stapt, is een door de Turkse overheid vervaardigde poster van de Turks-Koerdische leider Abdullah Öcalan. ,,We hadden geen geweld mogen gebruiken, kameraden'', spreekt Öcalan, die maandag zelf voor een staatsveiligheidshof moet verschijnen, zijn PKK-aanhangers toe. ,,Lever je wapens in en geef je over. Het is tijd voor een dialoog.''

Dialoog – er zijn weinig Turken die bij de term `staatsveiligheidshof' (DGM) aan dat woord denken. Volgens sympathisanten van de PKK hebben de hoven, die in 1982 werden opgezet en onder andere tot taak hebben de interne en externe veiligheid van de Turkse staat te beschermen, geen ander doel dan oorlog te voeren tegen het Koerdische streven naar autonomie. ,,Zeker tachtig procent van de verdachten die bij de DGM's komen is Koerdisch'', zegt een medewerker van de mensenrechtenorganisatie IHD. ,,Als van de rechters twee procent Koerdisch is dan is het veel.''

Grootste kritiekpunt van mensenrechtenorganisaties is dat er van de drie rechters een militair is. ,,Je kunt je afvragen hoe onafhankelijk ze zijn'', aldus de medewerker van de IHD.

Die kritiek is inmiddels overgenomen door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Volgens het Europese Hof is een militaire rechter onderworpen aan de tucht van het leger en daarom per definitie niet onafhankelijk. Mede door de kritiek vanuit Europa zijn er de afgelopen maanden steeds meer stemmen opgegaan om de DGM's ingrijpend te veranderen en in ieder geval de militaire rechter te vervangen door een burgerrechter. President Demirel liet al in maart weten voor aanpassing te zijn ,,omdat Turkije binnen het Europese systeem moet blijven.'' Bülent Ecevit, de gedoodverfde premier van een nieuwe Turkse regering, zei woensdag dat de coalitiepartners overeenstemming hebben bereikt over een aanpassing van de constitutie met betrekking tot de DGM's. En zo is het zeer goed mogelijk dat de belangrijkste zaak van de DGM-oude-stijl, die tegen Abdullah Öcalan, meteen de laatste is. Algemeen wordt er inmiddels in Turkije verwacht dat de zaak tegen Öcalan maandag wordt geschorst totdat de wet veranderd is en de DGM's alleen nog maar burgerrechters hebben. De verdediging heeft al om schorsing gevraagd, en ook het openbaar ministerie is daar niet op voorhand op tegen.

,,Maar in Turkije is de rechterlijke macht onafhankelijk'', zegt Bülent Alkarcali, parlementslid en hoofd van de Turkse Stichting voor Democratie, ,,dus maandag zijn het alleen de drie rechters die bepalen hoe het verder moet lopen.''

Als de rechters de zaak niet schorsen en Öcalan door een DGM-oude-stijl (dus met militaire rechter) veroordeeld zou worden, kunnen zijn advocaten naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg stappen. De kans is dan geenszins denkbeeldig dat Turkije veroordeeld zou worden. Voor de Turkse autoriteiten, die er veel aan gelegen is om het proces tegen Öcalan een rechtvaardig aanzien te geven, zou dat een zware tegenslag zijn. Dan zou het zelfs niet uitgesloten zijn dat Turkije een financiële vergoeding aan Ocalan (of zijn nabestaanden) zou moeten betalen. Een grotere vernedering voor de autoriteiten in Ankara zou nauwelijks denkbaar zijn.

Akarcali is niet tegen aanpassing van de DGM's, maar veel van de kritiek op de hoven vindt hij overdreven. ,,In Turkije staat het niet op je identiteitskaart of je Koerdisch bent of niet. Dus hoe kun je weten dat tachtig procent van de beklaagden Koerdisch is?'' Daarnaast, aldus Akarcali, gaat de geschiedenis van de militaire hoven in Turkije terug tot de jaren zeventig, ,,voordat de Koerdische kwestie zo prominent speelde als nu''. ,,De hoven hadden toen vooral te maken met terrorisme uit linkse hoek.''

,,Militaire rechters straffen helemaal niet harder dan burgerrechters'', vindt ook advocaat Güzin Köprülü. Zij is al jaren sympathisant van de Partij van Nationalistische Actie (MHP) en doet vooral zaken die met de extreem-rechtse partij te maken hebben. Zij neemt alleen maar zaken aan die zij kan winnen en de ,,bommenleggers van de PKK'' verdedigt ze in ieder geval niet. Zij vindt dat de DGM's veel efficiënter zijn dan andere rechtbanken. ,,Hier raken ze tenminste geen dossiers kwijt en dat gebeurt bij andere rechtbanken wel.'' Ze heeft er ook begrip voor dat zaken bij de DGM's soms jaren kunnen duren. ,,Het duurt vaak lang voordat je alle getuigen hebt gevonden. Je kunt dit systeem niet vergelijken met het Amerikaanse, waar alle getuigen in een keer worden gehoord.'' Dat verdachten jarenlang wellicht onschuldig vastzitten, vindt ze geen probleem. ,,Als ze echt onschuldig zijn, krijgen zij een schadevergoeding.''

Toch voelt ook zij iets van de willekeur die tegenstanders van de DGM's met de hoven associëren. In het dagelijkse leven draagt zij immers een hoofddoek. Als zij die in de rechtszaal zou dragen, zou dat een overtreding tegen de Turkse Republiek zijn, waarvoor zij zich in de DGM zou moeten verantwoorden. ,,Mijn hoofddoek is een zaak tussen Allah en mij'', zegt ze. ,,Ik leg me neer bij de eisen van de Turkse Republiek. Als iedereen dat zou doen, zouden de DGM's veel minder werk hebben.''