Helden zonder slagveld

In New York klopt het democratisch hart van China. Daar wonen de leiders van de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede in juni 1989. Nu distantiëren Wang Juntao, Chen Zeming en Chen Pokong zich van hun wapenbroeders van weleer. `Dissidenten hebben een chronisch gebrek aan praktische alternatieven.'

Het was uit betrokkenheid en vooral zorg dat een klein groepje Chinese intellectuelen in april 1989 de koppen bijeen stak in een poging richting te geven aan een uit zijn klauwen gegroeid studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Wang Juntao en zijn strijdmakker Chen Zeming voelden zich als ervaren veteranen onder de bevlogen, maar tamelijk doelloze studentenmenigte. Beiden hadden sinds de jaren zeventig, tijdens historische geworden protestacties tegen de gevestigde orde, op de bres gestaan voor gerechtigheid en democratie. Maar ze hadden ook de consequenties ervan moeten voelen en voor hun jarenlange betrokkenheid flink moeten boeten.

,,Intellectuelen moeten een bron van politieke leiding zijn voor het volk'', had Chen tijdens die belangrijke bijeenkomst gezegd. Wang voegde er nog aan toe dat na enkele decennia wel was bewezen dat ,,het socialisme heeft afgedaan.'' De studenten hadden een onafwendbare ontwikkeling, die de intellectuelen ooit waren begonnen, opnieuw op gang gebracht; het einde van de dictatuur van de communistische partij. Na enkele dagen van protesten die niet meer te stoppen leken, werd het nu tijd voor de veteranen om zich te mengen in de strijd, als de bemiddelaars tussen de partij, waar zij al zo vaak mee overhoop hadden gelegen, en de studenten, waarvoor zij van nature zoveel sympathie hadden.

Maar zonder het te weten, tekenden alle aanwezigen met de bijeenkomst die dag hun eigen vonnis. De Chinese inlichtingendienst bleek de discussie woord voor woord te hebben afgeluisterd. En vele maanden later werden Wang en Chen ervan beschuldigd tot de aanstichters te behoren van het protest. Ze zouden de studenten hebben `misbruikt' en hebben `opgezet' voor hun `contra-revolutionaire' plannen; omverwerping van de staat. De vergadering was het bewijs – de mannen waren de hoofdverantwoordelijken voor de grootste demonstraties uit de geschiedenis van de Volksrepubliek China.

De aanwezigen in het Victoriaanse appartement voor `visiting scholars' van Columbia University hebben hun toevlucht in het vrije Westen juist gezocht om gevaar uit de weg te gaan. Ieder van hen heeft zijn portie ellende in de Chinese Gulag achter de rug en meer dan eens in doodsangst gezeten. De inmiddels 41-jarige Wang zat vier en een half jaar vast, in eenzame opsluiting, voor zijn aandeel aan de studentendemonstraties op het Plein. Chen Pokong (36), een van de leiders van de studentendemonstraties in het Zuid-Chinese Guangzhou, zat vijf jaar vast, waarvan twee jaar in een steengroeve. En Chen Yizi (57) tenslotte ontliep op het nippertje zijn straf voor zijn steun aan de studenten. Maar ook hij bracht tijd door achter de tralies, in de jaren zestig, omdat hij evenals vele anderen in die periode, politiek niet correct werd bevonden.

Zwarte handen

,,De Chinese regering heeft dissidenten van ons gemaakt'', zegt Wang, kouwend op een koud stuk varkensvlees. ,,Als je in China voor het eerst wordt gestraft voor het hebben van een mening, dan sta je voor de rest van je leven buiten de maatschappij. Het is voor ieder van ons een persoonlijke tragedie. Het verandert je denken. Het geeft nieuwe waarde aan het verleden. Nooit krijg je gelijke kansen meer. Als je in de gevangenis zit dan kun je niet emotioneel blijven. Je moet een rechtvaardiging zoeken voor hetgeen je hebt gedaan.'' De anderen beamen het. Wang neemt graag het woord. Hij is nog altijd de leider. Een innemend mens met overtuigingskracht.

Het was Wang Juntao, die samen met zijn oude vriend Chen Zeming op de 27ste mei in 1989, een week voordat het Volksbevrijdingsleger zijn loop op het eigen volk richtte, alle protestgroepen, inclusief de studenten, voor even op een lijn kreeg, en wist te overreden het Plein binnen enkele dagen te verlaten. Dat het uiteindelijk anders liep, de studentenleiders konden het later toch niet eens worden, is Wangs grootste trauma. Hij had er voor zijn gevoel alles aan proberen te doen om een dramatische afloop te voorkomen.

,,Dictators creëren hun eigen oppositie'', vervolgt Wang zijn betoog. ,,Daarmee rechtvaardigen zij hun eigen ideeën. `Zie je wel', zeggen ze dan, `als we naar de oppositie luisteren, helpen we het land naar de knoppen. Luister daarom maar naar ons.' Dissidenten zijn aanvankelijk geen democraten. Ze zijn gewoon tegen de gevestigde orde, ze vormen een oppositie. De autoritaire regering zorgt ervoor dat het dissidenten worden. Sommige Chinezen hebben dissidenten zozeer leren wantrouwen dat zij geloven dat het ook dictators zijn; dezelfde potentaten als diegene die het land besturen, maar dan met andere ideeën.''

De leiders van China hebben altijd beweerd dat de gewelddadige aanpak van de demonstranten in het politieke hart van de Volkrepubliek, met de studenten persoonlijk niets van doen had. ,,De studenten hadden aanvankelijk goede vaderlandslievende intenties. Het gaat ons slechts om een kleine minderheid die het plan tot de omverwerping van de staat hebben gesmeed; de aanstichters van de staat van beroering (dongluan)'', heette het in de dagen rond het militair optreden. De toenmalige premier Li Peng, voor velen in China nog altijd het gezicht van het autoritair optreden, zou tegen de hoogste functionarissen van de Chinese inlichtingendienst hebben gezegd alleen rust te hebben wanneer de drie `heishou' of `zwarte handen', volgens Peking het gebundelde brein achter de demonstraties, veilig achter slot en grendel zouden zitten. ,,Ik ben alleen geïnteresseerd in Wang Juntao, Chen Zeming en Chen Yizi'', had de premier de ambtenaren briezend laten weten.

Wang Juntao en Chen Zeming stonden aan het hoofd van een invloedrijke onafhankelijke denktank, het Sociaal economische onderzoeksinstituut (SERI), dat zij halverwege de jaren tachtig hadden opgericht. Beiden hadden de gunst van de hoogste hervormingsgezinde regeringskringen. Maar in het conservatieve kamp stonden Wang en Chen bekend als lastpakken die een lange publieke loopbaan van 'contra-revolutionaire activiteit' achter zich hadden. Daarom belandden zij in 1989 bovenaan de zwarte lijst van de Chinese inlichtingendienst.

Chen Yizi was eveens het hoofd van een denktank, een overheidsinstelling gespecialiseerd in economische liberalisering. Volgens orthodoxe communisten was het 'een broeinest van kapitalisten'. Chen voorzag partijchef Zhao Ziyang, die sympathie had voor de studenten en nog voor het militair optreden op non-actief werd gesteld, van persoonlijk advies. Het conservatieve blok van de partij lustte Chen wel rauw.

Wang Juntao en Chen Yizi wonen inmiddels in New York. Maar Chen Zeming bleef achter in China en is onbereikbaar voor de pers. Na zijn vervroegde vrijlating in 1994, die evenals de plotselinge beëindiging van het 13-jarige vonnis van Wang het gevolg was van een diplomatiek spel van Peking in de hoop de handelsgunst van de Verenigde Staten te behouden, verkoos hij in de Chinese hoofdstad te blijven. Ondanks het politiek ongunstige klimaat en het permanent toezicht van de Chinese autoriteiten. Chen Yizi wist onmiddellijk na de abrupte beeindiging van de protesten te vluchten, verscholen in een geheim compartiment onder de watertank van een klein vrachtschip, met eindbestemming Hongkong.

Helder water

,,Het is typisch voor een totalitair regime om een kleine groep hard aan te pakken. Daarmee houdt de gevestigde orde de massa onder de duim'', zegt Chen Yizi. Het is moeilijk voor te stellen dat de vriendelijke huisvader, achter de keukentafel in zijn eengezinswoning in het New Yorkse Queens, tien jaar geleden nog onderonsjes hield met de communistische partijtop van China. Maar Chen wás de gevestigde orde. ,,Van huisuit ben ik een vaderlandslievende intellectueel'', zegt Chen. ,,Ik ben sinds 1959 lid geweest van de partij en vergroeid met de ontwikkelingen die het land heeft doorgemaakt.'' Inclusief de treurige ontwikkelingen. In 1966, als 24-jarige waaghals schreef hij een brief aan Mao Zedong waarin hij zich kritisch uitliet over het nut en vooral het onnut van de klassenstrijd. Daardoor belandde hij direct in de gevangenis en verbleef hij tot 1979 verplicht op het platteland. Maar na zijn come-back in 1986 als directeur van een onderzoeksinstituut en later als adviseur van partij-secretaris Zhao, kwam hij dicht bij het centrum van de macht. Tot 1989 wist Chen daarom heel precies wat zich aan de top afspeelde.

,,Binnen de partij bestond een voortdurende strijd tussen de behoudende en de hervormingsgezinde facties. Dat stond doortastende politieke beslissingen in de weg. De behoudende factie heeft nooit oog gehad voor de internationale ontwikkelingen. Dat heeft het nog steeds niet. Geen communistisch bewind heeft vooruitgang bereikt zonder democratische hervormingen.''

Bijna alle gevallen helden van de Chinese democratiebeweging wonen in de Verenigde Staten, het merendeel in New York. Gevlucht, verbannen of uitgespuugd door het Chinese strafsysteem. ,,Als helden zonder slagveld'', zegt Liu Gang, een van de initiatiefnemers van de vele 'shalong' of kritische discussiegroepen op de Universiteit van Peking die al een jaar voor de protesten plaatshadden. Liu, die de nummer drie was op de zwarte lijst van `meest gezochte' studentenleiders, en na zijn gevangenisstraf van zes jaar naar de Verenigde Staten vluchtte, is uitgevochten. ,,Ik heb niets meer te melden'', zegt Liu Gang, ,,tenzij je een boek over mij schrijft, dan krijg je het hele verhaal.''

Wang Juntao begrijpt de reactie van zijn vriend Liu wel. ,,Hij is een beetje excentriek, maar vooral moe van het heldenverhaal.'' Volgens Wang hebben de dissidenten dat behalve aan de Westerse pers ook aan zichzelf te danken. ,,De heldenverhalen doen het misschien goed tijdens de geschiedenislessen, maar in de praktijk zijn ze weinig zinvol. De oppositie in China en daarbuiten is vooral tegen de gevestigde orde, dat maakt hen ook zo aantrekkelijk voor het democratische westen. Maar waar ze precies vóór zijn, dat weten de meesten niet. Tien jaar geleden wisten de studenten dat ook niet. Het ontbreekt de dissidenten van China aan alternatieven die de diepste behoeften van het volk aanspreken.''

Wang gelooft dat het de grootste tragedie is van de kwetsbare dissidentenbeweging. ,,De denkwereld van de meeste dissidenten is zuiver als helder water. Ze denken nooit aan zichzelf, maar altijd aan het hogere ideaal. Ze offeren zichzelf er graag voor op en brengen jaren door in de gevangenis, gaan na hun vrijlating op dezelfde weg verder om vervolgens weer opgepakt te worden. Dat schrikt gewone mensen natuurlijk af. Die beschouwen dissidenten als gevaarlijke gekken. Veel Chinezen zijn er dan ook van overtuigd dat wanneer dissidenten het voor het zeggen krijgen, het land ineen stort. Naar hun idee maken ze de keuze tussen chaos of de dictatuur. Natuurlijk wordt het dan de laatste.''

Spoor bijster

Het zijn bittere inzichten voor Chen Pokong. Voor zijn idealen heeft hij vijf jaar in de gevangenis vergooid, zijn vriendin verspeeld (,,ik ben daar nog ongelukkig over, van haar hield ik het meeste'') en er slapeloze nachten aan overgehouden (,,twee jaar lang werd ik minstens een keer per week door een van mijn medegevangen in elkaar geslagen.'') In het voorjaar van 1989 was Chen nog een bevlogen economiedocent aan de Sun Yat-sen Universiteit in de Zuidchinese stad Guangzhou (Canton). Het jaar ervoor was hij al begonnen met de voorbereiding van protestacties die hadden moeten uitmonden in een grote manifestatie voor politieke openheid op 1 oktober 1989, de veertigjarige herdenking van de oprichting van de Volksrepubliek. Maar na de dood van de gevallen partijsecretaris Hu Yaobang, de voorganger van Zhao Zhiyang en eveneens een hervormingsgezind politicus, veranderde in navolging van Peking ook in Guangzhou het politieke klimaat. En voordat Chen het wist stond hij aan het hoofd van de protestbeweging. Een zachtaardige jongen met een scherpe tong. De studenten mochten leraar Chen.

Na het militair ingrijpen en het plotselinge einde van demonstraties zag Chen zijn naam bovenaan de provinciale lijst van `meest gezochte anti-regeringselementen' staan. Onderduiken wilde hij niet omdat hij overtuigd was van zijn gelijk. Niet lang daarna verdween hij voor drie jaar in een isoleercel. ,,Iedereen kan dat aan'', zegt Chen, ,,De menselijke geest is heel sterk.'' Na zijn vrijlating ging hij verder op zijn oude activistenpad. Maar toen de politie hem weer op de huid zat, vluchtte hij naar Hongkong. De Britse autoriteiten hadden nooit van Chen gehoord en stuurden hem terug. ,,De Chinese politie lachte mij uit; `Hongkong heeft je niet nodig, de gevangenis heeft je nodig', zeiden ze. Ik ben toen in elkaar geslagen omdat ze nu zeker wisten dat niemand buiten China zich om mij bekommerde.''

Nu Chen terugkijkt op die periode voelt hij spijt. ,,Ik ben altijd een voorstander geweest van openlijk protest, ongeacht de risico's. Iedere protestbeweging heeft mensen nodig die bereid zijn vooruit te snellen. Maar ik wilde net als veel van mijn vrienden sneller. En nu zitten we allemaal hier, in New York. Het is een tragedie'', zegt hij bitter.

,,De communistische partij leidt aan een identiteitscrisis'', zegt Wang Juntao. ,,Tot 1978 had China een onbuigzaam totalitair regime en was het min of meer duidelijk wat men wilde. Maar sinds die tijd is men het spoor bijster. De leiders concentreren zich volledig op economische hervormingen en putten hun legitimiteit uit de economie en niet langer uit de ideologie. Erg overtuigend is het niet. Het ontbreekt ook hen aan orginele oplossingen. De meeste politieke instellingen in China bevinden zich in een overgangsfase waar een duidelijke richting ontbreekt.''

Juist daarom zijn volgens Wang de kansen voor verandering groter dan ooit. ,,De oude orde is afgeschaft, maar het nieuwe regime is nog altijd stuurloos. Bovendien is de totalitaire staat corrupt geworden. Ideologisch corrupt en het voordeel van zo'n corrupt regime is dat iedereen - dus ook dissidenten - invloed kunnen kopen. Corruptie verzwakt het regime, maar daarmee worden tegenwoordig ironisch genoeg ook kansen gecreëerd voor mensen binnen en buiten de partij die hun ideeën kwijt willen.'' Wang moet lachen om zijn woorden. ,,Ik houd van oncconventionele gedachten. Die houden je fris.''