Haagse crisis laat bedrijfsleven koud

Met de huidige crisis in het kabinet kan ook het overheidsbeleid ten aanzien van bedrijven drastisch wijzigen. Moeten bedrijven anticiperen of doorgaan op de ingeslagen weg?

De dag na het `tegen' van Wiegel bood premier Kok het ontslag van zijn voltallige ministersploeg bij de koningin aan en steeg op de Amsterdamse beursde AEX-index met 6,9 punten, ruim 1,2 procent.

Politiek en economie staan volledig los van elkaar, lijkt het. Grote bedrijven maken zich in elk geval absoluut geen zorgen over de instabiele situatie in Den Haag.

De suggestie die het bedrijfsleven zelf graag wekt is echter van een heel andere orde. Begin deze maand nog haalde VNO-NCW voorzitter H. Blankert bij de presentatie van de industrienota hard uit naar `Den Haag'. De politiek mag de kop niet laten hangen als het om industriebeleid gaat, vond hij. En ook de eerste reactie van de werkgeversbond op de crisis suggereerde een grote correlatie tussen bedrijfsleven en politiek. ,,Er moet zo snel mogelijk weer een kabinet komen dat belangrijke dossiers voor het ondernemings- en vestigingsklimaat afrondt. Stilstand betekent hier zeker achteruitgang. En dat is slecht voor de Nederlandse concurrentiepositie'', zo luidde de waarschuwing van Blankert.

In de praktijk blijkt het allemaal wel mee te vallen. J. Koelewijn, hoofd research bij IRIS, het onderzoeksbureau van de Robeco-groep: ,,De politiek heeft slechts een marginale invloed op het bedrijfsleven. Pas als er een PvdA-GroenLinks-SP-kabinet komt, moet je bang worden. Dat heeft grote gevolgen voor de fiscaliteit en de inrichting van het economische beleid.'' Ook bij periodes van langdurige onzekerheid, bijvoorbeeld bij een lange formatie na eventuele verkiezingen, kan er enig effect optreden.

Echter, Nederland is de afgelopen jaren verder opgegaan in Europa. Met de komst van de euro en het feit dat de rentestand tegenwoordig eerder een pan-Europese aangelegenheid is dan een nationale keuze, is het bedrijfsleven, waaronder vooral de multinationals, minder afhankelijk geworden van nationaal beleid. De reacties uit het bedrijfsleven mogen dan ook op zijn zachtst gezegd lauw worden genoemd.

Toch kunnen, zoals Koelewijn al aangaf, politieke wisselingen theoretisch grote consequenties hebben voor het bedrijfsleven. Een links kabinet (bijvoorbeeld PvdA-CDA-GroenLinks) zou kunnen besluiten tot een verdere verhoging van de ecotax of een lastenverzwaring, met alle gevolgen voor het bedrijfsleven.

Aan de andere kant kan een rechts kabinet (bijvoorbeeld CDA-VVD) weer nadelige gevolgen hebben voor de portemonnee van huishoudens. Een ontkoppeling van lonen en uitkeringen of een verlaging van het minimumloon kunnen leiden tot minder besteedbaar inkomen, iets waar vooral op consumer goods gerichte bedrijven nadeel van zouden kunnen ondervinden.

Een woordvoerder van levensmiddelenconern Unilever: ,,We houden er helemaal geen rekening mee. Politiek is voor ons een gegeven, daar hebben we geen invloed op.'' En bij grootgrutter Albert Heijn: ,,Ach, de politiek loopt altijd traag. Dit soort zaken nemen wij voor kennisgeving aan.''

Dat is wel eens anders geweest. Toen er in de jaren tachtig vrij onverwachts een centrum-rechts kabinet werd gevormd in plaats van het verwachte linkse kabinet, reageerde de beurs verheugd. ,,Enkele procenten in een paar dagen'', weet analist Koelewijn nog.

Ook de eventuele val van Kok-II zal echter niet geheel onopgemerkt aan het bedrijfleven voorbij kunnen gaan. Het belastingplan van Zalm en Vermeend, Belastingen in de 21-ste eeuw, loopt kans enige vertraging op te lopen door de huidige crisis. Wijzigingen in bijvoorbeeld milieubelasting en hogere tarieven op arbeid kunnen hun invloed hebben op het bestedingspatroon van consumenten.

,,De bestuurlijke continuïteit lijkt redelijk gewaarborgd nu ook het CDA het belastingplan ondersteunt'', meent F. van Schaik, hoofd Dutch Equity research van ABN-Amro. Hij denkt dat het ,,wel mee zal vallen'' met de terughoudendheid van het bedrijfsleven. Volgens Van Schaik zitten er wel negatieve kanten aan de crisis. ,,Het is nooit prettig als er een vacuüm ontstaat. Maar aan de andere kant ligt het niet in het verschiet dat er grote politieke aardverschuivingen aan zitten te komen'', nuanceert hij.

De Nederlandse economie reageert kortom stoïcijns op de `Nacht van Wiegel' en de mogelijke gevolgen daarvan. De beurs heeft met een luide gaap gereageerd op de kabinetscrisis en veerde zelfs iets op. De continuïteit van het Nederlands bestuur wordt in ondernemersland zo slaapverwekkend gevonden dat niemand zich kan voorstellen dat er ook maar een cent minder (of meer) om wordt geïnvesteerd. Politiek mag het paarse schip dan op de ondergang af lijken te stevenen, in de economie geldt nog immer: And the band played on.